Rare hobby? Automatiseer ’m met een Edison

Morgen is het doe-het-zelf-computertje Edison van Intel te koop in Europa. Hij is klein, zuinig, superlicht en volledig programmeerbaar. Leuk voor hobbyisten en start-ups.

Illustratie Boudewijn van Diepen

Een drone die volautomatisch een fietser kan volgen en filmen. Zomaar een toepassing die een stuk makkelijker wordt dankzij Edison, een computer van Intel zo groot als een sd-kaartje. Edison is vanaf morgen te koop voor niet meer dan 50 dollar. Voornaamste doelgroep: kleine innovatieve bedrijven, die met Edison allerlei producten van computerkracht en een internetverbinding kunnen voorzien.

Het computerkaartje Edison werd voor het eerst gepresenteerd op het Intel Developer Forum in maart, een eigen conferentie van de chipsfabrikant. De genoemde drone werd getoond door Chris Anderson, voormalig hoofdredacteur van technologieblad Wired en oprichter van 3D Robotics, een bedrijf in robots en drones.

Consumentendrones kunnen met hun standaardelektronica zichzelf stabiel houden, reageren op radiocommando’s en in sommige gevallen ook op gps navigeren en beelden doorgeven. Maar programmeerbaar zijn ze niet. Anderson wilde een feature toevoegen waarmee een drone een gestalte op afstand moest kunnen volgen (stalking was niet het doel, wel een bewegende selfie voor een trainende sportman). Daarvoor bleek de Edison een ideaal instrument: een volwaardige, programmeerbare computer met een geringe omvang en extreem laag gewicht en energieverbruik.

Ook andere experimentele toepassingen werden in maart al getoond. De 12-jarige scholier Shubham Banerjee bouwde bijvoorbeeld een brailleprinter die een paar honderd dollar kost in plaats van een paar duizend, zoals bestaande modellen (zijn eerste prototype was van Lego).

Arduino en Raspberry Pi

Edison is een reactie van Intel op het succes van andere extreem kleine computers. Zo is er de Arduino, een microcontroller die goed is in het uitlezen van sensoren en op grond daarvan apparaten als lampjes en motoren aanstuurt. De Arduino is in 2005 geïntroduceerd en is een groot succes onder hobbyisten, mede doordat alle informatie over de werking openbaar is.

De Raspberry Pi uit 2012 is, anders dan de Arduino, een kale maar echte computer. Op een printplaatje van 8,5 bij 5,5 centimeter zitten een processor, werkgeheugen en aansluitingen voor een beeldscherm en usb-apparaten als muis en toetsenbord. Waar je de Arduino kunt zien als een veredelde schakelaar, vind je de Raspberry Pi terug als hart van door liefhebbers gebouwde waarneemapparatuur, spelmachines en robots. Een hoogleraar aan de universiteit van Southampton heeft er zelfs 64 aan elkaar geknoopt tot een supercomputer. In minder dan twee jaar tijd zijn er 2,5 miljoen van verkocht. Niet gek voor een product waar de gewone consument weinig mee kan.

Hobbyding voor de zakelijke markt

Arduino en Raspberry Pi lieten zien hoeveel creativiteit er schuilt in de maker movement, de gemeenschap van knutselhobbyisten. Intel, dat laat reageerde op de opkomst van de markt voor mobiele apparaten en nog steeds met de gevolgen kampt, had dit fenomeen op tijd in de gaten. Twee jaar geleden bracht Intel een eigen Arduino-achtig product uit, de Galileo. „Voor educatieve doeleinden”, zegt Yorick Schetgen, product marketing manager bij Intel. „Ook handig om prototypes mee te ontwikkelen, niet om in producten te verwerken.”

Dat laatste is wel de bedoeling met de Edison. Die is qua specificaties een opgevoerde versie van de Raspberry Pi. Edison heeft bijvoorbeeld het dubbele werkgeheugen en 4 GB vast geheugen bij wijze van harde schijf, waar de Pi alleen een mogelijkheid heeft voor een sd-kaartje. Verder heeft de Edison bluetooth en wifi, features die de Raspberry Pi mist. Bovendien is de Edison veel kleiner. De Raspberry Pi meet 81 kubieke centimeter, de postzegelgrote Edison niet eens 3,5 kubieke centimeter. Een sd-kaartje is maar iets kleiner.

Slimme fietshelm bij valpartijen

Je kunt de Edison dus zowat overal in kwijt. Bijvoorbeeld in de slimme fietshelm van studenten van de universiteit van Oregon. Deze helm kan muziek afspelen via een koptelefoon, maar komt vooral in actie als de ingebouwde bewegingsmelder een valpartij detecteert. Een app op de smartphone van de drager wordt dan geactiveerd, en de gevallen fietser krijgt de kans aan te geven of hij hulp nodig heeft. Reageert hij niet, dan wordt een sms gestuurd naar een nummer dat hij heeft ingevoerd, uiteraard met locatiegegevens. Het is een voorbeeld van het internet der dingen, ook een trend waar Intel met Edison van denkt te gaan profiteren.

Met 50 dollar is Edison niet eens zoveel duurder dan de Raspberry Pi (35 dollar) of Arduino (30 dollar). „Studenten en hobbyisten zullen de Edison ook wel gebruiken”, verwacht Yorick Schetgen van Intel. „Maar de echte doelgroep bestaat uit ondernemers, vooral in start-ups. Edison is een computerbouwsteen voor een eindproduct. Al is de grens vaag, want hobbyisten worden vaak startende ondernemers en tech-ondernemers blijven mentaal ook hobbyisten.”

Dat is een slimme strategische zet van Intel, want als startende ondernemers de Edison omhelzen, betekent dat duizenden kansen voor Intel om deel uit te maken van the next big thing. En ook zonder ‘the next big thing’ kan het geen kwaad als het halffabrikaat Edison deel uitmaakt van duizenden nicheproducten.