Column

Hoe Google hier de fiscus te vriend houdt

Aluminiumsmelter Aldel in Delfzijl ging eind vorig jaar op de fles doordat de stroom voor Duitse concurrenten zoveel goedkoper was. Aldel had zijn hoop gevestigd op een stroomkabel van Duitsland naar Delfzijl, maar helaas...

Ook daarom ben ik verbaasd dat Google juist in de Eemshaven voor 600 miljoen euro een nieuw datacentrum laat bouwen. Zulke centra zijn, net als aluminiumsmelters, energieslurpers. Ter plekke is volop aanbod van energie: drie centrales plus een windmolenpark. Kennelijk zijn de Google-winstmarges dusdanig dat de stroomprijs geen rol speelt in de internationale concurrentieslag.

Nog meer verbazing wekt de foto met onder anderen minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD), die de schop in de grond steekt om het nieuwe onderkomen te vieren.

Natuurlijk, Kamp komt na de tegenslagen (geen steun voor Aldel, volkswoede over aardgasboringen) met positief nieuws. Een jaar werk voor 1.000 mensen bij de bouw, 150 banen als het centrum in gebruik is.

Maar hé, Google, een bijna-monopolist in Nederland als zoekmachine, is niet helemaal van onbesproken gedrag. Het bedrijf maakt handig gebruik van meer en minder exotische locaties, waaronder Nederland, om zijn belastingdruk te verlagen. Zoek (op Google, dat dan weer wel) op Google en double irish of Google en dutch sandwich en u krijgt een kort college winstbelastingplanning voor beginners. Hoeveel belasting weet Google elders in de wereld te vermijden dankzij onze fiscale regels?

In een uitzending van Eenvandaag zei Siem Jansen van de NOM, de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij, dat de provincie geen subsidies had gegeven, maar „dat vaak wel gebeurt” dat grote ondernemingen zogeheten tax rulings krijgen. Dat zijn afspraken met de fiscus die een onderneming een hoge mate van zekerheid geven over zijn winstbelasting. Zulke afspraken zijn een absoluut concurrentievoordeel van Nederland.

De een-tweetjes tussen fiscus en bedrijf maken ons kwetsbaar voor kritiek dat Nederland een belastingparadijs is. Met name internationale ondernemingen met puike patenten en merknamen (Ikea) maken gebruik van Nederland als sluis voor kapitaalstromen.

Internationaal tekent zich echter een trend af dat bedrijven die willen profiteren van de rulings meer moeten zijn dan een brievenbus. Ze moeten substance hebben, zoals dat in het jargon heet: werkelijke en wezenlijke activiteiten. En voilà: Google verzekert zich met zijn datacentrum van serieuze zaken in Nederland.

Nederland mag hiermee gepacificeerd zijn, Google zit internationaal met meer dan een imagoprobleem. Op de laatste aandeelhoudersvergadering dienden ethische beleggers een motie in waarin Google werd opgeroepen om richtlijnen op te stellen voor de manier waarop zijn belastingbeleid de samenleving, waaronder werknemers en klanten, beïnvloedt. Daar moet je met goed zakelijk fatsoen voor zijn, lijkt me. Iedereen betaalt zíjn deel van de belastingen, ook rijke bedrijven. De motie werd niettemin verworpen: ruim 7 miljoen stemmen vóór, 699 miljoen tegen.

Op die vergadering waren ook de twee grootste Nederlandse pensioenbeheerders die zich profileren als maatschappelijk verantwoord beleggers. Hoe stemden zij? ABP, pensioenfonds voor ambtenaren en leraren, had eind 2013 voor 375 miljoen euro Google-aandelen. ABP stemde tegen. Pensioenfonds Zorg en welzijn, voor verplegenden en welzijnswerker, bezat eind 2013 voor 160 miljoen euro Google-aandelen. Het zorgfonds stemde tegen!

Als dit verantwoord beleggen is, verbaast me dat.