Column

Ook scharrelstier Jonathan moet sterven

Jonathan 1127 inHet Levenswerk van Kalf Jonathan 1127.

Met bio-industrie heeft de documentaire Het Levenswerk van Kalf Jonathan 1127 (EO) niets te maken. De hoofdpersoon zien we geboren worden in een weide naast de A2 onder Baambrugge. Het is een Gasconne rund, dat op de website van de boerderij Lindenhoff wordt omschreven als race rustique. En de man die Jonathan als eenjarige scharrelstier komt halen voor de slacht draagt een alpinopet en roept bij de aanblik van het fraaie dier uit: ‘Pas mal!’

Ook de makelij van de documentaire van Henk Dokter heeft iets ambachtelijks. Weldadig is de afwezigheid van een commentaarstem die uitlegt waar we naar kijken. Het zou nog aardiger zijn als ook de quasi poëtische geschreven tekstjes achterwege gelaten waren, een soort dagboekaantekeningen in veronderstelde rundertaal: „Ben thuis”, „Zoek melk” en „De nacht nam moeder’. Dokter vertelt de biografie van Jonathan in beelden en heeft het geluk afgedwongen dat de natuur een dramatisch verhaal in petto had. Als wees moet Jonathan 1127 op zoek naar nieuwe uiers en wordt verstoten, totdat een pleegmoeder haar melkoverschot welwillend ter beschikking stelt.

Dit is verder geen antropomorfe natuurfilm, maar een poging de moderne stadsbewoner te verzoenen met de harde feiten van de herkomst van zijn vlees. Als de man met de alpinopet verschijnt, lezen we de tekst: „Ben 1.200 euro”.

Ik vrees dat Dokter de draagkracht overschat van de van het landleven vervreemde moderne mens. Het is geen pretje, die zenuwachtig hun dood in de ogen ziende runderen. De slachter liegt tegen Jonathan, als hij zegt: „Rustig maar, ik ben bij je, er is niks aan de hand.” Enkele seconden later richt hij het pistool op de kop van het dier om er een pen doorheen te jagen.

Ik ben geen groot vleeseter en als ik deze pure en eerlijke documentaire zie, dan begrijp ik weer waarom. Gedetailleerd benoemt de slachter onder het uitbenen en snijden alle lichaamsdelen van Jonathan 1127, van de kalfswang tot het harinkje en de jodenhaas. De kop van Jonathan wordt met een liefdevolle worp in de afvalbak achtergelaten. Ten slotte zien we hoe een duurzame chef een modelgezinnetje met twee kinderen de onderdelen van Jonathan uitserveert.

De boodschap is duidelijk: het doel van deze stier was om de mens te dienen als kroket en biefstuk. Rustig maar, niets aan de hand. De mens staat immers bovenaan de voedselketen en kan dus ongestraft de sterkste en grootste stier uitkiezen voor de slachtbank.

Toch heb ik de indruk dat steeds meer mensen moeite hebben met die gedachtegang en net zo lief een sojaburger eten – niet alleen uit ecologische overtuiging, maar ook omdat het iets pervers heeft om dieren te houden voor je eigen behoefte aan proteïnen. En zo werkt de goed gemaakte documentaire wat mij betreft averechts. Vlees is niet zo lekker voor je hersenen.