Zorg eerst dat bevoegde leraren beter worden

Onbevoegde leraren horen niet voor de klas, maar zorg dan wel dat de gediplomeerde docenten hun salaris waard zijn, meent Leo Prick.

In het Nederlandse onderwijs worden talloze lessen gegeven door docenten die de bevoegdheid missen om in dat vak of op dat niveau les te geven. Walter Dresscher, voorzitter van de onderwijsvakbond AOb, meent dat dit nadelig is voor de kwaliteit van het onderwijs en dat scholen ervoor moeten zorgen dat onbevoegde docenten zo snel mogelijk hun bevoegdheid halen. In een ingezonden brief liet Dieter de Vroomen (9 september, NRC) weten het daar hartgrondig mee oneens te zijn. In zijn ogen doet het er niet toe „of een docent een papiertje heeft”. Klaarblijkelijk om zijn deskundigheid op dit terrein te illustreren ondertekende hij met „bestuurder Hoger Technisch Instituut”.

HTI is een scholingsinstelling waar mensen die werken in de bouwsector voor ruim 8000 euro drie jaar lang 18 dagen per jaar les krijgen. Wie de opleiding aan HTI met goed gevolg afrondt, ontvangt het diploma Bouwkundige-HTI. Inderdaad maar een papiertje, zou ik zeggen. De reactie van De Vroomen is karakteristiek voor bestuurders in vooral het beroepsonderwijs die ongehinderd hun gang willen gaan. Dit heeft zowel in het middelbaar als in het hoger beroepsonderwijs geleid tot financiële en onderwijskundige ontsporingen.

Net als bij voetbaltrainers en talloze andere beroepsbeoefenaars zie je soms ook bij leraren dat een onbevoegde het werk net zo goed of zelfs beter doet dan een collega met de vereiste papieren. Omdat het inzetten van onbevoegden voor de school financieel interessant is en het organiseren kan vergemakkelijken, worden dergelijke voorbeelden door onderwijsmanagers dankbaar aangegrepen om de diploma-eisen te relativeren. Hun eerste zorg is niet de kwaliteit van de lessen, maar dat alle lessen tegen zo laag mogelijke kosten worden gegeven. Het is deze ontwikkeling die het onderwijs de afgelopen twee decennia heeft doorgemaakt waar leraren die hun vakbekwaamheid vooropstellen, tegen in opstand zijn gekomen. En voor het eerst in al die jaren wordt er naar hen geluisterd. René Kneyber, leraar wiskunde en een van de auteurs van het pamflet ‘Samen leren’, ziet een belangrijke rol weggelegd voor de lerarenopleidingen: „Die moeten hun poortwachtersfunctie veel serieuzer nemen. Niet iedereen kan leraar worden: we moeten echte toppers zien aan te trekken.”

De afgelopen decennia hebben lerarenopleidingen bij gebrek aan belangstelling studenten toegelaten voor wie de opleiding evident te moeilijk was. Vervolgens hebben ze hun eisen daarbij aangepast met als gevolg dat decennialang talloze vakinhoudelijk zwakke leraren het onderwijs zijn binnengestroomd. Van open huis tot poortwachter, dat is niet alleen een hele cultuuromslag, het vergt ook een niet geringe mentaliteitsverandering: niet langer het eigen belang, maar dat van het onderwijs vooropstellen. Het getuigt van optimisme te verwachten dat de opleidingen die omslag zullen maken.

Een vergelijkbaar optimisme klinkt door in de woorden van Kamerlid Karin Straus (VVD): „Er zal flink geëxperimenteerd moeten worden om te kijken hoe de plannen uit het manifest het best kunnen worden verwezenlijkt.” Er flink op los experimenteren, de rampzalige gevolgen daarvan is het onderwijs nog maar net te boven.

Dat politici klaarblijkelijk beseffen dat de onderwijskwaliteit wordt bepaald door wat er in de klas, in het samenspel tussen docent en leerlingen gebeurt, is winst. Om die winst te realiseren moet een school de beschikking hebben niet alleen over voldoende goed opgeleide docenten. Het vereist bovendien een leiding die leraren stimuleert zich vakinhoudelijk te ontwikkelen om hun vervolgens zo veel mogelijk de ruimte te geven hun werk naar eigen inzicht uit te voeren. Zoals dat gewoon is in professionele organisaties. Het zou mooi zijn als scholen en leraren zich geleidelijk in deze richting gaan ontwikkelen. Niet al te woest experimenteren dus.