Was nou maar nooit de zorg ingegaan

De werkloosheid daalt, behálve onder jonge vrouwen. Dat komt doordat zij vaak in de zorg werken, waar bezuinigd wordt. Drie vrouwen uit de kinderopvang, gehandicapten- en jeugdzorg vertellen over hun baan die verdween.

Foto Niels Blekemolen

Een oproepje voor dit artikel op LinkedIn. De vraag: zijn er onlangs jonge vrouwen ontslagen uit de zorg, verliezen ze de komende maanden hun baan of kunnen ze na hun opleiding moeilijk werk vinden in deze sector? Het riep een storm aan reacties op: zo’n zeventig vrouwen reageerden.

Denise Jansen (25) is afgestudeerd als sociaal pedagogisch hulpverlener (hbo) en kreeg in april dit jaar geen contractverlenging bij een jeugdzorginstelling omdat er werd bezuinigd. Daar werkte ze als sociotherapeut met agressieve, moeilijk opvoedbare kinderen. Omdat ze het ontslagbericht al aan zag komen en haar werk wilde behouden, deed ze veel taken die achteraf „niet zo handig” waren. Late diensten, vroeg beginnen. Dertien dagen achter elkaar werken, waar ze te weinig voor betaald kreeg. „Het was vechten voor je plek, dat was heel akelig. Iedereen was bang om zonder werk te komen zitten. Veel mensen waren overspannen.”

Hoewel de werkloosheid in Nederland daalt (8 procent), is er niet voor iedereen goed nieuws. Onder jonge vrouwen stijgt de werkloosheid juist. Deze is onder hen ook het hoogst: 16,7 procent in juni van dit jaar, met in juli een toename naar 16,9 procent, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat komt door bezuinigingen in de zorg. In die sector werken jonge vrouwen het meest. Vorig jaar zag uitkeringsinstantie UWV 16.000 banen in de sector Zorg en Welzijn verdwijnen. Dat loopt dit jaar alleen maar op, met in het midden van dit jaar 35.000 minder arbeidsplaatsen dan een jaar geleden.

Na maanden van solliciteren vond Jansen uiteindelijk een baan als woonbegeleider van autisten, maar wel met veel minder uren. Omdat ze daarmee te weinig verdient, zoekt ze nog altijd ander werk. Ze woont samen met haar studerende vriend in een huurhuis – Jansen is de kostwinner. De huur kunnen ze betalen, maar daar blijft het bij. „We wilden trouwen, kinderen krijgen en een eigen huis kopen. Dat moet wachten totdat we ooit meer geld krijgen.”

Het hardst getroffen

Werkloosheid in de zorg, dat zijn we niet gewend. Voor het eerst „sinds mensenheugenis” is daar een banenstilstand zegt Rob Witjes, manager arbeidsmarktinformatie UWV. Volgens Witjes zijn de kinderopvang en de jeugd- en ouderenzorg het hardst getroffen. Anderhalf jaar geleden begon de malaise. Toen werden de eerste bezuinigingen ingevoerd, met veel ontslagen als gevolg. Ouders krijgen sinds maart 2013 minder kinderopvangtoeslag. Voor veel ouders zijn kinderdagverblijven daarom nu onbetaalbaar. Zij zoeken naar alternatieven: parttime werken of opa’s en oma’s. Veel kinderleidsters verloren hun baan, zoals Maaike Boomsma (31), kinderopvangmanager.

Zij werd de dupe van bezuinigingen bij Stichting Kinderopvang Amersfoort. In december vorig jaar kreeg ze te horen dat ze in april ontslagen zou worden samen met 65 collega’s, verdeeld over drie ontslagrondes. In die vijf maanden solliciteerde ze op tientallen vacatures. Met dertien jaar werkervaring in de kinderopvang, goede referenties en een onderwijsmaster, hoopte ze een goede kans te maken. Dat lukt tot op heden niet. „Vaak zit ik tussen honderden sollicitanten.” Frustrerend is het wel, al die afwijzingen. Maar ze weet zich steeds weer op te peppen, omdat ze denkt dat enthousiasme wel nodig is om in aanmerking te komen voor een baan. Dus zoekt ze naar manieren om meer op te vallen, zoals met recruiters bellen voordat ze een brief schrijft. „Dan verwijs je in die brief naar het telefoongesprek en hoop je dat die ander jou herinnert.” Ook komt ze wekelijks samen met een groepje jonge vrouwen die ook werkloos zijn. Samen praten ze over afwijzingen en noemen elkaars goede eigenschappen. „Dat geeft veel positieve energie.”

