Doe je maar wat of ga je écht voor die bal?

In het vandaag verschenen jaarverslag uit de KNVB zijn zorgen over het Nederlands voetbal. Het gaat goed, maar het moet beter. Technisch manager Jelle Goes wil „andere en betere weerstand”.

Jong Oranje-speler Karim Rekik (links) tijdens een wedstrijd tegen Jong Georgië.Jelle Goes streeft ernaar jonge internationals vaker te laten spelen. Foto ANP

Zoals dat ging in Dagestan, waar hij de jeugdopleiding van Anzji Machatsjkala in ruim een jaar op poten zette, zo zou de huidige technisch manager Jelle Goes (44) van de KNVB soms ook wel eens willen doorpakken in het Zeisterbos. Bij de Russische club van de tot voor kort steenrijke Suleiman Kerimov waren de lijnen kort en was eigenlijk niets te gek. Goes: „Als je in Dagestan gaat kijken, weet je niet wat je ziet. Dat complex kan zich meten met de top.”

Maar dit is Nederland: land van bestemmingsplannen, groenstructuur en rijksmonumenten. De KNVB-campus, een project dat 13,7 miljoen euro kost, moet het paradepaardje van de Nederlandse voetbalbond worden. Maar het zal nog zeker tot 2016 duren voor het weelderige terrein van de KNVB in Zeist, met daarop drie (kandidaat-)rijksmonumenten, omgetoverd is tot modern voetbalcentrum. De plannen? Een teamhotel, een sporthal met sportmedisch centrum, een businesscentrum en een trainingsveld met technische hulpmiddelen. Goes: „We willen hoog op de KNVB-campus inzetten. Een hypermoderne thuisbasis voor nationale teams. Noem het een voetbaluniversiteit: het centrum voor technologie en innovatie in het Nederlandse voetbal en opleidingsinstituut voor trainers- en scheidsrechterscursussen.”

Want het Nederlandse voetbal moet zich blijven ontwikkelen, en dat betekent ook aan de kant van kennis en kunde. „We hebben niets aan loze kreten. Meer trainen? Ok, maar dan onderzoeken we eerst de belastbaarheid van talenten op jonge leeftijd. Hoe kan hij nog beter trainen om later die voetbalatleet te worden, dat ie straks zo belastbaar is dat hij twee wedstrijden per week kan spelen plus om de twee jaar een EK of WK aan het einde van het seizoen.”

Zorgen

Goes gaat als technisch manager van de KNVB over de ontwikkeling van Oranje Onder-15 tot en met Jong Oranje. In het jaarverslag van de KNVB, dat vanochtend verscheen, staat een opsomming van de prestaties in het afgelopen jaar. Oranje won brons op het WK in Brazilië, Onder-17 verloor de EK-finale in Malta op strafschoppen en de vrouwen Onder -19 werden Europees kampioen in Noorwegen. Maar de KNVB maakt zich ook „zorgen over het structureel steeds groter wordende gat met het internationale topvoetbal” – met name bij clubs.

Goes hoort de sombere verhalen over het Nederlands voetbal aan. „Maar als ik ook eens aan scorebordjournalistiek mag doen: we zijn in 2010 tweede en in 2014 derde geworden op het WK. Ik ben niet negatief gestemd als ik zie hoe onze jeugd het doet. Neem de finale tegen Engeland op het EK onder 17, hoeveel talenten hebben zij? Eén of twee zou ik wel een Nederlands paspoort willen geven. Maar meer niet.”

Natuurlijk moet het beter, vindt Goes. „We moeten doorpakken: waarin kunnen we nog uniek zijn?” Aanvallend, attractief en dominant voetbal? „Zeker. Maar daar moet je tegenwoordig ‘realistisch’ aan toevoegen. En dat betekent ook focus op beter verdedigen, door betere verdedigers op te leiden. Hebben we dat daadwerkelijk handen en voeten gegeven binnen de KNVB en binnen de jeugdopleidingen bij de clubs? Daarover zijn we in gesprek.”

Hij vertelt over een bijeenkomst met de bondscoaches afgelopen vrijdag. „Daar ontstond een discussie over het rondootje [een kring met één of twee spelers in het midden]. Gaan we wisselen als ik de bal aanraak, of pas als ik de bal écht veroverd heb? Dat is een enorm verschil. Zijn we wel veeleisend genoeg als we praten over verdedigen? Zijn we wel echt aan het verdedigen, of is het alibi-verdedigen? Ga ik het hem een beetje moeilijk maken? Of ga ik zo druk zetten dat ik echt die bal verover?”

Belastbaarheid

Maar hóe moet het beter? De oud-bondscoach van Estland en voormalig hoofd jeugdopleiding bij PSV begon november vorig jaar bij de KNVB. In de zomer werd hij herenigd met bondscoach Guus Hiddink, die eerder al bij Anzji met hem werkte. Waar Goes vroeger op dagelijks basis bezig was om jeugdspelers „stadionwaardig” te maken, is zijn werk bij de KNVB langetermijnwerk. De clubs leiden de spelers op. De KNVB creëert voorwaarden, maar is ook afhankelijk.

Goes probeert waar hij kan Nederlandse talenten sneller bloot te stellen aan „andere en grotere weerstand”. Bijvoorbeeld jonge spelers eerder in een hogere leeftijdscategorie mee laten draaien. De nationale elftallen spelen inmiddels vaker interlands. En de jeugdcompetities hebben dit jaar een nieuwe indeling, zodat na de winter „de besten tegen de besten” spelen – twee keer extra Ajax tegen Feyenoord dus. Er zijn weekenden ingepland voor duels tegen Belgische clubs, op termijn misschien ook Engelse. En de jeugd tussen 9 en 11 bij betaald voetbalclubs speelt zogeheten twin games: langer spelen op twee kleine velden, dus meer balcontact.

Gaat dat Nederland een nieuwe gouden generatie opleveren? „Niet direct”, zegt Goes. „Maar een talent als Arjen Robben heeft zich ook moeten ontwikkelen. Wie wist toen hij achttien was al dat hij de Robben zou worden van nu? Ja, in potentie. Maar het gaat altijd om processen en als KNVB ga je over die processen. Een andere competitie-opzet draagt wel een stukje bij.”

Topsport kan in zijn optiek niet zonder breedtesport. „Als we ons alleen richten op de top heb je wel over acht jaar een probleem. Wat nu gaande is in IJsland [haalde de playoffs voor het WK] is interessant, met 300.000 inwoners. De overheid zet sport daar echt centraal, bijna net zo belangrijk als school”, aldus Goes, die over twee weken rond het EK-kwalificatieduel van Oranje zelf gaat kijken in IJsland. In Nederland is nog een wereld te winnen, vindt Goes. „Als we het hebben over motorische ontwikkeling: waarom krijgen wij het hier niet voor elkaar om met de overheid en bonden te kijken naar uitbreiding van sportlessen op school? En waarom is naschoolse opvang niet helemaal toegespitst op sport? Vraag ik mij echt af. Elke ouder zou dat toch geweldig vinden?”