Het Russische volk, dat bestaat niet meer

Het Westen beseft niet hoe diep de Sovjetmentaliteit na zeventig jaar communisme nog in de Russische psyche is geworteld. Poetin presenteert nu de rekening, schrijft Michel Krielaars.

Rode plein in Moskou Foto AFP
Rode plein in Moskou Foto AFP

In Rusland bestaat sinds de gebeurtenissen in Oekraïne een andere werkelijkheid dan bij ons, nu de staatspropaganda van veel Russen weer antiwesterse homines sovietici, Sovjetmensen, heeft gemaakt. Kritiekloos lopen ze achter hun leider aan en juichen alles toe wat hij doet. Het Kremlin heeft ze opgezet tegen de minderheid van progressieve intellectuelen, mensenrechtenactivisten en journalisten van de vrije media; in de ‘wij-zij’-realiteit van tegenwoordig zijn zij de verraders en vijanden van hun land.

De mensenrechtenactiviste Valeria Novodvorskaja typeerde die ontwikkeling, kort voor haar onverwachte dood in juli, treffend, toen ze de wijze bekritiseerde waarop veel Russen Poetins interventie in Oekraïne beleefden: „Waarom zwijgt het Russische volk? Dit is niet het Russische volk. Dit is een menigte met een kijk op de wereld zoals manisch-depressieve slaven die hebben. Wanneer zagen we het Russische volk voor het laatst massaal bijeen? Ik zag het op 15 maart, toen 50.000 man de straat op gingen ter verdediging van Oekraïne, een demonstratie waarover onze Sovjettelevisie tot op de dag van vandaag vol haat spreekt. Dat was het Russische volk. De rest is het Sovjetvolk. Waarom zwegen ze toen de mensen naar Magadan [lees: de goelag] werden gedreven? Toen de ‘koelakken’ werden geliquideerd? Ze waren eraan gewend geraakt te zwijgen.”

Mijn Russische vrienden vertelden me dat als ze op hun werk niet mee jubelden over de annexatie van de Krim, ze een collaborateur, een Europees-Amerikaanse huurling, een demfascist (democraat-fascist) of een zjidobandera (een combinatie van zjid – jid – en een aanhanger van de West-Oekraïense nationalistische onafhankelijkheidsstrijder Stepan Bandera) of een lid van de vijfde colonne werden genoemd.

Oppositieleiders Boris Nemtsov, Aleksej Navalny, Ilja Ponomarjov en de activistische rockmuzikanten Joeri Sjevtsjoek en Andrej Makarevitsj stonden afgebeeld op een banier aan de gevel van de grootste boekhandel van Moskou, Het Huis der Boeken, op de Nieuwe Arbat, met daarop de tekst: „Vijfde colonne, vreemdelingen zijn onder ons”. Het vocabulaire van de homo sovieticus was als dat van vroeger: vijfde colonne, verraders, spionnen, collaborateurs en fascisten (‘fascist’ is nog altijd het ergste waarvoor je iemand in Rusland kunt uitmaken). Alleen de term ‘volksvijand’ uit Stalins terreurdagen ontbreekt nog.

Russen denken niet meer zelfstandig

Bij een meerderheid van de Russische bevolking lijkt ieder vermogen tot onafhankelijk denken verdampt. Zelfs de mensen die na de frauduleuze parlementsverkiezingen van 2011 massaal de straat op gingen om tegen het regime van Poetin te demonstreren, staan ineens pal achter hun president, nu het Westen zich tegen hun land keert.

Alsof ze hem al zijn vroegere zonden hebben vergeven, omdat hij de parel van het vroegere Sovjetrijk, zoals veel Russen de Krim zien, heeft teruggehaald en Rusland van zijn minderwaardigheidscomplex heeft afgeholpen.

