Geen vaste baan, wél zekerheid

Zzp’ers en flexwerkers vormen een groeiende, kwetsbare groep. ‘Een sociale implosie dreigt’.

Groei van het aantal flexibele arbeidskrachten in Nederland
Groei van het aantal flexibele arbeidskrachten in Nederland

De arbeidsmarkt is aan het kantelen. Het aantal werknemers met een vast contract daalt, het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en mensen in tijdelijke dienst stijgt. In 2020 draaien bedrijven voor 30 procent op beide laatste groepen, volgens een peiling van TNO.

Maar veel van deze zzp’ers en tijdelijke werknemers zijn slecht verzekerd tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid en bouwen nauwelijks pensioen op. Een grote, groeiende groep mensen zit in een kwetsbare positie. En politiek Den Haag beseft nog niet dat er een fundamentele systeemverandering nodig is.

Dat vindt Paul van der Heijden, hoogleraar internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden en oud-Kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER). „We stevenen af op een sociale implosie”, zegt Van der Heijden. „De grondwaarden voor het arbeidsrecht en sociale zekerheid zijn bestaanszekerheid, eigen verantwoordelijkheid en solidariteit. Die waarden zijn een beetje geërodeerd. We moeten daarom de nieuwe waarden voor de 21ste eeuw gaan onderzoeken.”

Zeventig jongeren gaan morgen een poging doen via ReflexLAB, een opleidingsprogramma van de vakbonden FNV Jong en CNV Jongeren en de Algemene Bond van Uitzendondernemingen (ABU). De komende maanden willen ze nieuwe visies op de flexibele arbeidsmarkt opstellen.

„We hopen de discussie aan te jagen, ook binnen de vakbond”, zegt voorzitter Robbert Coenmans van FNV Jong. „Flexibilisering is een leeg begrip. Je moet kijken hoe je het vormgeeft. Als je de arbeidsomstandigheden goed regelt, is het niet zo’n punt, denk ik. We moeten eens af van het vaste beeld van ‘flexibilisering is het afvoerputje van de arbeidsmarkt’.”

„Het belang voor onze branche is balans”, zegt Jurriën Koops, directeur van de ABU. „Als de arbeidsmarkt goed functioneert, heb je economische groei, meer mensen die van baan wisselen en dus meer opdrachten voor uitzendbureaus. Wat we niet willen is een fundamentele tweedeling op de arbeidsmarkt. Een kloof tussen vaste werknemers met veel zekerheden en flexibele werkenden die dat niet of nauwelijks hebben.”

Toekomst

Hoe zou het sociale stelsel van de toekomst er dan uit moeten zien? „Als ik het wist, zou ik het uittekenen”, zegt Koops. „Je moet het eerst eens zijn over de fundamenten.” De ABU pleit zelf voor „eenvoudig meeneembare rechten”. Denk aan een basisverzekering tegen werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid en voor pensioen, los van het soort arbeidscontract en toegankelijk voor alle werkenden. „Dat is overzichtelijk en biedt zekerheid”, zegt Koops. „En je kunt gemakkelijker overstappen van de ene naar de andere baan, omdat je alles buiten je werkgever of opdrachtgever hebt geregeld.”

Een vergelijkbaar idee kwam vorige maand van de Baliegroep, een denktank van mensen uit de vakbeweging, werkgeversorganisaties, SER, verzekeringsbranche en publieke sector. In een manifest in deze krant pleitte de groep voor een verplichte, sociale verzekering voor alle werkenden. Zzp’ers en flexwerkers zouden bij opdrachtgevers een ‘flexibiliseringsopslag’ in rekening mogen brengen om hun deelname aan dit fonds te kunnen betalen.

Alleen: binnen de Baliegroep is niet iedereen het eens over zo’n nationaal fonds, benadrukten de opstellers van het manifest. Het toont hoe complex het vraagstuk flexibilisering is en hoe verdeeld de meningen in de polder zijn.

