Laat de emotie maar over aan RTL

De introductie van commerciële televisie in Nederland heeft ons tal van verworvenheden gebracht. Nu maar hopen dat de NPO zo snel mogelijk ophoudt om dit succes te imiteren, schrijft tv-recensent Hans Beerekamp.

Een jubileum heeft altijd een voorgeschiedenis. Als je wilt weten hoe commerciële televisie in de afgelopen kwart eeuw Nederland veranderd heeft, moet je niet alleen kijken naar 1989 maar ook naar 1964.

Precies vijftig jaar geleden haalden Beatles, Stones, Kinks en Supremes hun eerste grote hits. Daar merkten we toen als kijker en luisteraar vrij weinig van.

De verzuilde publieke omroep, bestuurd door dominees en vakbondsleiders, vond destijds dat zulke muziek niet goed voor ons was. Op de radio was er op zaterdagmiddag een klein uurtje Tijd voor Teenagers (VARA), waar ik met rode oortjes naar luisterde. Op televisie liet het eveneens door Herman Stok gepresenteerde Top of Flop experts uitleggen dat die jongens met dat lange haar echt niets van muziek begrepen.

De oppositie kwam uit zee, van piratenzenders: Radio Veronica, TV Noordzee (TROS) vanaf het REM-eiland. In de Tweede Kamer steunden de zuilen op een ruime meerderheid van confessionele partijen en PvdA: 113 zetels in 1963, 103 zetels in 1989. De mazen in de wet werden gedicht, de piraten werd het zwijgen opgelegd. TROS en Veronica voegden zich in het zuilensysteem, waar ze programma’s maakten die het volk graag wilde zien en horen: van Vader Abraham tot de Pin Up Club. De oude zuilen begonnen voorzichtig ook hun dedain voor het ordinaire af te leggen. Dat werd door tegenstanders „vertrossing” genoemd.

Kort na het begin van de eerste commerciële zender RTL Véronique in 1989 zei medeoprichter Ruud Hendriks in een interview over zijn kijkers: „Als ze morgen massaal de hele dag bloemkolen willen zien, dan krijgen ze bloemkolen.” Daar valt weinig tegen in te brengen.

Na een slome start verwierf RTL met versterking van de sterrenstal van Joop van den Ende weldra een zeer concurrerend marktaandeel. Voor het eerst maakte Nederland kennis met de wetten van de commerciële televisie, waarin adverteerders hun product eindeloos in beeld mogen pluggen, ook buiten de reclameblokken. Waar niemand je vertelt wat je wel en niet zou mogen zien. En waar inzichten in het kijkgedrag geraffineerd werden toegepast.

Enkele van die verworvenheden zijn nu niet meer weg te denken, ook bij de publieke omroep:

1 horizontale programmering, met op elke weekdag hetzelfde

programma op dezelfde tijd.

2 de programmering van een dagelijkse soapserie (Goede Tijden, Slechte Tijden).

3 een dagelijkse talkshow op de late avond, waarin iedereen aan tafel over alles mag meepraten en de sfeer

belangrijker is dan kennisoverdracht of meningsvorming (Barend & Van Dorp).

4 afstemmen van programma’s op specifieke doelgroepen. De adverteerder blijkt vooral geïnteresseerd

in de zogeheten ‘boodschappers 20-49’.

5 grootscheepse introductie van

realityshows, waarin gewone mensen

bij voorkeur buitengewone dingen

doen. De grondvorm is het door John de Mol bedachte Big Brother, dat verhaallijnen monteert uit beelden van dag en nacht spiedende camera’s. Maar het kunnen ook gefilmde dagboeken zijn van volkszangers en hun gezin, NS-personeel of permanent bezopen jongeren op vakantie.

6 het bestaande format van de talentenjacht werd uitgebouwd tot glamourshows, die ambitieuze

jongeren in staat stellen van het ene op het andere moment in een ster te veranderen.

In het algemeen kun je stellen dat commerciële televisie permanent zoekt naar emotie, zowel bij de kijker als bij de mensen in beeld. Cameravoering, regie en montage zijn gericht op het optimaal uitvergroten van gevoelens, die immers door een veel breder publiek verstaan worden dan redeneringen en beweringen.

Heel generaliserend houdt in een documentaire van een publieke zender de camera afstand als iemand in beeld begint te huilen, terwijl in een realityshow dan juist ingezoomd wordt op een traan, liefst herhaald in slow motion.

Zoals er heel veel meer lezers zijn van doktersromannetjes dan van experimentele dichtbundels, zo trekt een realityshow per definitie meer klanten dan een documentaire. Er is geen enkel argument om voor televisie en radio de marktwetten buiten werking te verklaren.

