Alleen geen failliete garage

Never change a winning team. Dus is er nu Wonderbroeders, van de makers van verrassingshit De Marathon. De failliete garage is ingeruild voor een uitstervende Franciscanenorde en een bisschop die van hun klooster een wellness-hotel wil maken. De vijf resterende broeders („Salomon is er ook al niet meer”, zo nemen zij in de openingsscène afscheid van de zesde) hopen op een wonder, zodat ze niet met een zwijgende orde hoeven te fuseren.

De vijf (inclusief hun dementerende abt, de kookmonnik, een Balkenende-lookalike en eentje met te hoge bloeddruk) hebben het wel best zo. Ze bidden een beetje, roken een sigaartje, eten een stamppotje, mopperen een beetje op de vooruitgang.

Of het er allemaal heel erg katholiek aan toegaat moeten de godgeleerden maar uitmaken. De film is goedaardig blasfemisch, een beetje zoals Wim Sonneveld halverwege vorige eeuw de zingende Frater Venantius uit Schin op Geul introduceerde.

Het duurt lang voordat het wonder uit de titel zijn intrede doet, en de plot echt op stoom komt. Schrijvers- en regisseursduo Johan Timmer en Martin van Waardenberg (die een monnik met een verleden speelt) introduceren hun personages in een rustig tempo, met weinig omhaal van woorden, en vol kleine observaties en visuele grapjes.

In een interview vertelde Van Waardenberg gefascineerd te zijn door de gedachte wat die mannen in jurken de hele dag in zo’n klooster doen. Het antwoord is: niet veel. De tragikomedie van hun leven schuilt in de details. Het maakt van Wonderbroeders een sympathieke, goedmoedige, maar weinig enerverende film.