Opinie

China van boven met postduif Toontje

Toontje inDagboek van een Postduif (VPRO).
Toontje inDagboek van een Postduif (VPRO).

Veel ruchtbaarheid is er niet aan gegeven, maar sinds kort staat gratis en voor niks een collectie recente documentaires online, waar Netflix een puntje aan kan zuigen. Het gaat om honderden titels die de NPO de afgelopen jaren heeft uitgezonden: documentaires in strikte zin, maar ook reis- en natuurseries, reportages, afleveringen van Tegenlicht.

Het non-fictieaanbod bij de publieke omroep is niet alleen omvangrijk en kwalitatief hoogwaardig, maar ook op drie manieren toegankelijk: elke avond minimaal een uitzending op NPO2 of NPO3, in een permanente carrousel op het digitale 24-uurskanaal NPODoc en on demand op de website npodoc.nl . Wie daar naar de rubriek Collecties doorklikt, zal versteld staan.

Je kunt er zoeken op titel, regisseur, thema en locatie. Een tijd lang waren de Verenigde Staten bij uitstek de plek waar Nederlandse documentairemakers wilden filmen, maar er staan er nu 59 uit Noord-Amerika online tegenover 67 met een Russisch onderwerp. China blijft achter, met slechts 24 titels.

Je ziet het nu ook weer met de geringe tv-aandacht voor de Hongkongse Paraplurevolutie: we vinden China exotisch, ver weg en onbegrijpelijk. Het is een reden te meer om blij te zijn met de beslissing van voormalig China-correspondent Floris-Jan van Luyn om zich te gaan toeleggen op het regisseren van documentaires. Tot nu toe spelen die zich allemaal minstens voor een groot deel af in China. Nog beter nieuws is dat Van Luyn zich niet meer als journalist gedraagt, maar primair als beeldenmaker. In de rubriek Aan de Keukentafel Met... (NPODoc) vertelde hij interviewer Chris Kijne dat hij een film niet maakt, als hij de indruk heeft dat hij de essentie ook in een krantenartikel zou kunnen persen.

Aanleiding vormde Van Luyns documentaire Dagboek van een Postduif (VPRO) die gisteren direct na de première op het Nederlands Filmfestival uitgezonden werd (helaas weer eens ingekort, van 64 naar 52 minuten). Het is net als al Van Luyns films een visueel essay, een spel met beeld en geluid. In dit geval doet de constructie zelfs bijna aan een speelfilm denken. Postduif Toontje verkent vanuit de lucht de omgeving van Stadskanaal en Beijing, nadat hij voor veel geld verkocht is aan een Chinese duivenhouder. Op de geluidsband geeft acteur Johan Leijsen het dier een stem, die reflecteert op uitvliegen en terugkeren.

Het is dus een in hoge mate kunstmatig geconstrueerd dagboek, dat ook uitstapjes bevat naar het leven van gewone mensen in de huizen waar de duif overheen vliegt. Je zou het een kruising kunnen noemen tussen Nederland van Boven en Nils Holgerssons Wonderbaarlijke Reis.

Het goede nieuws is dat Van Luyn weer een stap verder zet op het spoor van eigenzinnig, de beeldtaal onderzoekend film maken. Het slechte nieuws is dat er meer dan in eerder werk willekeur binnensluipt, en soms een klein beetje behaagzucht. Het kan liggen aan de inkorting, de lange versie heb ik niet kunnen vinden. Ga toch maar even kijken online, want een bijzondere film is het zeker.