Cultuur

Interview

Interview

Jan Terlouw: „Sjoemelen met milieu-eisen, belastingparadijzen, afschaffen van de dividendbelasting; allemaal vanwege van de economie. Dat moet anders.’

Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Jan Terlouw: uitbreiding Lelystad Airport moet niet doorgaan

Jan Terlouw

Jan Terlouw (D66) vindt dat zijn partijgenoten in de Tweede Kamer voor uitstel van Lelystad Airport moeten stemmen. „Het hele vliegverkeer moet grondig worden hervormd. Dat je voor een tientje naar Barcelona kunt vliegen is toch idioot?”

Op de salontafel in de woonkamer, met zicht op een besneeuwd weiland, ligt het regeerakkoord. ‘Vertrouwen in de toekomst’ staat er op. Jan Terlouw kijkt er naar als hij een dienblad met koffiekopjes neerzet.

„Herstel nou eerst maar eens het vertrouwen in de politiek”, zegt hij. „Kijk naar het nieuws van vorige week. Nederland ligt dwars bij het aanpakken van belastingontwijking. We maken ons schuldig aan milieucriminaliteit. En het ministerie van Justitie manipuleert wetenschappelijk onderzoek. Voor een beetje bewuste burger is dat toch niet te harden? Om in één week dit soort dingen te horen van zijn eigen overheid? Ik vind dat heel verontrustend.”

Jan Terlouw (86) is zo'n bewuste burger. Hij is ook natuurkundige, jeugdboekenschrijver en voormalig D66-politicus. Hij was Tweede Kamerlid, partijleider, minister, vicepremier, commissaris van de koningin en senator. Terlouw is ook een domineeszoon die als jongen de oorlog bewust meemaakte. Hij is (groot)vader. Zijn vrouw Alexandra, met wie hij zestig jaar samen was, overleed in augustus. Het huis voelt leeg, zegt hij.

Vrijdagavond houdt Terlouw de eerste naar hem genoemde lezing in de Deventer Schouwburg. „Krankzinnig toch, dat duizend mensen daar een kaartje voor kopen?” Mooi vindt hij vooral dat zijn dochter Pauline viool zal spelen en dat zijn kleindochter Laura, psychologe, ook zal spreken. Wel jammer dat de tekst al vroeg klaar moest zijn, om hem na afloop aan bezoekers mee te kunnen geven. „Nu kan ik niets actueels meer in mijn tekst stoppen.”

De aanleiding om Terlouw te spreken is een actueel onderwerp, de uitbreiding van Lelystad Airport tot internationale vakantieluchthaven. Volgende week debatteert de Tweede Kamer daarover met de minister. Voorstanders houden vast aan de openingsdatum in april 2019. Tegenstanders willen uitstel en aanpassing van vliegroutes. Het partijcongres van D66 is voor uitstel, de Kamerfractie heeft nog geen keuze gemaakt.

De discussie over de groei van vliegveld Lelystad en die van Schiphol, eigenaar van Lelystad Airport, raakt aan de twee urgente thema’s van Terlouw: klimaatverandering en vertrouwen in de politiek. Ook is hij vertrouwd met de regio waar het verzet tegen het vliegveld het sterkst is. Hij groeide op in Garderen en Wezep op de Veluwe en woont al 25 jaar net buiten Twello, vlakbij Deventer en de grens tussen Gelderland en Overijssel.

Je hoeft consumenten geen dingen onder de reële prijs aan te bieden. Dat gebeurt nu wel. Daarom is vliegen naar Parijs goedkoper dan met de trein

Moet Lelystad Airport doorgaan?

„Ik vind van niet. Het hele vliegverkeer moet grondig worden hervormd. Dat je voor een tientje naar Barcelona kunt vliegen is toch idioot? Dat is goedkoper dan met de bus naar Breda.”

Wat moet er veranderen?

„Er moet een vliegtaks komen. Kerosine moet worden belast. Geef vliegtickets een reële prijs. Kijk naar de vervuiling en bereken de kosten die nodig zijn om de vervuiling terug te dringen. Als je die kosten toevoegt aan de tickets, kosten ze vijf keer zo veel. Je hoeft consumenten geen dingen onder de reële prijs aan te bieden. Dat gebeurt nu wel. Daarom is vliegen naar Parijs goedkoper dan met de trein.”