Om te beginnen over flexibilisering zelf, nog afgezien van oplossingen voor de bijbehorende problemen. De ABU spreekt van een „onomkeerbaar proces”. Werkgevers kiezen liever voor flexwerkers dan voor vaste contracten wegens de grillige economie en de lasten op arbeid door bijvoorbeeld de doorbetaling van loon bij ziekte, zegt Koops. „Het zorgt voor perverse prikkels op de arbeidsmarkt.”

‘Modern uitzendpopulisme’

De vakbonden denken daar anders over. FNV-voorzitter Ton Heerts spreekt van „modern uitzendpopulisme”. „Ik ben het daar allemaal niet mee eens. Neoliberaal geklets. Ik was van de week nog op een school waar allemaal onderwijzers voor een paar uur worden ingehuurd. Dat is toch niet goed. Er is een flexibele schil en die zal er deels blijven. En het is supergoed dat onze jongerenorganisaties daar over praten. Maar veel flexibiliseringsdiscussies zijn kostenpostdiscussies. Ik ga er niet in mee dat iedereen flexwerker wordt.”

„Ik weiger te geloven dat er niets aan te doen is”, zegt ook Maurice Limmen, voorzitter van CNV. „Het is geen natuurwet dat de flexibilisering doorzet en werkenden maar afstand moeten doen van hun rechten. Veel zzp’ers zijn pseudo-werknemers. Denk aan de timerman in de bouw die tijdens de crisis ontslagen is en nu zzp’er is met maar één opdrachtgever: zijn vorige baas. Die schijnconstructies worden al harder aangepakt. Als het aantal zzp’ers eindeloos blijft doorgroeien, wordt het ook een probleem voor de overheidsfinanciën. Een zzp’er zonder opdrachten heeft geen recht op een werkloosheidsuitkering en vervalt in de bijstand. Die zzp’er doet dus een beroep op de solidariteit van de gemeenschap. Want wie betaalt uiteindelijk de bijstand? Dat is de belastingbetaler.”

In het voorstel van de Baliegroep, een collectieve regeling buiten arbeidscontracten en cao’s om, ziet Heerts weinig. „Men probeert voor een deel te redeneren in de richting van een voorzieningenstelsel waarin je aanspraak kunt maken op wat je hebt opgebouwd. Dat willen wij niet. Wij hebben een aantal werknemersverzekeringen met rechten die we overeind willen houden. Een verplichte verzekering voor zzp’ers bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en pensioen, daar ben ik niet op tegen. Want veel zzp’ers komen erachter dat het een pijnlijk, armoedig bestaan is als ze plotseling uitvallen. Alleen moet je de rekening dan niet bij werkend Nederland neerleggen, maar bij de mensen die dit promoten: de werkgevers.”

Tweedeling

Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) ziet de oplossing voor een maatschappelijke tweedeling vooral in het beteugelen van flexibilisering. Tijdelijke werknemers hebben vanaf medio volgend jaar al na twee jaar in plaats van drie jaar recht op een vast contract, staat in zijn Wet werk en zekerheid. „Het vaste contract is nog altijd de norm in Nederland en ik zou dat graag zo houden”, zei Asscher eerder dit jaar op een congres van de ABU. „Vast houdt toekomst.”

Volgens hoogleraar Van der Heijden heeft het geen zin om „krampachtig” vast te houden aan het vooroorlogse arbeidsbestel. Flexibilisering is ook een sociaal cultureel fenomeen, dat samenhangt met de individualisering en de behoefte om eigen keuzes te maken, zegt hij. „De overheid kan om te beginnen een commissie instellen die onderzoekt welke stelselwijzigingen mogelijk zijn. Je kunt denken aan een gelaagd systeem voor sociale zekerheid, met verschillende niveaus van bescherming en met keuzevrijheid voor werkenden. Er zijn allerlei variabelen te bedenken. Als er maar wel wat gebeurt. Want de kaalslag in de rechtsbescherming is een feit.”