Lelijke eend

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

‘Je hebt een pukkel”, zegt TJ, de zestienjarige vriend van mijn zoon, terwijl hij vol afgrijzen wijst naar zijn even oude vriend Chase. Chase brengt zijn vinger naar zijn gezicht.

„Lager”, zegt TJ, „Nog lager. Ja. Daar.”

„Oh, help”, zegt Chase. In paniek rent hij naar de spiegel en bestudeert de pukkel alsof het een zeldzame diersoort is. „Hoe kan dat nu”, zegt hij. „Ik heb er niet één gehad sinds ik die medicijnen slik.”

„Misschien moet je de injecties van mij proberen”, zegt TJ. „Ik geef je het adres wel van mijn dermatoloog.”

Toen ik zestien was, had ik, net als de rest van mijn klasgenoten, regelmatig pukkels. Mijn moeder deed daar nogal nuchter over. „Het hoort bij de leeftijd”, zei ze dan. „Het gaat vanzelf over”, opperde mijn vader.

Daar kon ik het mee doen. Ik kneep en krabde, wat het alleen maar erger maakte, en af en toe smeerde ik tandpasta op zo’n kratertje, wat evenmin hielp. Er waren ook kinderen die helemaal onder zaten. Die werden uitgescholden voor puistenkop. Vreselijk, maar waar.

Zo was het in de jaren zeventig. Je had pech als je aanleg voor pukkels had. Mijn vader kreeg gelijk. Op een dag was het over. Maar mijn moeder kreeg ongelijk. Acne hoort niet meer bij de puberteit.

Het is opvallend hoe goed kinderen er nu uitzien. Een beugel is standaard, zodat alle vijftienjarigen met een perfect gebit rondlopen. Eventuele flaporen en wijkende kinnen zijn ook verholpen, evenals een spraakgebrek of scheelheid. Brillen met jampotglazen zijn vervangen door contactlenzen. Groeihormonen zorgen ervoor dat kinderen niet te lang of te kort worden. Het leger tandartsen, spraakleraren en opticiens kan trots zijn op het resultaat: de perfecte mens.

Vroeger waren de verschillen zoveel groter. Mijn klassenfoto’s laten een allegaartje van kapsels, brillen en huidaandoeningen zien. Net als de dierentuin aan auto’s die toen rondreed: de lelijke eend, het bolle kevertje, de vierkante Renault 4, de kattenrug (Volvo), het rugzakje (Fiat 500), de koffiemolen (DAF) en natuurlijk de snoek (Citroën DS), een auto als een statige oude dame.

Over statige dame gesproken, ook zij is uit het straatbeeld verdwenen. Toen ik 25 jaar geleden naar het Amerikaanse televisienieuws keek, werd dat voorgelezen door Diane Sawyer. Wanneer ik nu de tv aanzet, leest ze nog steeds het nieuws voor. Bijna zeventig, oogt ze als de jonge veertiger van toen, met haar blonde haar, frisse gezicht en vlekkeloze huid. Ze bibbert niet als ze het nieuws voorleest en valt ook niet halverwege het gesprek in slaap, zoals mijn oma op die leeftijd deed. En zij is niet de enige. Barbara Walters is tachtig en net gestopt met haar dagelijkse programma, waarvoor ze iedere dag om vier uur moest opstaan. Vorige week luisterde ik naar een lezing die ze gaf. Ook zij zag er lentefris uit en gaf een uiterst samenhangend verhaal.

Dat is de toekomst. Oud is is zooo vorige eeuw. Straks ziet iedereen, rebelse puber of statige dame, er ongeveer hetzelfde uit. Net als auto’s die onder druk van efficiency nu allemaal naar hetzelfde optimale ontwerp neigen, zal er een onstuitbare regressie zijn naar het ideale gezicht, kapsel en lichaam. Overbijt, pukkelkop, rimpelhoofd en centenbak gaan de weg van de lelijke eend en de koffiemolen.

Mocht je lak hebben aan botox of anti-pukkelcrème, zal men je straks op straat nawijzen. Alsof een oldtimer voorbij rijdt die de wetten van de aerodynamica aan zijn laarzen lapt. Kijk, die heeft nog karakter.