De kunst van het werkloos zijn

Wat ook helpt, is de weekstructuur die ze voor zichzelf maakte. „Solliciteren doe ik op vaste dagen, maar ik doe bewust ook leuke dingen op mijn ingeplande vrije dag.” Op vaste tijden staat ze met haar partner op, die dan aan het werk gaat. Als hij ’s avonds thuiskomt, eten ze samen. Haar werkloze situatie heeft ook voordelen, vindt Boomsma. „De kunst van het werkloos zijn is blijven zien wat het je oplevert. Je gaat beter nadenken over wat je wilt, zoals vrienden en familie opzoeken.”

Er is meer aan de hand dan alleen bezuinigingen in de kinderopvang. Vanaf 1 januari 2015 gaat de Wet langdurige zorg in. Taken van zorginstellingen gaan dan naar gemeenten. Dat is goedkoper. Veel zorginstellingen moeten daarom sluiten, zoals stichting MEE, die cliënten met een beperking ondersteunt.

Dat betekent voor Daniella van der Stelt (32), die een post hbo-opleiding algemeen projectmanagement deed, dat haar baan als projectmanager en directieondersteuner bij MEE ook per 1 januari 2015 stopt. De gemeente is dan verantwoordelijk voor de cliëntenondersteuning in plaats van MEE. Dat komt financieel erg slecht uit voor Van der Stelt. Ze is net gescheiden, heeft twee dochters van vijf en zeven jaar oud. Maar ze maakt zich ook ernstig zorgen over wat er met haar cliënten gaat gebeuren. „Onze doelgroep, vooral mensen met een verstandelijke beperking, vraagt om een kundige ondersteuning. Soms krijgen medewerkers bij een gemeente slechts een training van twee dagen om deze doelgroep te leren kennen. Onze cliënten worden daarom de dupe van de herinrichting van de zorg.”

Cliënten raken in paniek

Elke cliënt kreeg een brief van MEE, waarin staat dat zij andere hulpverleners krijgen. Maar ze begrijpen niet wat gebeurt, of beginnen handtekeningenacties om het tegen te gaan, zegt Van der Stelt. „Ze raken in paniek omdat iemand anders hen gaat ondersteunen. Om hun vertrouwen te winnen moet je hard werken, dat duurt soms maanden. Het gaat bijvoorbeeld over ernstige trauma’s of financiële problemen, daarover praat je niet zomaar met iedereen.”

Die zorg over het lot van cliënten beïnvloedt ook het gedrag van haar collega’s. Mensen worden volgens Van der Stelt boos en opstandig en zijn op zoek naar een schuldige. „Waar we eerder zo verbroederd waren, is het nu ieder voor zich. Zo kennen we elkaar helemaal niet. We gaan allemaal een soort rouwproces door, omdat veel mensen verdrietig zijn over de toekomstige situatie van onze cliënten en die van henzelf.” Van der Stelt houdt zich staande door te geloven dat het goed komt. „Maar wanneer dat is, weet niemand.”

Toch lijkende bezuinigingen in de zorg tegenstrijdig. Door vergrijzing is er veel behoefte aan zorg, waarom dan toch zo’n hoge werkloosheid? Hoofdeconoom van het CBS, Peter Hein van Mulligen zegt dat er juist wordt gekort op de zorg door die toenemende vergrijzing. „Het kabinet vindt dat als zij nu niet iets doen, de zorg voor ouderen onbetaalbaar wordt. Om te voorkomen dat de kosten hiervoor verder de pan uit rijzen, voeren ze deze bezuinigingen door. Dat betekent een andere organisatie van de zorg, zoals minder budget voor zorginstellingen.”

Een onzekere toekomst dus. Althans, voor nu. Volgens UWV-manager Witjes is er hoop. Hij verwacht dat de komende drie jaar lastig gaan worden, met veel ontslagen. Maar, zegt hij, de werkgelegenheid in de zorg stort niet „in een ravijn”. In 2017 komt er volgens hem een keerpunt. „Dan zal de werkgelegenheid mondjesmaat weer toenemen, maar met andere banen dan nu. Denk aan werk voor hoogopgeleiden, zoals wijkverpleegkundigen of maatschappelijk werkers.” We zijn dan volgens hem gewend aan de nieuwe inrichting van de zorg. De vergrijzing blijft toenemen, de zorgbehoefte ook.

Met een nieuw evenwicht zal er ook meer werkgelegenheid komen, op een andere manier georganiseerd. Daar heeft sociotherapeut Denise Jansen nu geen boodschap aan. Zij wil nú een baan. „Soms wil ik in bed blijven liggen en ben ik er klaar mee: ik ben 25, bereid hard te werken, en toch kan ik geen geschikt werk vinden.”