Doornroosje prikt zich aan de heroïnespuit

Het Nederlands Dans Theater brengt de moderne versie van Mats Ek van het klassieke Doornroosje-ballet: „Het stuk over liefde, zelfdestructie, familie, vooroordelen, compassie is nog altijd actueel.”

Ema Yuasa als junkie-prinses Aurora in Mats Eks ballet ‘The Sleeping Beauty’ bij het NDT
Ema Yuasa als junkie-prinses Aurora in Mats Eks ballet ‘The Sleeping Beauty’ bij het NDT

Het prikmoment, daar moest choreograaf Mats Ek (69) een oplossing voor vinden toen hij in 1996 het klassiekste aller balletten, The Sleeping Beauty, bewerkte. Prinsen en prinsessen, goed en kwaad, liefde en verraad – in sprookjesboeken wemelt het ervan. Maar die prik aan het spinnewiel, gevolgd door een langdurige slaap, is specifiek voor het verhaal van Doornroosje. En zo werd Eks balletversie van The Sleeping Beauty, vanaf volgende week te zien bij het Nederlands Dans Theater, geen met goudverf overgoten sprookje, maar een soort Wir Kinder vom Bahnhof Zoo, met Doornroosje als Christiane F., de prins als dubieus sujet, en een heroïnespuit als spoel.

Want Mats Ek doet die dingen anders.

Sprookjes en klassieke (toneel-)literatuur hebben hem altijd geïntrigeerd. „In de oude sprookjes sluimert drama, maar het wordt niet uitgewerkt”, zegt de Zweed in het Lucent Danstheater. Hij is gekomen om in de laatste repetities voor de Haagse première de puntjes op de i te zetten. „Voor de hedendaagse theatermaker ligt de uitdaging daarin. Ik zie mijzelf als deel van een keten waarvan het begin veel eerder ligt dan het ontstaan van het theater. De oude verhalen komen steeds terug, in verschillende variaties. Als je ze met een open blik blijft lezen, kom je regelmatig tot de conclusie dat je ze niet écht kent. Zo blijven ze steeds aan mijn deur kloppen. Mijn streven is de afstand tussen de oude verhalen en het publiek van nu te overbruggen. Als choreograaf en als regisseur, dat maakt wat mij betreft niet veel verschil.”

Ek is beide, maar ziet de choreografie als zijn hoofdactiviteit. Toch bekeerde hij zich pas in tweede instantie, na een toneelopleiding, tot de dans, uit verzet tegen de wensen van zijn moeder, choreografe Birgit Cullberg. Net als broer Niklas trad hij aanvankelijk in de voetsporen van zijn vader, acteur Anders Ek. In zijn balletten combineert hij beide disciplines. Altijd is er wel sprake van een narratieve lijn, hoe summier ook. Naar eigen zeggen zou hij niet eens in staat zijn een totaal abstract ballet te maken.

Met zijn liefde voor vertellen, én natuurlijk zijn choreografische stijl waarin grote klassieke bewegingen worden vermengd met een aards idioom vol aandoenlijke houdingen, diep doorgebogen spreidstanden en wellustig draaiende billen, onderscheidde hij zich in de danswereld van de jaren tachtig. Met zijn radicale bewerking van Giselle, veruit het bekendste ballet uit de Romantiek, verwierf hij wereldfaam. Het onschuldige boerenmeisje met een romantische ziel uit 1841 transformeerde in Eks versie uit 1982 tot een impulsieve jonge vrouw die haar ontluikende seksualiteit ongeremd exploreert. De witte wereld der Wili’s waarin Giselle na haar dood terechtkomt, is bij hem een psychiatrische kliniek, waar Giselle wordt opgeborgen wegens afwijkend gedrag.

Na Giselle volgde Het Zwanenmeer (1987). Ek laat de met zijn dominante moeder worstelende prins inzien dat het witte ideaalbeeld niet voor hem is weggelegd. Deze Siegfried kiest dus voor de Zwarte Zwaan, die niet alleen bereikbaarder is, maar ook een stuk makkelijker in de omgang.

Een modernisering van The Sleeping Beauty kon niet uitblijven. Aanvankelijk was hij wat huiverig voor de grootsheid van de muziek en het ballet uit 1890. „Ik hoorde bij Tsjaikovski alleen nog de ‘glitter en de glamour’. Een beetje het effect van de Carmina Burana van Orff – eerst denk je wow!, maar als je dan over zijn nazisympathieën leest, hoor je alleen dat nog maar.” Ek hervond zijn ingang tot de compositie onder andere door de muziek te vervormen, ter illustratie van Aurora’s heroïneroes: haar honderdjarige slaap.

In de loop der jaren heeft hij bij de gezelschappen die The Sleeping Beauty op het repertoire namen – het Nederlands Dans Theater is nummer zeven – maar weinig veranderingen aangebracht. Mits goed gedanst, zegt de choreograaf, heeft het stuk zijn relevantie niet verloren.

Een van die lagen is nog altijd actueel. ‘Slechte fee’ Carabosse is bij Ek de heroïnedealer die het opstandige rijkeluiskind Aurora van haar eerste shot voorziet. In 1982 werd de rol gedanst door een Noord-Afrikaanse danser, en ook bij het Nederlands Dans Theater is Carabosse een vreemdeling. Zijn gewelddadige dood – ‘prins’ Désiré vermoordt hem – heeft dus een racistisch tintje. Maar voor de even geëngageerde en geëmancipeerde als genuanceerde Ek is een puur slecht karakter te simpel en het is dus juist Désiré die zich na zijn huwelijk met Aurora liefdevol ontfermt over het bastaard-ei dat zij baart. „Het stuk heeft een hedendaags publiek nog genoeg te vertellen over liefde, zelfdestructie, familie, vooroordelen en compassie.” Hij aarzelt even, en zegt dan met stelligheid: „Anders zou ik het niet meer verkopen.”