Opinie

Een hoorzitting over deflatie? Goed plan

Uitstekend plan, de hoorzitting over deflatie in het parlement waartoe PvdA-kamerlid Henk Nijboer het initiatief genomen heeft. Hoe groot het acute gevaar is, weten we nog niet. Terwijl België het afgelopen weekeinde al wist te melden dat de prijzen er over september zijn gedaald (-0,1 procent jaar op jaar) en ofschoon de Europese Commissie het inflatiecijfer over de gehele eurozone al weet (0,3 procent), moeten we in Nederland wachten tot eind volgende week.

Wat we wél weten is dat de tijden uitzonderlijk zijn. Vorige week organiseerde het agentschap dat voor de staat de financiering verzorgt de veiling van een zesjarige staatslening. De couponrente: 0,25 procent.

Dat is raar. Minstens even vreemd, en uiteraard samenhangend, is de veiling van twee kortlopende leningen aanstaande maandag. Een heeft een resterende looptijd van vier maanden, de ander een looptijd van negen maanden. Het is vrijwel zeker dat beide leningen uiteindelijk worden aangeboden tegen een negatief rendement van zo’n 0,1 procent. De paar miljard euro die Financiën ophaalt worden door beleggers aan de staat toevertrouwd – en zij leggen toe op het privilege dat te mogen doen. Alle staatsleningen tot en met een looptijd van drie jaar hebben negatieve rentes.

Alice in Wonderland. Rente betalen als je belegt. Gesprekken in de rij voor de kassa van de supermarkt over het feit dat alles alsmaar goedkoper wordt.

Er zijn meer periodes geweest van prijsdalingen of ultralage inflatie. Eerste voorbeeld: halverwege de jaren tachtig, midden in het Amerikaanse expansieve beleid dat toen Reaganomics werd genoemd. In de aanloop naar 1985 was er een gigantische, nooit overtroffen stijging van de dollarkoers. Als de euro al had bestaan, dan was de koers toen nog maar 0,62 dollar per euro geweest.

Dat werd te gortig: het Verenigd Koninkrijk, de VS, Frankrijk, Duitsland en Japan sloten in september 1985 het zogenoemde Plaza-akkoord om de dollarkoers te drukken. De Amerikaanse munt halveerde daarop naar een koers van 1,26 dollar per tegenwoordige euro. De invoerprijzen in Nederland kelderden uiteraard mee en droegen bij aan twaalf maanden van deflatie tussen juli 1986 en juni 1987, met als dieptepunt een inflatie van -1,3 procent in januari 1987.

Tweede voorbeeld: vanaf juli 2009 waren er drie maanden van inflatie van nagenoeg nul procent. Maar dat kwam door de financiële crisis én een scherpe daling van de grondstoffenprijzen die een jaar daarvoor nog records hadden bereikt.

En nu? Deflatie is er nog niet in Nederland. Dat is het goede nieuws. Voorlopig dan. Het slechte nieuws is dat er ditmaal, anders dan toen, geen sprake is van een eenduidige aanleiding voor de lage inflatie, die in deflatie zou kunnen omslaan. En voorbij is het nog lang niet. Grondstoffenprijzen dalen wereldwijd. Brent-olie staat, met 95 dollar per vat, op zijn laagste punt in twee jaar – ondanks IS, ondanks Oekraïne. De Europese economie verliest de weinige vaart die zij al had, China vertraagt en ook in de VS loopt de activiteit terug. De inkoopmanagersindices die gisteren werden gepubliceerd zagen er voor vrijwel alle OESO-landen slecht uit.

Een hoorzitting in de Tweede Kamer zal natuurlijk niet helpen om een eventuele periode van deflatie te voorkomen. Maar het is begrijpelijk dat de volksvertegenwoordigers zichzelf (en het publiek) willen informeren. Als er sprake is van een korte deflatiedip, dan zal het hele evenement achteraf als overdreven worden beschouwd. Maar je weet nooit. Deflatie is een destructief en slecht begrepen verschijnsel. De economische, financiële en monetaire omstandigheden van nu zijn ronduit wonderlijk. En, geloof het, er is niemand die weet hoe het allemaal afloopt.