Opinie

Annie Schmidt

Gelukkig – ook Doosje stond erin. Dat zal iedereen hebben die een nieuwe bloemlezing uit het werk van Annie M.G. Schmidt onder ogen krijgt: staan mijn favorieten erin? Ook bij een schrijver als Carmiggelt is dat onvermijdelijk.

Het lijkt me geen toeval dat beide schrijvers inmiddels op gelijke wijze zijn ‘gedundrukt’ door uitgeverij Van Oorschot. Eerst Carmiggelt, nu Annie Schmidt met de bloemlezing Die van die van u. Het betreft hier sterk verwante schrijvers, die wat meer licht en lucht in de nogal donkere huiskamer van de Nederlandse literatuur hebben gebracht. Het duurde even voordat zij daarvoor ook de officiële erkenning kregen, maar dat hoort erbij: wie de ernst niet al te serieus neemt, zal ook zelf niet zo gauw serieus genomen worden.

Er zijn eerder keuzes uit en verzamelingen van Annie Schmidts werk verschenen, zoals Tot hier toe (1986) en Zeur niet (2007). Samenstellers Wouter van Oorschot en Flip van Duijn, zoon van Annie, gooien het in Die van die van u over een andere boeg: zij behandelen de gedichten voor volwassenen, de kinderversjes en de liedjes als gelijkwaardige genres door ze naast elkaar af te drukken.

Ik ken het werk van Annie Schmidt, maar ik ben er geen groot kenner van en moest me daarom bij deze bundel geregeld afvragen: is dit nu een gedicht of een liedje? (De kinderversjes zijn door toon en woordkeus wat gemakkelijker te onderscheiden.) Dat is tegelijk de charme van deze bloemlezing: je kunt er onbevooroordeeld in ronddwalen, er staan geen wegwijzers.

Pas toen ik de bundel uit had, heb ik opgezocht tot welke genres de teksten hoorden. Toen bleken mijn favoriete Doosje en Zonder jou (dat ik deze week al in ander verband citeerde) twee liedjes te zijn – maar dan wel liedjes met de kracht van superieure poëzie.

Aan Doosje bewaar ik een onuitwisbare herinnering, omdat mijn oudste dochter het zo goed voorlas tijdens de crematiedienst van mijn moeder. „Hoe kwam je destijds toch aan dat gedicht?” vroeg ik haar onlangs, met terugwerkende kracht trots op haar eruditie. „Jij had het voor me opgezocht in een boek”, zei ze eerlijk. Ik was de regisseur van mijn eigen ontroering geweest.

En die ontroering komt opnieuw boven als ik na zoveel jaren regels herlees als: Ik zou je het liefste in een doosje willen doen/ en je bewaren, heel goed bewaren./ Dan zou ik je verzekeren voor anderhalf miljoen/ en telkens zou ik eventjes het doosje opendoen/ en dan strijk ik je zo zachtjes langs je haren.

Over veel regels uit het werk van Annie Schmidt ligt een vergelijkbare schittering. Of het nu om teksten voor grote of kleine mensen gaat, of de toon baldadig is, melancholiek of sarcastisch. Het zijn regels die je ontregelen, omdat ze je een nieuwe, vaak ontnuchterende, soms ook ontluisterende blik op het menselijk bedrijf geven.

Terwijl ik terugblader in Die van die van u valt me op dat ik haar liedteksten voor volwassenen het sterkste deel van haar werk vindt. Het bittere Het is over, het weemoedige Op een mooie Pinksterdag, het berustende Was dat nou alles? – het is allemaal onverslijtbaar. Ik sluit af met het eerste couplet van laatstgenoemd lied.

Voor ’t eerst naar bed met een man./ Het was heel anders dan ik dacht./ Ik weet niet wat ik had verwacht,/ misschien de climax van geluk,/ misschien een groot spektakelstuk./ Ik dacht: let op, nu wordt er een Apollo gelanceerd./ Maar ’t was niet zo./ Ik dacht verkeerd.