‘Ik wil ook momenten van stilte in strip vatten’

Een striproman over schuldgevoel en zelfmoord is ‘De terugkeer van de wespendief’: het knappe graphic-noveldebuut van de 25-jarige Aimée de Jongh uit Rotterdam. „Door mijn vertelmethode vertel ik eigenlijk twee verhalen in een.”

‘Ik weet niet of zelfmoord goed of slecht is, en of je iemand kan redden van een zelfmoord of dat het beter is van niet. Dat zijn vragen waar ik nog erg mee zit. Ik heb veel over het onderwerp gelezen en er veel documentaires over gezien, maar ik denk niet dat ik er ooit uit ga komen. Het leek me wel spannend om een zelfmoord in een boek te verwerken, om te zien wat het met me zou doen.”

En dus begint de graphic novel De terugkeer van de wespendief van Aimée de Jongh met een zelfmoord, die zich voltrekt voor de ogen van hoofdpersoon Simon. Hij is niet bij machte te bewegen, roept alleen maar wat naar de vrouw op het spoor, die met een gelukzalige glimlach op het gezicht de aanstormende trein afwacht.

Maar de aangeslagen Simon, boekhandelaar, kan het voorval niet aan. Hij praat er niet over met zijn vriendin, maar krijgt wel last van jeugdherinneringen die een ander tragisch voorval aan de oppervlakte brengen. Heden en flashbacks naar het verleden lopen bij Simon steeds meer door elkaar en brengen hem ernstig in de war. De Jongh: „Het is een duister, pessimistisch boek, maar het verhaal eindigt positief. De boodschap is hoopvol.”

De terugkeer van de wespendief is het langverwachte graphic-noveldebuut van de 25-jarige De Jongh, die al sinds ze op haar zeventiende haar eerste stripalbum uitbracht, wordt betiteld als de toekomst van de Nederlandse strip. Van die toekomst getuigt ook haar dagstrip Snippers in treinkrant Metro, die ze sinds begin 2012 tekent, en waarvan inmiddels ook drie albums zijn verschenen.

Met De terugkeer van de wespendief lost ze alle verwachtingen in. Door het uitgebalanceerde ritme van de twee elkaar afwisselende verhaallijnen, de even schetsmatige als precieze tekenstijl, de aandacht voor perspectief en afwijkende kadrering en de verrassende plot is het meteen een heel volwassen debuut. Je zou willen dat er veel meer graphic novels van dit niveau in Nederland zouden verschijnen.

Schuldgevoel en schaamte

Hoofdpersoon Simon wordt overmand door schuldgevoel en schaamte. Om zijn niet ingrijpen bij de zelfmoord, maar ook om de dood van zijn beste vriendje, waar hij bij betrokken was. En omdat de pestkoppen die zijn vriendje het leven zuur maakten, dachten dat het zelfmoord was en hij ze in die waan heeft gelaten. Uit gemakzucht én om ze te straffen. De Jongh: „Als volwassene denkt Simon dat die straf niet eerlijk was, dat ze de waarheid verdienen.”

Simon lijkt op haarzelf, zegt De Jongh. „Hij gaat de confrontatie uit de weg, dat heb ik ook. Dat is makkelijker, maar mensen verdienen soms de waarheid.” Simon is net als zij een binnenvetter. „Hij maakt veel mee, maar houdt het voor zichzelf. Deelt het niet met de wereld. En op een gegeven moment ontploft het, al die opgespaarde emotie.”

Ze begrijpt waarom mensen zich niet uiten. „Ik hou van de simpelheid van de dingen. Dat de wereld vrij en blij is. Als er dan een probleem is, met iemand of in mij, dan laat ik dat liever niet zien. Dan wacht ik tot het echt niet meer kan. Als ik een probleem met iemand heb, vraag ik me af: moet ik dat nou zeggen? En dan denk ik: nee, ik wacht nog even. Dat is de schijn ophouden, met het idee dat alles wel goed komt. Gemakzucht.”

In het boek zit een belangrijke wending, die duidelijk maakt dat er iets anders aan de hand is dan we dachten te zien. De Jongh is een onbetrouwbare verteller – het is een verteltechniek waar ze vaker gebruik van maakt. In de animatiefilm waar ze mee afstudeerde, One Past Two, zien we een ontmoeting tussen een jongen en een meisje bij een verlaten bushalte. Als de bus komt, kan alleen het meisje mee. Vervolgens blijkt dat ze naast elkaar in het ziekenhuis liggen na een aanslag op hun school en dat het instappen bij de bus haar overlijden symboliseert. En in De Jonghs enkele minuten durende animatiefilm Aurora blijkt de vrouw die door het bos vlucht voor bosgeesten een travestiet.

