‘Loop naar de hel, Belkacem!’, krijst Brians moeder

Tegenover het Washboard Jazz Café staan ME-busjes klaar om, indien nodig, toe te snellen naar het aanpalende gerechtsgebouw. „We laten niets aan het toeval over”, zegt de politiewoordvoerder van Antwerpen waar gisteren het voor Europese begrippen unieke terrorismeproces tegen 46 Syriëstrijders is begonnen.

De jonge jihadisten, volgens het OM „opgehitst” door Sharia4Belgium-leider Fouad Belkacem, maakten zich in Syrië „schuldig aan terroristische activiteiten”.

Belkacem – baard strelend, pretoogjes achter ronde brillenglazen – lacht minzaam als de procureur haar betoog houdt. Alle ogen zijn op hem gericht: de ‘geestelijk leider’ die sinds april 2013 vastzit wegens oproepen tot haat en geweld. Hij zit met zeven andere verdachten in de zaal. De 38 afwezige verdachten zijn al gesneuveld of vechten nog in Syrië.

Vlakbij Belkacem zit Jejoen Bontinck, ook spilfiguur in het proces. Verdachte én kroongetuige: tijdens Bontincks verblijf in Syrië hebben zijn oude Sharia-vrienden hem „gevangen genomen en gefolterd”, zei hij in verhoren. Bontinck is nu binnen de Sharia-groep de ‘onbetrouwbare afvallige’.

Strak kijkt Bontinck voor zich uit, angstvallig de blikken van Belkacem en de anderen mijdend.

Terwijl de procureur opsomt hoe Belkacem zijn volgelingen „indoctrineerde en opriep tot militaire jihad”, heeft die weer een binnenpretje. Als het hem verveelt draait hij een halve slag en kijkt stoïcijns naar de familieleden van verdachten in de zaal. „Ik heb mijn broers baardje nog bijgeknipt, voor hij naar Syrië trok”, fluistert het zusje van verdachte Michael. „Hij ging uit eigen wil, had-ie Belkacem niet voor nodig.”

Een rij verder zit de moeder van verdachte Brian De Mulder die in Syrië vecht. Ze heeft „kalmerende pillen moeten nemen”, wilde hem per se zien, „die Belkacem, door wie ik mijn zoon kwijt ben”. Dan krijst ze: „Loop naar de hel, Belkacem!” Wild om zich heen slaand wordt ze uit de zaal verwijderd.