Olie beheerst de politiek in Brazilië

Staatsoliebedrijf Petrobras zou politici smeergeld hebben betaald. De volgende affaire bij het bedrijf dat Braziliës trots is.

Oppositieleider Imbassahy toont een foto van ex-Petrobras-baas Costa en president Rousseff. Volgens Costa, die nu vastzit wegens fraude, heeft Petrobras ruim veertig(top) politici van Rousseffs Arbeiderspartij smeergeld betaald. foto Reuters

Beschuldigingen van corruptie komen nooit goed uit, maar de jongste affaire binnen staatsoliebedrijf Petrobras komt voor de Braziliaanse president Dilma Rousseff op een wel bijzonder slecht moment. Zondag zijn de presidentsverkiezingen, en Rousseff wil graag een tweede termijn als president.

De timing van de oud-directeur van Petrobras Paulo Roberto Costa om zijn mond open te doen, lijkt ingegeven door politieke motieven. Costa zit sinds het voorjaar vast wegens fraude, en begin september klapte hij uit de school over schimmige praktijken binnen het bedrijf. Hij noemde de namen van ruim veertig politieke kopstukken die volgens hem smeergeld hebben aangenomen in ruil voor politieke steun.

Innig verbonden

Hoewel politieke corruptie een vaststaand feit is voor Braziliaanse kiezers, komen deze beschuldigingen zeldzaam dicht bij de politieke elite – vergelijkbaar met het smeergeldschandaal Mensalão, dat in 2012 politieke verwanten van de vorige president Lula celstraffen opleverde. In het huidige schandaal is de naam van Rousseff niet gevallen, maar veel mensen die Costa noemde, zitten in de top van haar regerende Arbeiderspartij.

Het is munitie voor de oppositie: Petrobras en de politiek zijn innig verbonden en dat maakt president Rousseff kwetsbaar. Bovendien ligt het bedrijf al sinds begin dit jaar onder vuur. In maart onthulde een Braziliaanse krant dat het oliebedrijf in 2006 1,2 miljard dollar heeft neergeteld voor een Texaanse olieraffinaderij – drie keer meer dan de vorige eigenaar er een jaar eerder voor betaalde. Rousseff, in 2006 zowel voorzitter van Petrobras als stafchef van de toenmalige president, tekende de deal persoonlijk.

De kwestie leidde tot nationale hoorzittingen en een deuk in het vertrouwen in de regering, die ruim 50 procent van de aandelen van Petrobras bezit. Hoewel de meerderheid van de Brazilianen zegt de keuze niet te laten beïnvloeden door economische kwesties, is Petrobras een prominent verkiezingsthema geworden.

En dat terwijl Petrobras de nationale trots is, het bedrijf „symboliseert welvaart, vooruitgang en stabiliteit”, zegt Adilson de Oliveira, hoogleraar aan het Economisch Instituut van de Federale Universiteit van Rio de Janeiro. „Het is een van de weinige succesvolle Braziliaanse bedrijven, dat door de structuur met staatsinmenging garandeert dat de natuurlijke hulpbronnen in handen van de Brazilianen blijven.” Petrobras produceert 90 procent van de Braziliaanse olie en 91 procent van het gas.

Schuldenlast verdriedubbeld

Petróleo Brasileiro werd opgericht in 1953 en is een van de pijlers van de economie. Het is met 86.000 werknemers het grootste bedrijf van Brazilië en produceert dagelijks 2,5 miljoen vaten olie. Met de ontdekking in 2007 van de waarschijnlijk grootste olievoorraden ter wereld, voor de Braziliaanse zuidkust, beoogt het bedrijf die productie in 2020 op te schroeven tot 4,2 miljoen olievaten per dag.

Door de vondst van die immense reserves was Petrobras hard op weg het grootste bedrijf ter wereld te worden, met een recordnettowinst van 19,2 miljard dollar (15,1 miljard euro) in 2010. Maar sindsdien gaat het bergafwaarts.

De belangrijkste reden: de regering gebruikt het bedrijf als pinautomaat voor de geld verslindende overheidssubsidies op benzine, bedoeld om de inflatie te beteugelen. Om aan de vraag te voldoen moet Petrobras bovendien dure olie inkopen, dat het op de binnenlandse markt noodgedwongen verkoopt tegen een lagere prijs.

Daardoor is de schuldenlast van Petrobras in drie jaar bijna verdrievoudigd. Petrobras heeft nu de hoogste schuld van alle grote oliebedrijven ter wereld: 90 miljard euro. De waarde van de aandelen zijn gehalveerd in vergelijking met 2010, toen Petrobras naar de beurs ging. In vier jaar zakte het bedrijf van de vierde naar de dertigste plek op de lijst van meest waardevolle bedrijven ter wereld. In 2013 was de nettowinst ten opzichte van 2010 gehalveerd. Het doet de reputatie van Petrobras geen goed en hoewel het economische tij niet meezit, zien kiezers vooral het falen van de Arbeiderspartij van Rousseff. Nadat gisteren uit een opiniepeiling bleek dat Rousseff op voorsprong ligt, daalde de koers van de nationale munt real tot het laagste punt in bijna zes jaar.

Haar belangrijkste rivaal Marina Silva maakt daar handig gebruik van. De voormalige ninister van Milieu benadrukt dat zij de nadruk minder op olie en meer op alternatieve bronnen van energie zal leggen. Toch zal ook Silva afhankelijk zijn van de olie-inkomsten van het bedrijf. Zij houdt zich verder zoveel mogelijk op de vlakte: haar voorganger Campos, de presidentskandidaat die in september bij een vliegtuigcrash om het leven kwam en die zij noodgedwongen opvolgde, staat ook op de lijst van politici die smeergeld zouden hebben aangenomen. Het is nu vooral de vraag of Rousseff zich staande houdt – en daarin schuilt een zekere ironie. Aan het begin van haar presidentschap ontsloeg ze de helft van haar ministers op verdenking van corruptie. Nu dreigt ze zelf te worden meegesleept in een corruptieschandaal. Of het haar politiek de kop zal kosten, blijkt zondag. Of – en dat is waarschijnlijker – tijdens de tweede ronde op 26 oktober.