‘600.000 mensen verliezen hun recht op zorg’

Dit twitterde SP-Kamerlid Renske Leijten vorige week.

illustratie Emmelien Stavast
illustratie Emmelien Stavast

De aanleiding

‘Met aannemen van nieuwe zorgwet verliezen 600.000 mensen recht op zorg’, twitterde SP-Kamerlid Renske Leijten vorige week. De tweet werd druk rondgestuurd en zaaide onrust. Is dit terecht?

En, klopt het?

Eerst even een kort college over wetten. Vorige week werd de Wet langdurige zorg, een onderdeel van de zorgdecentralisatie, aangenomen in de Tweede Kamer. Na 1 januari 2015 verdwijnt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), een wet waarmee mensen een verzekerd recht hadden op zorg variërend van verblijf in een verpleeghuis tot dagbesteding. De verschillende elementen uit de AWBZ worden in vier wetten ondergebracht: de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning. De laatste twee worden vanaf 1 januari uitgevoerd door de gemeenten.

Terug naar Renske Leijten. Het Kamerlid legt geroutineerd uit hoe ze kwam bij het getal 600.000. Er maken nu 800.000 mensen gebruik van de AWBZ, van wie er straks 200.000 in de Wlz terechtkomen. De rest verliest volgens Leijten het recht op zorg. „Het kan best zijn dat ze die zorg houden, maar het is geen recht meer. In de AWBZ kon je naar de rechter gaan als je je zorg niet kreeg. Maar in de Wmo kun je de zorg niet afdwingen: de gemeente bepaalt wat je krijgt.”

Maar de Zorgverzekeringswet dan? Onder deze wet vallen vanaf 1 januari ook verpleging en verzorging aan huis. Een deel van de mensen uit de AWBZ komt in de Zvw terecht, en die zorg is wel een recht. Leijten geeft dat toe, maar voegt eraan toe dat mensen geen garantie hebben dat de verzekeraar de zorg inkoopt bij hun favoriete instelling. Ze houden het recht op zorg, maar hebben minder keuze.

Dan nu de vraag: hoeveel mensen gaan vanuit de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet? Volgens een woordvoerder van het ministerie van VWS gaat het om 450.000 mensen, het merendeel dus van de 600.000 over wie Renske Leijten het had. Het ministerie benadrukt dat deze zorg een recht is in het basispakket.

In het geval van de Wmo is dat inderdaad anders, zoals Leijten zei. Hoewel het ministerie zegt dat ‘de gemeente de plicht heeft om in passende zorg te voorzien’, bestaat in de Wmo geen wettelijk recht op zorg. Gemeenten moeten zelf bepalen hoe zij het Wmo-budget verdelen, en aangezien er tegelijk met de decentralisatie een bezuiniging wordt doorgevoerd betekent dit dat minder mensen aanspraak kunnen maken op bijvoorbeeld huishoudelijke hulp, vertelt een woordvoerder van brancheorganisatie Actiz. Het wordt minder makkelijk voor mensen om dit soort hulp te krijgen: er wordt eerst gekeken naar ‘wat er zelf gedaan kan worden met hulp van de omgeving’, zoals dat zo mooi heet.

Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gaat een kleine 250.000 mensen naar de nieuwe Wmo. Bij elkaar opgeteld is dit 700.000 in plaats van 600.000, maar dat is niet gek: deze groepen kunnen overlappen. Sommige mensen krijgen immers zowel verpleging als hulp bij het huishouden. Het laatste kunnen ze verliezen, het eerste niet.

Conclusie

De AWBZ wordt na 1 januari vervangen door de Wlz, waarin 200.000 van de 800.000 huidige AWBZ’ers onderdak vinden. Een deel van de overgebleven 600.000 mensen heeft na die datum inderdaad geen wettelijk recht meer op zorg. Het gaat om de groep die onder de nieuwe Wmo valt. Maar het grootste deel van de mensen die uit de AWBZ vertrekken, komt terecht in de Zorgverzekeringswet, waarvan de zorg in het basispakket zit. 450.000 van de 600.000 over wie Renske Leijten het had, behouden het recht op zorg. We beoordelen de uitspraak daarom als onwaar.