God stierf, toen kwam de logica

Theatermaker Sarah Moeremans (35) breekt met de verwachtingen van de kijker. Shoot The Messenger – morgen in première – gaat over een voorstelling die niet doorgaat. „In onze cultuur is er weinig ruimte voor toeval.”

Foto Julian Maiwald

Sarah Moeremans loopt rond in een bruine stofjas. Op de achterkant staat de naam van haar gezelschap: Moeremans&Sons. De werkmansoutfit is een uiting van de zelfwerkzaamheid van de groep. De nieuwe acteur, verkondigt Moeremans, houdt zich niet alleen bezig met zijn eigen spel. Bij Moeremans&Sons doet een actrice de pr, een ander de boekhouding. Autarkisch zijn is het ware culturele ondernemen, zegt de Vlaamse regisseuse.

Welkom in de wereld van Sarah Moeremans. Waar regisseuse en acteurs gekleed gaan als magazijnbediendes, maar waar ook theatervoorstellingen anders zijn dan anders. Onconventioneel. Vernieuwend. Tegendraads. Ongrijpbaar, terwijl er toch veel te lachen valt.

Dat laat Moeremans zien bij haar eigen groepje jonge honden met wie ze nu een derde voorstelling maakt, Shoot the Messenger dat morgen in première gaat.

Shoot The Messenger is een voorstelling over een voorstelling die niet doorgaat. Het ontevreden publiek roert zich. Dat zijn de acteurs onder ons op de tribune. Op het podium gebeurt niets, maar de klagende toeschouwers vinden elkaar en voeren een gesprek dat alle kanten opschiet.

Moeremans: „In deze voorstelling vormen individuen een gelegenheidsgemeenschap. Die bijna-vreemden raken licht vertrouwd met elkaar, omdat dingen anders gaan dan gepland. Er gebeurt iets wat ze niet begrijpen en waar ze geen vat op hebben. Waar ze dus al chitchattend en roddelend controle over denken te krijgen. Dat lukt, want de gedachte dat ze hun situatie begrijpen geeft rust en acceptatie.”

Wie deze ‘toeschouwers’ zijn, blijft ongewis. Het zijn geen afgeronde personages met een herkenbaar karakter. Moeremans: „In het script hebben ze geen namen, alleen nummers. Ze zijn een verzameling zinnen, maar in wat ze zeggen zijn ze niet consequent. Ik wil nooit praten over ‘iemand die zus en zo is’. Ik ken die ‘iemand’ niet. Ik ken mezelf amper.”

Wat haar ‘nummers’ ofwel personen gemeen hebben, is dat ze open zijn, en veranderingsgezind, zegt Moeremans. Kortom: ze weerspiegelen de moderne, ruimdenkende theaterbezoeker. Maar ze hebben ook eisen: „Ze komen consumeren.” In dit geval kunst. Ja, theaterbezoekers verwachten iets. Maar wat? En waarom?

Die kwestie is steeds een thema in de voorstellingen van Moeremans.

„Men vraagt zich af waar kunst voor dient, maar moet kunst ergens voor dienen? Als de bezoeker confrontatie van kunst verwacht, confronteert het dan nog werkelijk? Kunst wordt versmoord door aan de verwachtingen te voldoen. Als we allemaal precies weten waarom we theater maken, dan kunnen we er beter mee stoppen.”

Is dat niet te simpel geredeneerd?

„Als ik weet dat het doel van kunst ontroering is, vind ik er niks meer aan. Ik denk dat er tijdloze vragen zijn, ik denk niet dat er tijdloze thema’s zijn. Dat is een groot verschil. Theater wordt nog steeds gezien als een spiegel van onze samenleving, maar toch zijn er vooral voorstellingen over jarenvijftigproblemen. Ik zie vaak wat ik al weet: dat macht corrumpeert, dat liefde een houdbaarheidsdatum heeft, dat vanaf een bepaalde leeftijd conflicten vormen van liefde zijn, dat mensen slecht met elkaar kunnen communiceren.”

Is het niet aan elke kunstenaar om zulke waarheden op een nieuwe manier te vertellen, die toch verrast?

„Maar ik wil geen nieuwe manier, ik wil een nieuw verhaal.”

Welk verhaal?

„Een van de grote vragen die aan deze voorstelling vooraf gingen was waarom we zo’n moeilijke verhouding hebben met toeval. En waarom het onverschilligheid wordt genoemd als je toeval accepteert. In onze cultuur is er weinig ruimte voor toeval. Waarom ga je dood? Toevallig. Jij ziek? Toevallig jij. We leven in een cultuur waarin – ondanks dat God al zolang dood is – ‘zomaar’ niet bestaat.”

Hoe zien we dit terug in de voorstelling?

„De personages proberen alles logisch te maken. Zo verklaren ze zelfs dat ze op goed moment allemaal snoepjes in een pot staan te spuwen. Maar die redenering komt voort uit hun obsessie met controle. Iets wat je in onze cultuur terugziet. In de voorstelling wordt logica de nieuwe opium voor het volk genoemd. Logica is hét vervangmiddel van de religie.”

Is het niet logisch dat mensen naar logica zoeken?

„In de westerse wereld wel. Maar het is niet per definitie een menselijke eigenschap. Ik wil veranderen wat de schijn heeft nooit te kunnen veranderen en nadenken over de vraag waarom logica zo’n belangrijke rol heeft.”

Maakt logica ons niet tot denkende mensen, waardoor we ons prettiger voelen?

„Dat doet alcohol ook. En drugs en religie ook. Tussen het geluk dat iemand kan ervaren door devoot in iets te geloven of het geluk dat de orde van de logica met zich meebrengt, zie ik geen verschil.”

Critici loven uw spelregie. Hoe werkt u met uw acteurs?

„Acteurs zijn mijn enige vehikel. Wat ik aan acteurs zo magisch vind, is dat ze zo oncontroleerbaar zijn. Je kunt afspraken maken, maar het blijven levende wezens.”

Humor en satire zijn belangrijke stijlvormen in uw werk.

„Satire is een vorm waarin ik me vind. De tragikomedie is de vorm die mijn leven kent, dus ook mijn theater. Met een grap kan ik beter zeggen wat ik wil en beter bij de toeschouwer doordringen. En anders verveel ik me steendood. Humor is belangrijker dan seks. Als ik schrijf, denk ik: een paar blote vrouwen schrappen en een paar grappen erin!”