Het beven wordt eerst nog erger

Aardbevingen in Groningen hebben hooguit een kracht van 3,9 op de schaal van Richter. Dat dacht Bart van de Leemput toen hij aantrad als directeur van de Nederlandse Aardolie Maatschappij. „Nu weten we dat dit meer kan worden.”

De gasboorlocatie van de Nederlandse Aardolie Maatschappij bij het Groningse Bedum.
De gasboorlocatie van de Nederlandse Aardolie Maatschappij bij het Groningse Bedum. Foto Kees van de Veen

Weer was het raak. Midden op de dag, rond kwart voor twee gistermiddag. Groningen beefde door gaswinning. De beving had volgens het KNMI een kracht van 2,8 op de schaal van Richter en behoort tot de twee zwaarste van de 68 schokken dit jaar. Het epicentrum lag even ten noordoosten van de stad Groningen.

De Stadjers schudden mee. In de speeltuin. In het ziekenhuis. En op het stadhuis, tijdens een vergadering van B en W. Burgemeester Vreeman had niets in de gaten. Maar zijn wethouders wel. „Ze voelden een trilling. Water ging heen en weer in de kannetjes”, zegt hij. De burgemeester stuurde politie en brandweer de straat op om schade op te nemen.

Bart van de Leemput maakte zich in Assen klaar voor zijn afscheidsreceptie. Hij vertrekt na vijf jaar – zijn voorgangers bleven korter – als directeur van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), het olie- en gasbedrijf dat de aardbevingen in Groningen veroorzaakt en een joint venture is van Shell en ExxonMobil. „Elke aardbeving blijft schrikken”, zei de directeur eerder die dag. „Als je weet dat het Groningenveld nog vijftig jaar produceert, komen er meer en zwaardere gasbevingen. Maar over twintig jaar worden het er minder.”

Twee doelen stelde de directeur zichzelf bij zijn aantreden. Hij wilde „veiligheid vergroten” en „de kosten van de olie- en gaswinning verlagen”. Dat laatste lijkt gelukt. Van de Leemput: „Als je meet in activiteiten zijn we goed op weg. Dankzij innovatie doet NAM meer en ook op een goedkopere manier. We hebben nu oliewinning in Schoonebeek, we winnen extra gas in De Wijk door middel van stikstofinjecties. En er zijn nu drie mobiele boortorens actief op land, in plaats van één, en we hebben een nieuwe op zee.”

Maar het is u niet gelukt de veiligheid te vergroten.

Verbaasde blik: „Hoezo niet?”

Er kwamen meer en zwaardere aardbevingen. En die komen door gaswinning.

„O, dat bedoelt u. Veiligheid heeft hier vele kanten. Allereerst onze medewerkers. Zij hadden fors minder ongevallen . Ook de veiligheid van eigen installaties en de betrouwbaarheid van onze systemen is flink verbeterd. Het hele bedrijf mag daar trots op zijn.”

Maar Groningen werd onveiliger.

„Ja. Toen ik aantrad, dachten we dat een aardbeving een kracht van hooguit 3,9 op de schaal van Richter kan hebben. Maar nu weten we dat dit meer kan worden. Er bestaat een kans van 10 procent dat een beving krachtiger wordt dan 4,1. Dat betekent nogal wat. De mensen krijgen meer schade, ze vragen zich af of ze nog veilig zijn in eigen huis en ze willen weten waar ze in de toekomst aan toe zijn. Het gevoel over gas is in Groningen veranderd.”

U veroorzaakt die onveiligheid. Wat doet u hiertegen?

„We proberen de risico’s te beperken en we vergoeden de schade die moet worden gefikst. Tot gisteren waren er 23.116 schademeldingen binnengekomen sinds 2012. Bij meer dan negentienduizend meldingen is NAM langs geweest. Verder hebben we nog drieduizend huisinspecties vanaf de straat uitgevoerd. Soms moet de schoorsteen eraf, in tientallen gevallen hebben we stutten en steunbalken geplaatst. Niemand is daar blij mee, maar een huis wordt er wel veiliger van. We zijn nog lang niet klaar – er moeten in totaal vijftigduizend panden worden geïnspecteerd en zo nodig verstevigd – maar de eerste stap is gezet. Een aardbevingsteam van 150 man zet alles op alles. Veertien panden hebben we gekocht, zeven als testlocatie en zeven omdat de kosten voor herstel en versterking hoger zijn dan de waarde van het pand.”

U kunt ook minder gas gaan winnen, dat leidt tot minder bevingen. Daarop hamerde de toezichthouder, het Staatstoezicht op de Mijnen [SodM].

„Dat klopt. Maar daar gaan wij niet over. We hebben het hier niet over de dikte van een gaspijp. Deze afweging hoort thuis bij minister en parlement. Het is een afweging tussen staatsinkomsten, schone aardgasproductie, en veiligheid voor Groningers.”

In december 2012 escaleerde de discussie tussen NAM en SodM. De toezichthouder betichtte u in een mail van misleiding bij de interpretatie van onderzoek.

„Daarvan heb ik direct gezegd: dit herken ik niet. Ik neem afstand van mensen die zeggen dat we de boel misleiden. Dat was niet zo en is niet zo. Vóór de beving bij Huizinge, augustus 2012, vertrouwden wij voor bevingsonderzoek nog op het KNMI. ‘Huizinge’ is de zwaarste beving in Groningen tot nu toe. Na Huizinge zijn we zelf aan het rekenen geslagen. Dan ontstaan er verschillen van inzicht.”

Diezelfde maand praatte minister Kamp [Economische Zaken, VVD] nog met uw toenmalige baas Peter Voser, topman van Shell. Toeval?

„Als die twee elkaar spreken gaan ze niet bediscussiëren wat er met de aardbevingen moet. Aardbevingen zijn een NAM-ding. Van Voser wilde de minister weten: staan de twee moederbedrijven achter wat er gebeurt? Bieden ze NAM hulp en expertise? Jazeker. Overigens hebben we nu een rekenmodel waarover NAM en SodM het eens zijn. Op de risicoanalyse studeren we nog. Minister Kamp heeft ons voor drie jaar een vergunning gegeven. Er ligt nu een bovengrens op aardgasproductie, en we hebben de boorputten in het kwetsbaarste gebied rond Loppersum nagenoeg moeten stilleggen.”

Bent u opgelucht dat u het explosieve aardbevingsdossier kunt overdragen?

„Ik ben er niet vanaf en ik loop niet weg. Bij Shell in Den Haag word ik verantwoordelijk voor de olie- en gasboringen in onder meer Nederland. En al heb ik nooit zelf een aardbeving meegemaakt, ik weet wel wat de mensen voelen. Want ik heb heel veel Groningers gesproken, hun verhalen raken me diep. Maar als je me vraagt wat ik nu anders zou doen, zeg ik: niets. We lopen de juiste route, je zou alleen willen dat het sneller kon.”