Wie Irak zegt, moet ook Syrië zeggen

Hij was er niet bij, op die ochtend in het jaar 2010. Tegen de achtergrond van een gezellig rood gordijn met geel-groene en blauwe motiefjes in Den Haag zat alleen de voorzitter van de commissie waarvan hij deel had uitgemaakt. Ex-president van de Hoge Raad Willibrord Davids presenteerde die dinsdagmorgen het rapport over de Nederlandse afwegingen om mee te doen aan de oorlog in Irak in 2003. Maar al was ex-diplomaat Peter van Walsum er niet bij, hij werd als enig ander lid van de commissie wel genoemd. Dat was om redenen die de moeite waard zijn er nog eens bij te nemen, nu de Tweede Kamer deze week debatteert over het besluit van weer een kabinet om mee te doen met de Verenigde Staten aan een oorlog in Irak.

Bij het huidige besluit echoot de commissie-Davids na. Zij oordeelde vier jaar geleden dat er in 2003 geen adequaat volkenrechtelijk mandaat was om deel te nemen aan de oorlog in Irak, terwijl het kabinet-Balkenende dat wel had volgehouden. Het gedoe van toen verklaart nu mede waarom Nederland alleen meedoet in Irak: omdat de Iraakse regering officieel om ingrijpen gevraagd heeft, is er een onomstreden volkenrechtelijke grondslag. In Syrië ontbreekt die, dus daar mogen de Nederlandse F16’s niet komen.

Bij twijfel niet ingrijpen dus. Is het daarmee uitgesloten dat Nederland op enig moment deelneemt aan een militaire actie in Syrië? Premier Rutte en andere bewindslieden onderstreepten dat het zonder mandaat niet gaat. Met name voor de PvdA lijkt die trouw aan de ‘erfenis van Davids’ een harde eis. Ruttes eigen VVD is minder categorisch. VVD-Kamerlid Han ten Broeke waarschuwt zelfs voor ‘volkenrechtfetisjisme’.

Juist over de grenzen van het volkenrecht liet Van Walsum een aantekening maken bij het rapport van de commissie-Davids. De voormalige Nederlandse vertegenwoordiger in de VN -Veiligheidsraad meende dat „een verantwoordelijke regering zich niet alleen door de regels van het volkenrecht maar ook door de eisen van de internationale politiek laat leiden”. Het probleem in 2003 was volgens Van Walsum vooral de „hardnekkigheid” waarmee het kabinet-Balkenende bleef verdedigen dat er een volkenrechtelijke basis was. Dat leidde inderdaad tot bochtige argumentaties, gezwaai met informatie for your eyes only en een ‘eigenstandige’ afweging die achteraf, zo stelde ‘Davids’ vast, vooral bleek ingegeven door de wens loyaal te zijn aan de VS.

In de komende maanden zullen de spanningsvelden in de marge van ‘Davids’ nog wel eens belangrijker kunnen blijken dat de hoofdconclusie. Het spreekt immers eigenlijk wel voor zich dat een volkenrechtelijke grondslag die dient als rechtvaardiging voor deelname aan een oorlog, moet staan als een huis. Maar wat als het volkenrecht geen oplossing biedt? Juist die situatie kan zich voordoen in Irak/Syrië, waar een oorlog zonder grenzen woedt.

De situatie is in zekere zin omgekeerd aan die in 2003. De vraag of ingrijpen gerechtvaardigd is, levert minder discussie op dan in 2003, toen de vrees dat Saddam Hoessein beschikte over massavernietigingswapens, meteen al werd betwist als Bush’ alibi voor oorlog. Weinig twijfelen nu aan de morele juistheid van Obama’s strijd tegen de wrede Islamitische Staat. Maar veel vragen zijn er over de effectiviteit, duur en het beoogde einde. Is deze oorlog voor Nederland af als IS wel verslagen is in Irak maar niet in Syrië? Volstaat „begrip” voor de aanvallen van de VS cum suis in Syrië als Nederlandse F16’s worden neergehaald vanuit dat land? Kan toenemende terreurdreiging in Nederland uiteindelijk toch dienen als rechtvaardiging om IS ook in Syrië mee aan te vallen? Om al deze vragen: let op de kleine lettertje in het Kamerdebat over Irak deze week. Elke fractie moet daar al voorsorteren voor fase twee van deze oorlog.