Vleermuis ziet windmolens voor bomen aan

Vleermuizen die in bomen slapen, vliegen vaak op windturbines af. Ze zoeken er rusten, eten of een partner, maar vinden de dood.

Bepaalde soorten vleermuizen, met name vleermuizen die in bomen slapen, zoeken actief windturbines op. Ze kunnen die waarschijnlijk niet van bomen onderscheiden. En dat kan een verklaring zijn voor de grote aantallen dode vleermuizen die onder windturbines gevonden worden, schrijven Amerikaanse wetenschappers deze week in PNAS: in sommige regio’s tienduizenden tot honderdduizenden per jaar. Vóór de windturbine in zwang kwam, kwamen vleermuizen zelden met hoge structuren in botsing. De meeste dode vleermuizen worden in de late zomer en de herfst gevonden, als sommige soorten migreren.

De onderzoekers observeerden ruim twee maanden lang, rond augustus en september 2012, drie windturbines in een park van 355 windmolens in Indiana met radar, video- en geluidsopnamen. Ze vonden twaalf verse dode vleermuizen onder ‘hun’ drie windmolens, waarvan elf van een in bomen slapende soort (acht waren rode vleermuizen, Lasiurus borealis).

Op de video-opnamen was van de dichtbij de turbines vliegende dieren minstens 79 procent een vleermuis (15 procent was mogelijk een vleermuis, 3 procent waren waarschijnlijk insecten, 2 procent vogels en 1 procent – jawel – unidentified flying objects).

De meeste vleermuizen vlogen naar de turbines toe, vooral als de wieken langzaam ronddraaiden. Bij hardere wind benaderden de vleermuizen de windturbines bij voorkeur van de beschutte zijde.

Misschien zochten de vleermuizen een slaapplaats en zagen ze de windmolens voor bomen aan; misschien zochten ze er insecten of een partner.

Er wordt wel aangeraden om wieken van turbines stil te zetten bij lage windkracht, maar de onderzoekers zijn bang dat vleermuizen er dan blijven hangen en alsnog een klap krijgen als de wind plotseling aantrekt. Rode knipperlichten die vleermuizen verjagen, helpen misschien beter.