Het sleetse feest van de ‘Unità’

Is hier het feest? Je zou het niet zeggen. Het is zaterdagmiddag tegen zes uur, normaal een tijd dat Italianen de straat op gaan. Maar in Sesto San Giovanni, een voormalige arbeidersbuurt in het noordoosten van Milaan, is het rustig. Het is dat er een lange rij vlaggen wappert, groen-rood-witte van de partij afgewisseld met Europees blauw. Anders had je het feestterrein niet gevonden. Mensen die ik de weg vroeg, hadden ook al geen idee dat er iets aan de gang was.

Maar als je het voormalige fabrieksterrein van metaalbedrijf Breda op komt, herken je de signalen. Een ‘Steve Biko grill’ biedt broodjes aan. Een groot bord wijst naar een apart ‘vrouwencafé’. Een boekhandelaar met een baardje en snor die op Lenin geïnspireerd lijken, probeert bezoekers zijn tent in te lokken met biografieën van Enrico Berlinguer en andere voormalige communistische grootheden – over zijn erfgenaam die nu aan de macht is, Matteo Renzi, vind ik niets. In een andere grote tent zitten mensen lijdzaam te luisteren naar een breed uitwaaierende discussie over de toekomst van Milaan. Ik tel ruim vijftig mensen.

Dit is het feest van …. ja, van wat eigenlijk? In ieder geval van de linkse Democratische Partij. Die feesten van links waren vroeger een begrip. Overal in het noorden en midden van Italië werden ze gehouden, tot in het kleinste stadje toe, als er maar een partijafdeling van enig gewicht was. Ze boden verantwoorde linkse kost: politieke debatten, een vleugje traditionele cultuur, concerten van populaire muzikanten met het hart op de goede plaats, en niet in de laatste plaats heerlijke worstjes op de grill en uitstekende pasta.

Maar de naam is een probleem geworden. Festa de l’Unità, zo heette het vroeger. Een verwijzing naar de roemruchte partijkrant van de communisten, l’Unità. In 1924 opgericht door Antonio Gramsci, de grote communistische denker. Na de oorlog een baken voor linkse kiezers en tot in de jaren tachtig het „orgaan’’ van de Italiaanse Communistische Partij PCI. Het was op een gegeven moment de derde krant van Italië.

Als krant bestaat l’Unità sinds deze zomer niet meer. Toen de PCI begin jaren negentig de naam had veranderd, begon de krant te kwakkelen. In het jaar 2000 was al een doodsbericht uitgegeven, maar toen krabbelde de krant weer op. Zonder veel overtuiging, zonder veel journalistieke kracht. Op 31 juli verscheen het laatste exemplaar – als website is l’Unità sinds kort wel weer in de lucht.

Op het feestterrein staat ook een tentje van het plaatselijke partijbestuur. Daar zit Anna Scavuzzo, 38 jaar. Heimwee naar de krant? Ze moet erom lachen. „Ik heb geen nostalgie naar een partijkrant. We moeten als partij niet meer journalisten willen vertellen wat ze moeten schrijven. Ik lees zelf al jaren vooral andere kranten.”

Over de naam van het partijfeest is wel veel gesproken, vertelt ze. In heel wat provinciestadjes heet het nu ‘Democratisch Feest’. Het grote nationale partijfeest in Bologna, waar de politieke kopstukken zijn verschenen, heet Festa de l’Unità – een verwijzing naar de linkse journalistiek dus. Milaan koos een tussenweg: Festa dell’unità – een woordspel, letterlijk ‘feest van de eenheid’.

Als ik mensen die tussen de tentjes rondlopen ernaar vraag, kijken ze verbaasd. Het is gewoon een traditionele naam. Dat subtiele spel met het lidwoord was niemand opgevallen. En vaste lezers van de krant heb ik tussen de pizza’s en het bier en de sandwiches niet kunnen vinden.

Het vrouwencafé blijft leeg. In een kleinere tent is een nieuwe verantwoorde discussie begonnen. Op een trampoline springt een klein meisje. Maar zo vol en vrolijk als die feesten tot in de jaren negentig waren, zo wordt het hier niet – ook het eten is minder, lijkt wel. Onder welke naam ook, dit soort partijfeesten begint te lijken op een versleten ritueel.