De jonge Asscher versus de minister

Lodewijk Asscher had tien jaar geleden felle kritiek op het koppelen van allerlei bestanden.

Lodewijk Asscher zat in 2003 in de jury van de Big Brother Awards – een prijs voor grove privacyschenders. Had de Asscher van toen de Asscher van nu genomineerd voor de Big Brother Award 2014? Wie tien jaar teruggaat, leert Asscher kennen als criticus van te verregaande overheidsbemoeienis en beijveraar voor de privacy van onschuldige burgers. Minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) is juist verantwoordelijk voor het besluit om wettelijk te regelen dat risicoprofielen van burgers gemaakt mogen worden door persoonsgegevens van vele instanties te koppelen. Dit gebruikt de overheid om te zoeken naar potentiële fraudeurs. Dat zou voor academicus Asscher – die in 2002 aan de Universiteit van Amsterdam op het onderwerp informatierecht promoveerde – aanleiding zijn geweest voor een stevige terechtwijzing.

Wie die publicaties van tien jaar geleden nog eens terugleest, ontdekt een grote discrepantie tussen de academicus en de minister. In 2004 bekritiseert Asscher in Het Financieele Dagblad het ministerie van Justitie, dat steeds meer identificerende gegevens kan vorderen. Asscher toen: „Waarom zijn deze voorstellen nu zo ingrijpend? Omdat in de huidige informatiesamenleving vrijwel alle gegevens over iedereen hiermee binnen het bereik van justitie komen.” De huidige Asscher wil zo mogelijk nog meer gegevens van burgers gaan verwerken. Hij verdedigt zijn besluit door te zeggen dat „niet zomaar grote hoeveelheden gegevens aan elkaar worden gekoppeld”. Ook Justitie verdedigde haar voorstel destijds met geruststellende woorden. Asscher toen: „We moeten dat blijkbaar maar aannemen.” De academicus trok in 2002 fel van leer een Amerikaanse wet die het mogelijk maakte om op basis van gedetailleerde persoonlijke informatie te voorspellen of iemand terreurdaden kan gaan plegen. Asscher in Netkwesties: „Het lijkt een cynische grap, een nachtmerrie van een paranoïde burger, maar het is een echt wetsvoorstel.”

In het PvdA-tijdschrift Socialisme & Democratie pleit Asscher in 2003 voor het mogelijk maken van een rechterlijke toetsing van wetten aan de Grondwet. De Leidse hoogleraar Gerrit-Jan Zwenne gelooft niet dat de huidige Asscher daar nog achter kan staan. Want: zijn wet „staat op gespannen voet met het privacygrondrecht in artikel 10 van de Grondwet.” Een stevig punt maakte de academicus Asscher van het gebruiken van gegevens van niet-verdachten voor opsporing. Daar zal de minister zich ook schuldig aan maken. Zwenne: „Een risico bij het gebruik van risicoprofielen is de onschuldpresumptie: iedereen wordt behandeld als verdachte. En het is veel moeilijker om aan te tonen dat je iets niet hebt gedaan, dan omgekeerd.”