Column

‘Geweld verboden’ – hoe veilig ga je je dan voelen?

Goddank hebben we de veertien nieuwe verkeersborden al mogen zien voordat ze in 2015 in werking treden. Van de veertien zijn er namelijk zes met een dubbele ontkenning. Eerst zie je straks een blauw bord met een tractor. Vervolgens zie je een blauw bord met een rode streep en een tractor. Dat laatste betekent dan dat andere voertuigen daar niet langer niet mogen rijden. Gelukkig hebben we nog drie maanden om erop te oefenen.

Niets zo boeiend, vind ik, als gebodsborden en verbodsborden. Prima punt van vertrek als je de mensheid wilt leren begrijpen, met al haar onderlinge wensen en verwachtingen. Die borden in de openbare ruimte zijn immers de oervorm van de poging andermans gedrag te veranderen. Zo zou je de stenen tafelen met de tien geboden kunnen zien als vroege voorbeelden van verbods- en gebodsborden. Er loopt een regelrechte lijn tussen die tafelen met hun kernachtige ‘gij zult niet doden’ en het bord dat ik een jaar geleden langs de A12 fotografeerde. ‘Verboden te trillen’.

Borden zijn communicatieve proeftuinen. Ze leren je niet alleen iets over maatschappelijke wensen ten aanzien van gedrag. Ze ontmaskeren ook de wereldbeelden en mensbeelden van hun makers. Zelf ben ik ooit in parkeerborden geïnteresseerd geraakt door een tekst op de parkeerplaats van een kosmopolische organisatie. ‘Wereldcontact. Parkeren alleen voor bezoekers’. Sindsdien heb ik aan mijn collectie twee foto’s toegevoegd van religieuze parkeerplaatsen. Eén bij een kerk. ‘Nur für Bedienstete der Katholischen Kirche mit Ausweis’. Eén bij een klooster. ‘Klooster Broeders van Liefde. Private Parking’.

Op grond van al die onhandige en met zichzelf in tegenstrijd zijnde borden kun je niet anders concluderen dan dat de mens een raadselachtig wezen is. Dat feit trekt uiteraard de aandacht van gedragsonderzoekers en dus is er een website in de lucht, Bordwatching.blogspot.nl, waar borden worden verzameld en bestudeerd door veiligheidsonderzoekers Sander Flight en Marnix Eysink Smeets. Een vermakelijke parade van krankzinnige teksten en plaatjes trekt voorbij. Aandoenlijke, bezielde, wanhopige pogingen te bewerkstelligen dat de burger zich gedraagt. De bordenplaatsers proberen om het hardst de wereld veilig te maken. Daarvoor gebruiken ze allerhande communicatieve technieken, door Bordwatching ingedeeld in zes categorieën. Zo is er het BangBord. Dat bord, schrijven de onderzoekers, maakt gebruik van ‘het zogenaamde fearappeal’. Door mensen flink schrik aan te jagen en daarmee bepaald gedrag af te dwingen wil het BangBord problemen voorkomen. ‘Waffen verboten’ is zo’n BangBord. Of, zoals ik ooit in Amsterdam zag, ‘geweld verboden’.

Heel veilig ga je je van zulke borden niet voelen. ‘Dat dit fearappeal vaak tot averechtse effecten leidt is nog lang niet overal doorgedrongen’, schrijft Bordwatching nuchter. Er zijn overheden die werkelijk denken dat de maatschappij er enorm van opknapt als je uitgaat van het slechtste in de mens.

Zo heeft de politie in IJmuiden een bord geplaatst met de vriendelijke tekst ‘IJmuiden: Enjoy it’. En daaronder dan meteen maar een levensgrote inventarislijst van wangedrag – wildplassen, wapenbezit, luidruchtigheid, vechten – en bijbehorende straffen. Laat ik daaraan toevoegen dat de overheid niet de enige is die BangBorden plaatst. Vorige week kwam ik er eentje tegen op een idyllische locatie. ‘Welkom in ons conferentieoord. Bij calamiteiten bel 112. De boete bedraagt 250 euro indien wij vaststellen dat u in de ruimten hebt gerookt.’

Het is een wanhopige taak waarvoor de bordenplaatsers zich zien gesteld. Ze willen de wereld beter maken, rustiger, veiliger. En dat doen ze dan door te suggereren dat het er wemelt van de asocialen. Soms is een BangBord zelfs niet genoeg; dan gaan ze over op een BrulBord, om in de termen van Bordwatching te blijven. Dat is een bord dat je op volle kracht en met veel uitroeptekens toebrult wat je geacht wordt te doen. ‘Let op!’ ‘Over de stoep fietsen is niet sociaal en gevaarlijk!’ Of zoals ik in het buitenland tegenkwam: ‘Don’t sit down.’

Invloed uitoefenen op menselijk gedrag is niet eenvoudig: politici, opvoeders en hulpverleners kunnen erover meepraten; uit pure wanhoop zijn ze allemaal wel eens een Bang- of een BrulBord. Het kan daarom geen kwaad over communicatie na te denken en je af te vragen wat wel werkt en wat niet. Mij lijkt het niet erg effectief mensen eerst tegen hun schenen te schoppen en vervolgens sympathie van ze te verwachten. Wat wel werkt zal trouwens van geval tot geval anders zijn. ‘Verboden te trillen’ kan een ander in het verkeerde keelgat schieten, voor mij werkte het prima. Ik zweer zelfs dat ik sindsdien nooit meer heb getrild en ik ben het ook gegarandeerd niet meer van plan.