Gaat het echt slecht met de wilde dieren?

Twee jaar geleden nam het aantal dieren in landen met een gematigd klimaat volgens het WNF sterk toe, en nu opeens sterk af. Hoe kan dat?

Regenwouden worden gekapt en oceanen leeggevist. Leefgebieden krimpen en soorten sterven uit. Wereldwijd staat de natuur onder druk.

Maar hoe meet je dat?

Het Wereld Natuur Fonds (WNF) probeert de staat van de natuur iedere twee jaar in één cijfer te vangen: de Living Planet Index. Deze week presenteerde de natuurorganisatie het Living Planet Report. ‘Biodiversiteit op aarde in 40 jaar gehalveerd’, was de dramatische boodschap van het rapport. Verscheidene media, ook deze krant, namen dat over.

Maar de conclusies uit het nieuwe rapport verschillen op sommige punten radicaal met het vorige, uit 2012.

In dat rapport stond dat de biodiversiteit in gematigde streken zoals Nederland tussen 1970-2008 met 31 procent was toegenomen. Nu zou de biodiversiteit buiten de tropen met 36 procent zijn áfgenomen. Hoe kan dat?

Het gaat om een correctie, legt Natasja Oerlemans, hoofd innovatie van het WNF uit. In eerdere berekeningen telden alle soorten even zwaar mee. Maar omdat vogels en zoogdieren, waar het steeds beter mee gaat, oververtegenwoordigd zijn in het gegevensbestand dat het WNF gebruikt, werd de achteruitgang van amfibieën en zoetwatervissen verhuld.

De ommezwaai laat vooral zien hoe de uitkomst van de berekening afhankelijk is van de soorten die in de berekening worden meegenomen en hoe zwaar die meewegen. Een halvering van de index betekent dus niet dat de helft van de soorten sinds 1970 is uitgestorven. En het betekent ook niet dat er de helft minder wilde dieren leven.

Een willekeurig samenraapsel

Ecologen zijn daarom verdeeld over het nut van de index. Stuart Pimm, hoogleraar ecologie aan Duke University noemt de index een „willekeurig samenraapsel”. Ecoloog Maria Dornelas van de University of St Andrews vindt de index weliswaar „waardevol”, maar betwijfelt of het getal een betrouwbaar beeld geeft van de natuur.

Het WNF is afhankelijk van de gegevens die onderzoekers verzamelen. In Europa en Noord-Amerika tellen ecologen vooral vogels, in Azië en Zuid-Amerika bedreigde dieren als neushoorns en tijgers. „De Living Planet Index geeft daarmee een vertekend beeld van biodiversiteit als geheel”, zegt Dornelas. „We zijn meer geïnteresseerd in tijgers dan muizen, maar het zijn allebei wilde dieren.”

WNF is zich bewust van de hiaten in het databestand. „We voegen voortdurend nieuwe soorten toe”, zegt Oerlemans van het WNF. „En in de toekomst zijn we van plan de berekening verder uit te splitsen, naar land en natuurgebied.” Het WNF is bijvoorbeeld van plan Living Planet Reports voor afzonderlijke landen samen te stellen. In Nederland gebeurt dat in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek.