Klassieke muziek is een groot Duits complot

Redacteur Merlijn Kerkhof (27) laat ons iedere dinsdag zien wat de schoonheid van klassieke muziek is. Maar wat is klassieke muziek eigenlijk?

illustratie Anna KLevan

Vraagje. Wat hebben Bach, Händel, Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert, Schumann, Mendelssohn, Brahms en Wagner gemeen?

Goed geantwoord: allemaal mannen!

Maar er is nog iets wat ze verbindt. De componisten die ons te binnen schieten als we denken aan klassieke muziek, komen allemaal uit het Duitse taalgebied. Klassieke muziek is namelijk een Duitse uitvinding. Een groot Duits complot.

Het idee dat bepaalde muziek voor de eeuwigheid is, ontwikkelde zich in de negentiende eeuw. Het was de eerste Bach-biograaf, Forkel, die in 1802 de grote componist uit Leipzig gelijkstelde aan de klassieke Griekse en Romeinse denkers. Van de componisten die toen als de grootheden werden gezien, werden verzamelde werken uitgegeven. Overal ontstonden conservatoria (het woord zegt het al: conserveren). Opvallend is dat dit proces van canonisatie samenviel met de opkomst van het Duits nationaal bewustzijn.

Tot zover dit geschiedenislesje.

Wat klassieke muziek nu eigenlijk is, valt lastig te zeggen. Ik waag me niet aan een definitie. Wel zijn er een paar voorwaarden. Ik schreef eerder dat het muziek is waarvan we het de moeite waard vonden om die te bewaren, maar dat dekt de lading niet. We geven de muziek van The Beatles ook graag door. Is dat dan klassieke muziek?

Het verschil is: als we ‘Come Together’ of ‘Let It Be’ horen in een uitvoering van een coverband, vinden we het lang niet zo interessant. Ook al zijn het ijzersterke liedjes, ze zijn gekoppeld aan de uitvoerders. Bij klassieke muziek is er een partituur, een tekst met een aantal noten en aanwijzingen waaraan we (soms wel heel veel) waarde toekennen. De interpretatie van die teksten verschilt. Dat is ook leuk: Beethovens ‘Mondscheinsonate’ klinkt bij verschillende pianisten heel anders.

Daarnaast heeft klassiek meestal een langere spanningsboog. En een kunstzinnige pretentie – ook een Duitse erfenis – die we er soms achteraf maar hebben opgeplakt, want componeren was voor veel van de oude meesters vóór de negentiende eeuw eerder een van vader op zoon doorgegeven ambacht dan een roeping.

Maar wat gebeurt er dan in de klassieke muziek waardoor het zo anders is dan, zeg, de nieuwste hit ‘All About That Bass’ van Meghan Trainor? Heel kort zou je de meeste klassieke muziek zo kunnen samenvatten: er is een stukje muziek – een thema, een motief – en daar wordt op gevarieerd. Er worden contrasterende thema’s tegenover gezet en hopla, daar is je symfonie!

Het is overigens een misvatting dat je om een klassiek componist te worden minstens twee eeuwen morsdood moet zijn. Er zijn nog steeds mensen die in die traditie componeren. John Adams, Philip Glass en Arvo Pärt zijn enkele van de grote namen van vandaag.

Luister eens naar het ‘Vioolconcert’ van Glass, met zijn minimalistisch idioom.

De muziek van Pärt, een Est met lange baard, is toegankelijk, maar gaat ook de diepte in. Zijn ‘Spiegel im Spiegel’ en ‘De profundis’ zijn klassiekers en Pärts muziek duikt regelmatig op in films, zoals vorig jaar in La Grande Bellezza.

Of ze over 300 jaar nog gespeeld worden, weten we niet. Maar hoewel ze nog niet dood zijn, worden ze wel bij de klassieke muziek ingedeeld.

En dat is volkomen terecht.