Rusland beschuldigt Oekraïne van genocide

Moskou en Kiev gaan nu ook het juridische gevecht aan.

Rusland beschuldigt Oekraïne van „genocide”. Gisteren is het zogeheten ‘Onderzoekscomité’ (SK), de federale recherche in Rusland die de laatste jaren veel macht naar zich heeft kunnen toetrekken, een strafzaak begonnen tegen Oekraïne.

Volgens de Russische politiedienst hebben de Oekraïense strijdkrachten en andere gewapende groepen, zoals de Rechtse Sector, bij de burgeroorlog in de Donbass zeker 2.500 Russisch sprekenden gedood en meer dan 500 woningen, ziekenhuizen en buurtlocaties verwoest. Meer dan 300.000 Russisch-sprekenden in Oost-Oekraïne moeten daardoor voor „leven en gezondheid” vrezen, aldus SK-woordvoerder Vladimir Markin.

Als in Rusland de doodstraf nog zou bestaan, zou die in deze zaak van toepassing zijn. Rusland heeft bij zijn toetreding in 1996 tot de Raad van Europa een ‘moratorium’ op de doodstraf afgekondigd. Maar in de Doema roeren zich parlementariërs om deze strafmaat weer in te voeren.

De Oekraïense justitie op haar beurt heeft vandaag een strafzaak geopend tegen het Onderzoekscomité. Volgens de procureur-generaal in Kiev „werkt de Russische recherche samen met de terroristische organisaties” der volksrepublieken Loegansk en Donetsk en maakt ze zich schuldig aan „militaire interventie” in Oekraïne.

Dat het gewapende conflict tussen Oekraïne en Rusland deze juridische dimensie krijgt, is op zichzelf niet verrassend. Sinds de val van ex-president Janoekovitsj eind februari bestoken de justitiële autoriteiten in Moskou en Kiev elkaar met dagvaardingen en internationale opsporingsverzoeken. Maar de Russische federale recherche zet zijn laatste stap van gisteren niet in het luchtledige. De laatste tijd duiken er meer berichten op over wangedrag van Oekraïense milities die in de Donbass meevechten met de reguliere regeringsstrijdkrachten. Zo publiceerde Amnesty International op 8 september een rapport over het Aidar Bataljon, een naar een riviertje bij Loegansk vernoemde militie die bestaat uit vrijwilligers die begonnen zijn als ‘zelfverdedigingseenheden’ tijdens het burgerprotest op de Maidan. De milities hebben zich volgens Amnesty schuldig gemaakt aan mishandeling, ontvoering, diefstal en afpersing van ‘separatisten’.

Het Aidar Bataljon speelde in juli een rol bij de herovering van Stsjaste (Geluk), een stadje ten noorden van Loegansk. De milities begonnen daarna met een zuivering. Veel slachtoffers durfden Amnesty alleen anoniem te woord te staan. Een commandant van het bataljon verdedigde zich tegen Amnesty aldus: „Dit is Europa niet. Hier is het een beetje anders. Er is een oorlog gaande. De wet is veranderd. De procedures zijn vereenvoudigd.”