Welke EU-commissaris gaat sneuvelen?

Alle beoogde EU-commissarissen worden aan een parlementair vragenvuur onderworpen. De eerste kreeg het meteen moeilijk.

De wittebroodsweken van de nieuwe Europese Commissie zijn voorbij. Eerder deze maand werd de door Jean-Claude Juncker aangekondigde bestuurlijke revolutie, die de commissie weer efficiënt moet maken, nog met enthousiasme begroet. Intussen is de sfeer in het Europees Parlement, dat het team van Juncker moet goedkeuren, een stuk grimmiger.

De komende twee weken worden alle 27 kandidaat-commissarissen onderworpen aan een parlementair vragenvuur: tijdens urenlange hoorzittingen moeten ze aantonen dat ze geen lakeien van nationale regeringen zijn en dat ze kennis van zaken hebben. De aftrap van de hoorzittingen, gisteren, was meteen moeizaam: tegen de verwachting in raakte een van de meest ervaren leden van Junckers ploeg, de Zweedse Cecilia Malmström, in de problemen.

De beoogde handelscommissaris struikelde over TTIP, het ambitieuze handelsverdrag dat de Europese Unie met de Verenigde Staten wil sluiten. In schriftelijke verklaringen die ze hierover vooraf aan het Europarlement had afgelegd, bleken cruciale passages niet door haarzelf te zijn geschreven. Ook bleken er meerdere versies van de schriftelijke antwoorden te bestaan, met soms tegenstrijdige opvattingen. Is de Malmström de regie nu al kwijt over het handelsakkoord met de VS, een potentiële banenmotor voor Europa?

Formeel kan het Europees Parlement alleen de hele Europese Commissie afwijzen of goedkeuren. Individuele eurocommissarissen naar huis sturen kan niet. Maar in het verleden heeft het parlement laten zien dat het commissarissen ertoe kan bewegen om zélf terug te treden, door te dreigen met een afwijzing van de hele commissie. In 2004 overkwam het Rocco Buttiglione, nadat de Italiaan afkeer had getoond van homoseksuelen. Vijf jaar later was het de beurt aan een Bulgaarse kandidaat, die tijdens de hoorzitting incompetent bleek.

Ook ditmaal lijkt het Europarlement erop gebrand om een daad te stellen. De vraag is: wie wordt het slachtoffer?

Het echte vuurwerk wordt morgen verwacht, wanneer de kandidaten uit Spanje, Hongarije en het Verenigd Koninkrijk ter hoorzitting moeten verschijnen. Zij worden als de zwakste schakels in het team van Juncker gezien. De Spanjaard Miguel Arias Cañete wordt straks verantwoordelijk voor Klimaat & Energie, terwijl zijn familieleden, en hijzelf tot voor kort ook, belangen blijken te hebben in de olie-industrie. De Hongaar Tibor Navracsics kreeg van Juncker de portefeuille Onderwijs, Cultuur, Jeugd en Burgerschap, allemaal terreinen waarop de Hongaarse regeringspartij Fidesz een nationalistische, anti-liberale toon aanslaat. De Brit Jonathan Hill moet uitleggen of hij, als voormalig banklobbyist, onafhankelijk genoeg is de portefeuille Financiële Dienstverlening te bestieren.

Volgende week is ‘supercommissaris’ Frans Timmermans (PvdA) aan de beurt. Hij geldt als sterke kandidaat, maar gezien de problemen met de ervaren Malmström is een goede afloop ook voor de Nederlandse kandidaat niet gegarandeerd.

Partijpolitiek speelt een belangrijke rol. De christen-democraten en sociaal-democraten vormen een ‘grote coalitie’ in het Europarlement: zij zijn minder geneigd om elkaars kandidaten af te vallen. Navracsics en Cañete zijn christen-democraten, maar de liberaal Malmström en de conservatief Hill behoren tot kleinere politieke families. Dat maakt ze kwetsbaar.