Braziliaanse kiezer eist artsen van WK-kwaliteit

Zondag is de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in Brazilië. De middenklasse is ontevreden.

Presidentskandidaat Marina Silva op campagne in een sloppenwijk. Ze neemt het zondag op tegen Dilma Rousseff.
Presidentskandidaat Marina Silva op campagne in een sloppenwijk. Ze neemt het zondag op tegen Dilma Rousseff. Foto Reuters

Tot voor kort twijfelde Antonia Barbosa de Souza geen moment op wie ze zou gaan stemmen zondag tijdens de presidentsverkiezingen in Brazilië. De vrouw, afkomstig uit het arme noordoosten van het land, zag haar leven drastisch verbeteren dankzij de genereuze sociale programma’s van de linkse Arbeiderspartij (PT) van de huidige president Dilma Rousseff. Ze verdient weliswaar een minimumloon, maar heeft een baan en huurt een appartement in Rio de Janeiro, een van de duurste steden te wereld.

Nu wil ze van Dilma Rousseff niets meer weten. Haar ervaring met het publieke zorgsysteem veranderde haar hele perspectief. „Ik had een operatie aan mijn wervelkolom nodig”, zegt de 44-jarige vrouw. „Eerst moest ik twee jaar wachten, vervolgens raakte een zenuw beklemd.” Barbosa de Souza kan haar arm niet meer bewegen. „Volgens de dokter kan ik pas in februari weer terecht.”

Gezondheidszorg is een doorslaggevend thema tijdens deze presidentsverkiezingen, die misschien wel de spannendste ooit worden. Dat komt onder meer door de toenemende verwachtingen en eisen van de expanderende middenklasse (bekend als klasse C), waar Barbosa de Souza deel van uitmaakt. Het Brazilië van nu maakt die verwachtingen niet waar.

Marina Silva

Opiniepeilingen laten opmerkelijke cijfers zien: 45 procent van de Brazilianen vindt gezondheidszorg het grootste probleem van het land. Zorg is vaak belangrijker dan onvrede over veiligheid (18 procent), corruptie (10 procent) of onderwijs (9 procent).

Het is deze klasse C, in omvang bijna de helft van de 143 miljoen stemgerechtigden, die president Rousseff in het nauw brengt. Rousseff verloor populariteit na het straatoproer van vorig jaar, maar dat herstelde zich na het succesvolle WK voetbal. Haar belangrijkste tegenstander is Marina Silva. Zij krijgt veel steun van klasse C en maakt goede kans de eerste zwarte president van Brazilië te worden.

Zondag zal blijken hoe hard Rousseff wordt afgerekend op haar magere reactie op de massaprotesten in juni vorig jaar. Toen spraken miljoenen mensen, overwegend uit die klasse C, zich uit tegen de slechte publieke voorzieningen in het land. „We willen geen stadions” riepen mensen. „Wij willen FIFA-kwaliteit-ziekenhuizen.”

Buitenlandse artsen

Rousseff’s antwoord was het instellen van het programma Meer Dokters, dat duizenden buitenlandse artsen naar Brazilië haalde. Het land heeft een groot gebrek aan artsen: gemiddeld 1,8 op duizend inwoners. Ter vergelijking: Nederland heeft drie artsen per duizend inwoners.

Het programma helpt, al is het een tijdelijke oplossing, zegt Alexandre Chiavegatto Filho, hoogleraar gezondheidszorg aan de Universiteit van São Paulo. „Een stelsel dat zoveel slechte zorg levert, verbeter je niet met een paar duizend artsen.”

Michelle Nysten (29) kan het weten. Als enige Nederlandse uit het programma Meer Dokters werkt ze als huisarts in Iguaba, een arme voorstad van Rio de Janeiro. Ze ondervindt dagelijks hoe slecht het systeem functioneert. „Alles is kapot in mijn kliniek. Er zijn nauwelijks medicijnen of medische instrumenten,” zegt Nysten, die in Iguaba is gestationeerd omdat Braziliaanse artsen er niet willen werken. „Ik kan mezelf niet eens behoorlijk beschermen tegen tuberculose.”

De Nederlandse schrok van de houding van veel Braziliaanse dokters. Specialisten die twee dagen gecontracteerd zijn door een kliniek, komen maar een halve dag opdraven. Dokters verwijzen patiënten met hoofdpijn liever door naar de neuroloog dan zelf onderzoek te doen.

„Het gevolg is dat patiënten in nood niet worden geaccepteerd in het ziekenhuis,” zegt Nysten. „Recent verwees ik een patiënt met zware benauwdheid en pijn op de borst door naar een specialist. Overal werd hij geweigerd. Onderweg naar het vierde ziekenhuis overleed hij in de auto.”

Enorme ambities

Toen SUS, de Braziliaanse afkorting voor het uniforme gezondheidszorgstelsel, in 1988 werd vastgelegd in de grondwet, waren de ambities enorm. Gratis zorg werd een recht voor iedereen, en de staat was verplicht daarvoor te zorgen. Een uitzonderlijk inclusief systeem vergeleken bij andere landen in de regio.

Die ambities bestaan nog steeds, maar de uitvoering hapert. Hoewel het budget in elf jaar verdrievoudigde is veel geld blijven hangen op staats- of stedelijk niveau. Het gevolg: er bestaan grote verschillen tussen zorg in grote steden, (gewelddadige) periferieën en dunbevolkte gebieden in het binnenland en de Amazone.

En dus hoort een handvol van de staatsziekenhuizen in steden als São Paulo tot de beste van het continent, maar zitten zevenhonderd van de 5.564 Braziliaanse steden zonder dokterspost of arts. Dit leidt tot onnodige problemen, zoals de 19-jarige vrouw die vorig jaar een kind kreeg op de stoep voor een ziekenhuis in de noordoostelijke stad Santo Amaro.

Met de verkiezingen hopen Brazilianen dat hun klachten eindelijk worden gehoord. Wel blijven ze sceptisch: de beloftes waarmee de kandidaten nu zo rijkelijk strooien beperken zich tot het investeren van meer geld. Concrete plannen blijven uit.

Dat geldt zowel voor Dilma Rousseff als voor haar grootste uitdagers Marina Silva (Socialistische Partij) en Aécio Neves (Sociaal-Democratische Partij). Wie de nieuwe president ook wordt, hem of hoogstwaarschijnlijk haar wacht de belangrijke taak om de zorg te hervormen.