David Fincher, generaal op zijn set

Hij was al een wonderkind met z’n super 8-camera. Nadat hij Alien 3 mocht regisseren, maakte hij een indrukwekkende rij succesfilms. Se7en, Fight Club, Benjamin Button, The Social Network, en nu: Gone Girl.

Rosamund Pike in Gone Girl, de nieuwe film van David Fincher.
Rosamund Pike in Gone Girl, de nieuwe film van David Fincher. ©

Hij blijkt een egoïstische slapjanus, zij een kille manipulator. Het koppel Nick en Amy Dunne druipt na de economische crisis met de staart tussen de benen af van New York naar Missouri, van sterjournalist gedegradeerd tot ‘fly over-people’. Als Amy verdwijnt, wijzen de sporen naar Nick, al snel de meest gehate man van Amerika. Een droomhuwelijk ontmaskerd als een hel van bedrog, overspel en moord: wie Gone Girl leest, begrijpt meteen dat deze bestseller geknipt is voor David Fincher (52).

Duister en industrieel

Fincher stond ooit bekend om zijn duistere, industriële esthetiek met een kil kleurenpalet, schone, scherpe frames, dynamische, hoekige trackshots. Maar stijl volgt verhaal: wat heeft het helderbleke, weidse pastel van The Curious Case of Benjamin Button (2008) te maken met de smoezelige, claustrofobische stijl van Fight Club (1999)? Hooguit dat Fincher visueel niets aan het toeval overlaat.

David Fincher groeide op in San Francisco. Vader Howard, journalist en bureauchef van Life, was een cinefiel die filmscripts schreef, moeder een drugshulpverlener. Fincher was zo’n jochie met Super 8-camera dat in zijn achtertuin misdaadfilms regisseerde, geïnspireerd door George Lucas, die verderop in de straat woonde. Coppola nam in zijn wijk The Godfather op.

Fincher had al vroeg de reputatie van een wonderkind met groot zelfvertrouwen. Hij klom op van het ontwikkelingslab via assistent-cameraman tot trucagespecialist bij George Lucas. Een filmpje met een rokende foetus voor de American Cancer Society vestigde in 1984 zijn naam, waarna Fincher carrière maakte met briljante videoclips en commercials. Nog geen 27 jaar oud, benaderde Fox hem eind jaren tachtig om Alien3 te regisseren.

Ontgroening

Het werd een harde ontgroening. Fincher moest in de Britse Pinewood Studio aan de slag met een rommelig script dat half af was en dito decors terwijl studiobonzen zijn autoriteit op de set ondergroeven. De film, over heldin Ripley die op een gevangenisplaneet merkt dat ze een alien in haar buik draagt, werd gekraakt om zijn morbide toon. Typisch voor Finchers confronterende stijl was een autopsie op een dood meisje en een exploderende hond. De wereld was nog niet klaar voor zulke wreedheid jegens kind en huisdier.

Vijftien jaar na dato oogt de finale van Fight Clubgriezelig profetisch

Na dit fiasco was Fincher vastbesloten alleen films te maken als hij de controle had. Zijn herkansing kwam toen Brad Pitt en Morgan Freeman tekenden voor Se7en, een bescheiden thriller die uitgroeide tot de verrassingshit van 1995. Sindsdien maakte Fincher nooit een film buiten het studiosysteem: hij lijkt te genieten van de strijd, van het doordrukken van zijn visie. Waarbij hij soms zijn malicieuze humor inzet. Zo smeekte directeur Laura Ziskin van Fox, die Fincher carte blanche gaf met Fight Club, een regel van de verlepte schone Marla (Helena Bonham-Carter) te kuisen, die na de seks fluistert: „Ik wil jouw abortus.” Fincher beloofde beterschap, waarna Ziskin bij de première ontdekte dat de tekst nu was: „Mijn god, zo goed ben ik sinds de lagere school niet meer geneukt.”

Fincher cultiveert de reputatie van perfectionist, hard en gedreven. Op de set moet je een generaal zijn, benadrukt hij in elk interview. Niet dat hij dat leuk vindt: Fincher houdt van casten, repeteren, locaties zoeken, montage, geluid: van alles behalve de opnames. De filmset is de plek waar zijn dromen sterven en het compromis met de realiteit wordt gesloten. Moet je bij Panic Room (2002) een halve dag wachten omdat iemand ’s nachts uit de studiokeuken een messenset stal die een dag eerder in een scène te zien was? „Ik vind dat we moeten wachten, maar er staan wel 95 man op de rol.”

Hard en arrogant

Hard, arrogant: ook acteur Yorick van Wageningen kende Finchers reputatie voor de opnames van The Girl with the Dragon Tattoo, waarin hij een verkrachtende jeugdvoogd speelt. Hij zag Fincher tandenknarsen over zijn Zweedse crew. „Hij is een controlfreak waar het gaat om beeld, geluid en techniek, ik zou ook niet graag zijn cameraman zijn. Maar acteurs gunt hij juist veel ruimte. Hij weet dat je de zaak doodslaat als je alles al weet.”

Fincher was zo’n jochie dat in zijn achtertuin misdaadfilms regisseerde

Repetities zijn bij Fincher meer praatsessies: hoe zitten de personages in elkaar? Het echte repeteren begint voor de camera; vandaar dat hij erom bekendstaat een enorm aantal takes te schieten, ook om de maniertjes eruit te halen. „Vaak hebben acteurs vooraf bedacht hoe het moet”, zei Fincher eens. „Na 17 takes houden ze op met denken.”

Finchers wereldbeeld is er niet vrolijker op geworden sinds cultklassieker Fight Club (1999), een woeste satire op het postindustriële kapitalisme dat mannen dresseert tot kantoormuizen die hun identiteit ontlenen aan merken en voorverpakte pseudorebellie. Vijftien jaar na dato oogt de finale van Fight Club griezelig profetisch, met acteur Edward Norton die op ‘Ground Zero’ de glazen wolkenkrabbers van de banken ineen ziet storten. Fincher ziet het als een manifest van zijn ‘Generatie X’. Hoe hij de film rijmt met zijn reclamespotjes voor Sony, Coca-Cola, Apple, Nike en Adidas? Fincher ziet geen contradictie: net als leeftijdsgenoten als Quentin Tarantino gelooft hij niet in vechten tegen het systeem. Hij wil het naar zijn hand zetten.

Fincher vermijdt daarom blockbusters. Star Wars, 20,000 Leagues Under the Sea met Brad Pitt: ze sneuvelden omdat studio’s hem met zulke budgetten te weinig armslag bieden. Fincher maakt liever middelgrote films als Gone Girl. En nu die in Hollywood schaars zijn, televisie: na Netflixserie House of Cards werkt hij nu aan HBO-serie Utopia. Weer een grote naam die Hollywood tijdelijk de rug toekeert.