Patriottisme en nationalisme vieren hoogtij in een land dat niet goed in zijn vel zit, zeker sinds het Westen Rusland zware sancties heeft opgelegd. Ze worden door het Kremlin niet alleen op grote schaal ingezet om de Verenigde Staten als het Grote Kwaad voor te stellen dat Rusland wil vernietigen, maar ook om de Amerikanen en de EU tegen elkaar op te zetten nu Washington, dat amper handelsbetrekkingen met Rusland heeft, Poetin veel zwaarder wil straffen dan het door de gewiekste Russische energiepolitiek verdeelde Europa.

Toch zijn er ook gewone Russen die niets van Poetins politiek willen weten. Ze vormen een minderheid, wonen vooral in Moskou en voelen zich buitenlanders in eigen land. „Iedereen om me heen bezit tegenwoordig het geestelijke niveau van de kleuterschool,” fluisterde mijn kritische vriendin Irina uit Moskou bijvoorbeeld aan de telefoon, opdat haar collega’s haar niet zouden horen. En zoals zij zijn er miljoenen anderen, met goede banen en een moderne levensinstelling, die hun mond houden om niet in de problemen te komen.

Voor schrijfster Svetlana Aleksijevitsj is dat zwijgen van die minderheid geen opsteker, zoveel onheil belooft de opkomst van de homo sovieticus in haar ogen: „Binnenkort zullen ze vragen waarom iemand zo nodig naar Egypte of Turkije met vakantie gaat en niet naar Sotsji. Waarom luister je naar buitenlandse muziek en niet naar Russische? We hebben niet de Krim teruggekregen, maar de Sovjet-Unie.”

Een andere Russische schrijver, Michail Sjisjkin, meent dat je de massale steun voor Poetin moet relativeren. Van hem mag je, zoals hij op 30 april 2014 in Die Zeit zei, met Rusland op dit moment niet het Russische volk aanduiden, maar wel „de criminele bende die de macht daar heeft geüsurpeerd en de hele bevolking in gijzeling houdt”.

Hij zou gelijk kunnen hebben, want Russische burgers wantrouwen hun leiders in hoge mate. Als de nationale euforie over de ‘terugkeer’ van de Krim in de moederschoot geluwd is, zal dat wantrouwen ongetwijfeld snel terugkeren.

Sjisjkin weet bovendien wat een Europees Oekraïne voor iemand als Poetin betekent: een schrikbeeld van hoe je een menselijk leven kunt inrichten, door vrije verkiezingen te houden, eerlijke rechtbanken te hebben, door een staat te hebben die de burger dient in plaats van andersom, enzovoort.

Daarom vormt het een gevaar voor de huidige machthebbers in het Kremlin, voor wie menselijkheid een begrip van een andere planeet is. Als er iets is, wat ze niet willen, dan is het democratie en transparantie, omdat dan uitkomt hoe ze zich de afgelopen jaren, net als de Oekraïense president Viktor Janoekovitsj, op grote schaal hebben verrijkt ten koste van de burger en ze verantwoording voor hun misdaden moeten afleggen. Als Oekraïne, met steun van de EU, een succes wordt, zouden veel Russen zich wel eens kunnen gaan afvragen of hun eigen systeem wel zo goed is.

De Rus is nog altijd een homo sovieticus

Het Westen beseft niet hoe diep de Sovjetmentaliteit na zeventig jaar communisme nog in de Russische psyche geworteld is. De homo sovieticus blijkt vijfentwintig jaar na de val van de Muur bij lange na niet uitgeroeid. Het geringste wapenfeit, in dit geval de annexatie van de Krim, heeft bij veel Russen ieder kritisch vermogen weggevaagd.

Alsof ten tijde van de overwinningsroes alles werd vernield zonder dat iemand rekening hield met de gevolgen. Dat alles in die combinatie van sentimentaliteit en hardheid, die zoveel Russen in de loop van hun gewelddadige geschiedenis hebben ontwikkeld. De rekening voor onze kortzichtigheid krijgen we nu door Poetin gepresenteerd.