Toch was dat vanouds de redenering van de omroepzuilen. Met een beroep op de ‘etherschaarste’ en de gedachte dat televisie het volk diende te verheffen, weerde de elite de „wansmaak” van het volk. Je zou dus denken dat de oude omroepbestuurders en hun politieke bondgenoten de scheiding der geesten in 1989 zouden toejuichen: geen vertrossing meer, maar een helder onderscheid. De markt kan geld verdienen aan wat de meeste mensen graag zien, de publieke omroep zorgt met subsidie en geld van omroepleden voor sociale cohesie, nationale evenementen en overdracht van kennis en cultuur.

Nu CDA en PvdA samen nog 51 zetels over hebben (in de peilingen rond de 30) is dit sinds kort precies de richting die een Kamermeerderheid de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) opstuurt: laat Jeroen Pauw vooral niet proberen Humberto Tans kijkcijfers te verslaan, maar zijn eigen publiek bedienen. Maar in de afgelopen 25 jaar was dit niet het beleid. Het groeiende succes van de RTL-zenders en later ook die van SBS en Talpa, werd met man en macht bestreden door de zuilen. Onder geen beding mocht de publieke omroep haar marktleiderschap uit handen geven, want dan zou Nederland sociaal, cultureel en politiek uiteenvallen.

Dus werd met overheidsgeld de concurrentie aangegaan. Sterker: de eerder genoemde wetten van de commerciële televisie werden door de publieke zenders bijna volledig overgenomen en geïncorporeerd.

Het resultaat was in veel opzichten averechts en desastreus. Door zich ook te richten op emoties en de belevenissen van kleine mensen, liet de publieke omroep zijn kerntaak klakkeloos uit de handen vallen.

Door ook in talkshows de emotie te zoeken, in de vorm van zo hoog mogelijk oplopende meningsverschillen tussen extreme tegenstanders, werden maatschappelijke en politieke tegenstellingen verscherpt en gedramatiseerd. Een deel van de populistische opstand, die in Nederland eerder en scherper viel waar te nemen dan in de rest van Europa, valt misschien wel te verklaren uit het verkrampt vasthouden aan het verzuilde stelsel, met toepassing van de commerciële televisiewetten. Waar de publieke omroep kalmte en evenwicht had kunnen bieden, verkoos zij voortdurend om elk vuurtje verder op te stoken, uit angst dat de greep op de massa anders verloren zou gaan.

De commerciële zenders valt weinig te verwijten. Ze liepen in feite voorop, als het gaat om maatschappelijke vernieuwing.

Neem nu de zichtbaarheid van groepen die van oudsher op televisie niet zo sterk vertegenwoordigd zijn: vrouwen, etnische minderheden, laaggeletterden. Welke telling je er ook op los laat, ze blijven in publieke programma’s relatief onzichtbaar.

Toen de zuilen in de jaren 20 in Het Gooi neerstreken – naar verluidt omdat de huishoudster van AVRO-oprichter Willem Vogt niet wilde verhuizen – creëerden ze een bosrijk reservaat voor de betere standen. Witte mannen van middelbare leeftijd gedijen het best achter de slagboom van het Mediapark.

Daarentegen is de echte samenstelling van Nederland al een tijdje beter terug te vinden in een aantal RTL-programma’s. In soaps en realityshows, spelletjes en talentenjachten is relatief veel kleur zichtbaar en spelen vrouwen vaak een gelijkwaardige rol. In RTL Late Night is Humberto Tan niet alleen het gezicht van veelkleurig Nederland, maar houdt hij ook in de keuze van de gasten nadrukkelijk rekening met de nieuwe werkelijkheid.

Vermoedelijk is het ook in het belang van de adverteerder dat een pluriform kijkerspubliek zich in de programma’s herkent. Waar de NPO vooral oudere kijkers trekt, richten de commerciële zenders zich nadrukkelijk op de volgende generaties.

Als middelbare witte man met een gezonde reserve tegen emoties voel ik me eerlijk gezegd nog altijd meer thuis bij de NPO dan bij RTL. Maar ik feliciteer de jubilaris van harte met zijn maatschappelijk en economisch vernuft, zijn innovatief vermogen, zijn uitstekende nieuwsredactie en zijn pionierswerk dat leidde tot een bloeiperiode voor Nederlandstalig drama.

Moge de NPO ophouden met dit succes te imiteren en haar kerntaken enthousiast weer opnemen, dit keer ook vanuit inhoudelijke affiniteit met popmuziek en tegencultuur.