Opinie

Herdenken en vergeten we genoeg?

Dat is een uitstekend idee van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. De Dr. A.H. Heinekenprijs voor Historische Wetenschap 2014 gaat naar de Duitse geleerde Aleida Assmann (67), gespecialiseerd in de studie van hoe het verleden wordt herdacht. Of vergeten, bleek toen zij gisteravond een lezing gaf in de Amsterdamse kunstinstelling Castrum Peregrini. Maar liefst zeven vormen van collectief vergeten onderscheidde Assmann, in een betoog dat zowel briljant als volstrekt theoretisch was.

Er wordt altijd meer vergeten dan herinnerd, zei Assmann: je kunt het heden niet volledig bewaren. Herinneringen gaan verloren, omdat er een nieuwe generatie mensen aantreedt, of omdat het nodig is hoofd- van bijzaken te onderscheiden. Of het wordt opgeslagen, bijvoorbeeld in archieven – om in de toekomst nog eens van pas te komen.

Het kan natuurlijk ook zijn dat herinneringen met geweld worden onderdrukt, omdat ze niet uitkomen, omdat er een schande moet worden uitgewist of de herinnering aan vroegere machthebbers. En er zijn positieve manieren van vergeten: de constructie van iets nieuws, waarvoor het beter is tabula rasa te maken en rancunes niet eindeloos te onderhouden; en het therapeutisch vergeten, bijvoorbeeld bij de psychiater of een tribunaal. Nog éénmaal wordt het verleden dan herinnerd, om het daarna des te effectiever in de vergetelheid te kunnen bijzetten. Vergeten hoeft dus niet per se afkeurenswaardig te zijn. Zo min als herdenken altijd loffelijk is.

Duitsland, waar Assmann vandaan komt, heeft het dezer dagen weer druk met herdenken. Het is juist 25 jaar geleden dat de DDR-dictatuur ineenstortte en alle media zijn vol herdenkingsartikelen en films daarover. Maar ook het naziverleden wordt in Duitsland intensief herdacht en in boeken en films steeds opnieuw geïnterpreteerd. Dat heeft, zegt Assmann, trouwens wel even geduurd: in de eerste decennia na 1945 zagen Duitsers zichzelf vooral als slachtoffers van de oorlog, en dat werkte niet bevorderlijk op de analyse van daderaspecten.

Bij een toehoorder gingen gisteravond onwillekeurig de gedachten uit naar vergeten en herdenken in Nederland, al repte Assmann daar met geen woord over. Nederland lijkt – in ieder geval sinds de jaren zestig – een land waar ‘vernieuwing’ in veel situaties een toverwoord is, en het verleden geldt als ballast. We hebben wel veel verleden – en het wordt ook aan alle kanten vlijtig bestudeerd – maar het speelt in het actuele debat zelden een rol.

Wellicht gaat dat veranderen. In haar laatste boek, Ist die Zeit aus den Fugen?, signaleert Aleida Assmann dat in onze dagen de moderniteit sterk aan aantrekkingskracht lijkt te verliezen. Sinds het eind van de negentiende eeuw is de gedachte dat vernieuwing altijd verkieslijk is boven behoud in heel de Europese cultuur leidend geweest. Maar die dynamiek verdwijnt, bijvoorbeeld omdat ouders nu moeten aanzien dat hun kinderen vermoedelijk minder welvaart en mogelijk ook minder vrede zullen ervaren dan zijzelf. Wie weet breken er dus ook in Nederland voor herdenkers en historici gouden tijden aan.