Denken met het potlood in de hand

De architect en voormalig rijksbouwmeester Jo Coenen exposeert zijn schetsen.

Foto Novum

De gebouwen van Jo Coenen ontstonden deels op achterkanten van enveloppen, bierviltjes en tv-gidsen. Schetsen doet hij vaak tussendoor. „Hardop denken”, noemt hij het. „Weten wat je wilt, maar vooral ook wat je niet wilt.”

De architect wordt vandaag 65 jaar. Voor Bureau Europa in Maastricht aanleiding om de schetsen die vooraf gingen aan zeven van zijn projecten te exposeren. Ze zijn gerangschikt op schaalgrootte: van een villa in het Belgische Lanaken via onder meer de popzaal in TivoliVredenburg in Utrecht en de Openbare Bibliotheek Amsterdam naar het masterplan voor het Maastrichtse stadsdeel Céramique. De schetsen laten zien hoe de architect met zwierige hand ruimtes probeert te veroveren.

De terloopse manier waarop Bureau Europa de schetsen tentoonstelt, bevalt Coenen. „In de loop van de jaren tachtig werden dit soort tekeningen materiaal voor galerieën. Maar ze zijn niet gemaakt om als zelfstandige objecten handelswaar te worden.” Het tekenen had hij al jong in de vingers. Op de expositie ligt een brief van zijn broer Herman, die schrijft: „Hoe opgetogen was onze pap, onderwijzer in hart en nieren, over de tekeningen die jij als jochie op school maakte: het hele kermisterrein vanuit helikopterperspectief. Overzicht, doorzicht, analytische blik, er school iets in die jongen!”

De architect en voormalig rijksbouwmeester zelf: „Ik kon al heel vroeg goed en gemakkelijk in 3D tekenen. Dick Apon, mijn professor in Eindhoven, zei bij een beoordeling: oefen je daar verder in, want daarmee kun je werelden veroveren.”

Soms gebruikt de architect zijn schetsen om klanten vast te leggen op een bepaalde variant. Anders kan een discussie eindeloos voortduren en alle kanten op blijven schieten.

Vandaag de dag hebben opdrachtgevers de neiging om het proces te domineren, zegt Coenen. „Vanuit de gedachte: wij betalen en zijn dus eigenaar van het product. Dan word je een soort tekenbeest. Het belemmert je artistieke vrijheid.”

De schets laat zien dat architectuur een proces is. „Met computers gemaakte impressies beloven al te veel.” In de loop der jaren werden Coenens schetsen steeds kleurrijker. „Op een gegeven moment ben je rijp als architect en dan wil iedereen de vruchten plukken. Als je niet uitkijkt, word je dan uitgeperst als een citroen. Schetsen met lekker veel kleur zorgt ervoor dat je plezier in het vak houdt. Het geeft ook een laatste redmiddel als mensen vragen waar ontwerpen blijven. ‘De schetsen zijn nog niet af’ als excuus.”

Sinds kort is Coenen fulltime directeur van de IBA Parkstad, de Internationale Bau Ausstellung die de regio Heerlen de komende jaren een nieuwe dynamiek moet geven. De architect werd er geboren en groeide er op. Nu mag hij bedenken hoe de streek eruit gaat zien. Coenen toont zijn eerste schetsen. In grove lijnen heeft hij aangegeven waar bebouwing plaats moet maken voor groen. „Zodat mensen in deze oude mijnregio zich weer kunnen oriënteren en de weg weten te vinden.”