Een ladder over de gracht en je bent er

Jihadi’s en oppositiestrijders trekken naar Syrië, vluchtelingen willen naar Turkije. Dus beleven de smokkelaars toptijden aan de Turkse zuidgrens. Maar de oversteek wordt moeilijker en gevaarlijker.

„Kom je oversteken?” informeert de oudere vrouw die op een plastic stoel naast haar huis op de grens met Syrië zit. Het is haar standaardvraag aan buitenlanders. Waarom komen die anders met een taxi naar Akinci, een gehucht van een handjevol huizen dichtbij de stad Kilis in Turkije. „Nee? Goed zo, het is daar nu veel te gevaarlijk.”

‘Daar’ is het dorp dat over haar schouder zichtbaar is. Woningen en schuren in dezelfde jas van roodgeel woestijnstof als de glooiende heuvels. Af en toe klinkt een doffe plof. Dan schieten mannen van de Islamitische Staat (IS) op het dorp ernaast, dat in handen is van een militie van Jabhat al-Nusra.

Achter de muur van het hurktoilet bij haar woning loopt een onverharde landweg voor militaire patrouilles. Daarna prikkeldraad, een gracht van ongeveer drie meter diep en weer prikkeldraad. Een uitgesleten pad en stukken stof in het prikkeldraad verraden waar andere bezoekers wel de gracht over zijn gegaan, met behulp van een houten plank of ladder. Turkije en het zelfbenoemde kalifaat van IS zijn daarna nog maar een sprintje van elkaar verwijderd. Mits een smokkelaar je heeft gewaarschuwd waar de mijnen liggen.

Duizenden buitenlandse jihadgangers en extremistische Syrische oppositiestrijders hebben afgelopen jaar – evenals honderdduizenden vluchtelingen uit Syrië – zonder paspoort massaal gebruikgemaakt van overgangen zoals deze. Turkije was de gemakkelijkste route naar Syrië. Het land heeft in buitenlandse media de bijnaam ‘jihadistensnelweg’.

Smokkelaar en taxichauffeur is hier ongeveer hetzelfde

Net als de miljoenen toeristen die jaarlijks naar het land komen, kochten jihadgangers online tickets en een visum. Daarna werd het niet veel moeilijker. Op het busstation in de grensstad Kilis wordt iedere bus ontvangen door een groep taxichauffeurs die ‘tel tel’ roepen, een verwijzing naar de grens, maar niet naar de officiële grensovergang. Smokkelaar en taxichauffeur is hier ongeveer hetzelfde. Een oversteek door de velden kostte voor Syriërs die naar Turkije zijn uitgeweken tot voor kort zeven Turkse lira, ongeveer 2,50 euro.

Het grensgebied tussen Syrië en Turkije is vlak en dor. Er groeien olijven en pistachenoten. Reizigers worden naar huizen vlakbij de grens gebracht waar ze even moeten wachten. De smokkelaar heeft, meestal tegen betaling, afgesproken wanneer de bewakers de andere kant op kijken.

Zowel de Syrische vluchtelingen, als de oppositiestrijders hebben sinds het begin van de oorlog in Syrië in 2011 massaal gebruikgemaakt van de poreuze grens tussen Turkije en Syrië. Vluchtelingen om contact met hun familie te onderhouden en te controleren of hun huis nog staat. Strijders voor medische behandeling, bevoorrading of strategisch overleg.

Onder zware internationale druk heeft Turkije de grensbewaking de afgelopen maanden verscherpt. Met lijsten namen van buitenlandse inlichtingendiensten worden vermoedelijke jihadgangers op luchthavens onderschept. Op basis van die lijsten zou al ruim 6.000 mensen de toegang tot het land zijn geweigerd en zouden meer dan 800 zijn uitgezet.

Pendelbussen tussen Gaziantep en Kilis worden steekproefsgewijs gestopt en doorzocht op smokkelwaar, explosieven en buitenlandse jihadisten. Behalve om jihadgangers te stoppen, dient dat vooral om de kans op aanslagen in Turkije te verkleinen. Betrokkenen in de grensstreek bevestigen dat de oversteek moeilijker en gevaarlijker is geworden. Incidenteel wordt er zelfs geschoten.

De jihadgangers vermommen zich, ze scheren hun baard af

„Totdat IS kwam, was het alsof er hier geen grens was”, zegt een busbestuurder die tussen Gaziantep en Kilis rijdt en indien gewenst mensen naar Syrië smokkelt. Zoals de meeste geïnterviewden wil hij niet in de krant, want smokkelen is illegaal. „Je kon gewoon lopen. De opmars van IS heeft volgens hem alles veranderd. De bewaking is veel strenger en hij heeft nog zelden jihadisten in zijn bus. „Ik denk dat ze andere routes nemen en zich beter verspreiden.” Bovendien zijn de jihadgangers zich beter gaan vermommen, valt hem op. Steeds vaker zijn ze baardloos om minder op te vallen.

Waterdicht is de grens allerminst. Nog steeds groeit het aantal buitenlandse jihadisten bij IS, evenals het aantal Turken en Arabieren dat zich bij de groep aansluit. Ook Syrische burgers slagen er nog in de landsgrens over te steken, hoewel met steeds meer moeite.

De poreuze grens tussen Turkije en Syrië is van levensbelang voor de vluchtelingen. Sinds het begin van de oorlog zijn er zo’n 1,5 miljoen naar Turkije gekomen en ruimhartig opgevangen. Afhankelijk van de ontwikkelingen in de oorlog gaan sommigen zo nu en dan terug naar Syrië. Om familieleden te helpen, spullen op te halen of om te kijken of hun huis nog overeind staat. Abdul Kader is recent gearriveerd. Hij overweegt een pendeldienst op te zetten voor medicijnen en films voor röntgenfoto’s tussen Gaziantep en zijn geboortedorp in het noorden van Syrië. „Het zou heel heel erg moeilijk voor ons zijn als Turkije de grens echt dicht zou doen,” zegt hij.

Hussein, een twintiger uit Aleppo in Syrië, is overvallen door de nieuwe obstakels aan de grens. Hij komt voor een paar dagen naar Turkije om zijn verloofde te verrassen, die anderhalf jaar geleden met haar ouders is gevlucht. Zijn nette kleren zijn modderig geworden doordat hij door de gracht moest klauteren. De mensensmokkelaars hebben hem afgezet. Hij werd midden in het veld gedwongen een telefoon en een paar schoenen af te staan en 300 lira (103 euro) te betalen. „Ze hadden me verteld dat het heel makkelijk was,” zegt hij in de bus van Kilis naar Gaziantep. Die informatie is al lang achterhaald.