De Jongh: „Wat ik mooi vind aan die methode, is dat ik eigenlijk twee boeken of films maak. De ervaring van de eerste keer is eenmalig, daarna lees je een ander boek. Films als The Sixth Sense en Fight Club kun je ook maar één keer met die onbevangenheid zien. Bij The Sixth Sense ontdek je op het einde dat de psycholoog naar wie je hebt gekeken al dood is en een spook is. Alle volgende keren dat je de film kijkt, is hij meteen dat spook. Dan zie je weer nieuwe dingen.”

Ze geniet van het idee dat ze controle heeft over de lezer. „Ik speel met zijn verwachtingen en ik kan de lezer voor de gek houden. Als dat lukt, dan vind ik dat wel lekker.”

Gemengde tekenstijlen

Opvallend aan haar tekenkunst in deze graphic novel is dat realisme en een vereenvoudigde stripstijl door elkaar lopen. Neuzen en handen zijn naar het leven getekend, terwijl pupillen niet meer dan stippen zijn. „Als tiener heb ik veel manga’s getekend, altijd zwart-wit. Daarvoor, als klein kind, was ik weg van Robbedoes en de Frans-Belgische school. Nu kan ik kiezen welke stijl ik hanteer. In dit boek is het een mix. Bij Snippers, dat humoristisch en licht is, kies ik voor een simpel stijltje.”

De mengstijl is mede geïnspireerd door het werk van Katsuhiro Otomo, de Japanse tekenaar van de fameuze manga Akira. De Jongh is een fan. „Ik heb hem een keer ontmoet, hij is echt mijn grote held. Maar ik heb hem niet bewust willen kopiëren.”

Heel Japans noemt ze hoe ze momenten van stilte in het verhaal vlecht. „In Japanse strips kunnen personages soms pagina’s alleen maar naar elkaar kijken. In westerse strips zie je dat niet. Zoek maar eens een Asterix waar op een plaatje niet wordt gepraat. Dat gaat je niet lukken.”

Eigenlijk heeft het boek maar één moment waarop het teleurstelt: aan het slot legt De Jongh te veel uit. „Ik heb wel geleerd: onderschat de lezer niet. Maar ik was bang dat lezers de draai die ik maak niet zouden snappen. Dan heb ik het boek voor niks gemaakt. Ik heb lang getwijfeld hoe ik het zou doen; misschien moet ik de volgende keer minder bang zijn.”

Grappig is dat aan het slot de roman Lolita van Nabokov voorbij komt. In een stripje in Snippers is dat nog een schrijver van wie haar alter ego, ook Aimée geheten, moet opzoeken wie het is. „Dat stripje is niet waar. Ik hou erg van zijn werk. Ik heb zelf een vriend die 27 jaar ouder is, dus ik vond het grappig om Lolita in mijn verhaal te verwerken. Zo’n relatie plan je niet. Eerst dacht ik zelfs: ja hoor, ik word verliefd op zo’n oude vent omdat ik Lolita zo’n goed boek vind. Het is een autobiografisch tintje.”

Niet bang voor zelfspot

Veel meer autobiografie zit in haar dagstrip Snippers, die gaat over een Aimée die er precies als haarzelf uitziet, en huisgenoot Stef. „Ik ben mezelf in de strip. Aimée reageert zoals ik zou reageren. Ik ben een beetje naïef en ik wind me snel op. Waar ik spijt van heb is dat ik weinig aandacht besteed heb aan de karakters. Ik heb ze in een week moeten verzinnen, en toen Metro de proef goedkeurde, moest ik meteen beginnen. Nu zijn Stef en Aimée vrij inwisselbaar geworden. Stef is hoogstens wat slimmer dan Aimée.”

De Jongh vindt het niet onprettig om „open en bloot” in de krant te staan. „De domste dingen die ik doe hou ik buiten de krant, maar ik ben niet bang voor zelfspot. Ik speel met alledaagse dingen waar mensen zich over schamen, zoals foute tv-programma’s kijken of scheten laten. Of ik maak een stripje over mijn liefde voor douchen. Dat ik een boterham met jam op mijn gezicht gooi en zeg: ha, weer een reden om onder de douche te gaan!”

Ze heeft zelfs al een „klassieker”, vertelt ze. „Bij de invoering van de ov-chipkaart waren er veel problemen. Ideaal materiaal voor een treinkrant. Ik kwam erachter dat als je je portemonnee in je kontzak stopt en die tegen de paal aanhoudt, je ook kunt inchecken. Dat heb ik getekend, met veel succes. Ik hoorde dat reizigers het zelf gingen proberen op stations. Ik was toen pas een half jaar met Snippers bezig en ik was nog wat onzeker, maar toen dat stripje aansloeg, dacht ik: ja, ik kan het!”

Snippers tekenen is het leukste wat ze doet, zegt ze. „Het pure plezier dat tekenen kan geven, krijg ik van Snippers. Vijf dagen per week mag ik lollig doen. Ik ben niet zo gevat in het dagelijks leven, maar de strip geeft me het gevoel dat grappig zijn toch in me zit.”