Mensen willen graag goedkoop vliegen. Lelystad voorziet in die vraag.

„Als je het aanbiedt, willen mensen het. Dat is begrijpelijk. Maar je hebt ook een overheid die moet zeggen: er zijn meer belangen dan alleen goedkoop vliegen. Milieu, overlast voor omwonenden, arbeidscondities voor werknemers van luchtvaartmaatschappijen. Het is de taak van de overheid om ook die andere belangen in ogenschouw te nemen.”

We kunnen het niet overlaten aan de consument?

„Nee. Zo is het leven toch. Veel mensen vinden het vreselijk zoals we varkens houden. Dat willen we niet, zeggen ze. Dan gaan ze naar Albert Heijn en kopen ze het goedkoopste vlees. Zo zijn wij mensen nu eenmaal. Dat hoor je als overheid te corrigeren.”

Moet die het niet overlaten aan de vrije markt?

„Eerlijke marktwerking heb je alleen als vraag en aanbod in evenwicht zijn. Een vrije markt doet zijn uiterste best om heel snel niet meer een vrije markt te zijn. Al snel domineert één partij, en heb je een oligarchie. Je ziet het bij de Googles, de Ubers, de voedselbezorging. Dat is de wet van de jungle, het recht van de sterkste. Markten kunnen alleen goed functioneren met een hele strenge marktmeester die randvoorwaarden stelt en die controleert. CDA en VVD zijn dol op de markt, maar ze kijken niet goed hoe het werkt. Dat vind ik onbegrijpelijk.”

Lees ook de tv-recensie van Hans Beerekamp over Jan Terlouw en het touwtje uit de brievenbus

Een vliegtaks jaagt Nederlandse reizigers de grens over en kost banen, bleek bij een mislukte poging in 2008.

„Je kunt best een beetje voorop lopen, de anderen volgen wel. Daar gaan we heus niet failliet aan als Nederland. Je moet je als overheid niet laten chanteren door dit soort argumenten.”

Schiphol, VNO-NCW en anderen zeggen: als Schiphol niet verder kan groeien, gaat dat ten koste van de economie.

„Ik hoor dat steeds, dat Schiphol de motor van de Nederlandse economie is. Maar is dat wel zo? Er zijn steeds meer economen die dat enorme belang betwisten. En waarom altijd dat primaat van de economie? Sjoemelen met milieu-eisen, belastingparadijzen, afschaffen van de dividendbelasting; allemaal vanwege de economie. Terwijl steeds meer mensen zich realiseren dat het zo niet langer gaat.

Kijk hoeveel belangstelling er is voor de donuteconomie van de Britse econome Kate Raworth. Zij zegt: groei is niet langer het antwoord. We moeten naar een ander soort economie. Alleen tot de politiek dringt dat niet door.”

Hoe verklaart u dat?

„Ik vind het wonderbaarlijk en zorgelijk. De politiek loopt achter bij wat de tijd vraagt. Misschien is de politiek bang om te veranderen. Banger dan het bedrijfsleven en uiteindelijk ook banger dan de kiezer en de consument. Vorig jaar vroeg een club van grote bedrijven om snellere uitvoering van klimaatmaatregelen. Ze zeiden tegen de overheid: doe iets, stel regels. En de politiek doet het niet! Hoe kan dat?

„Nog zoiets. Vorig jaar, in verkiezingstijd, heb ik alle voorzitters van de tien jongerenpartijen uitgenodigd om te praten over wat hen verbindt. In één avond hebben we een manifest opgesteld, met concrete punten. De vervuiler betaalt, bijvoorbeeld. Niets is overgenomen in het regeerakkoord. De moederpartijen trekken zich niets aan van wat hun jongeren willen. Dat zijn geen kinderen hoor, het zijn vaak afgestudeerde mensen. Wat die vinden, doet er kennelijk niet toe.”

Spreekt u hier partijgenoten over?

„Ja, maar ik ben daar voorzichtig mee. Het gezeur van een oude man op de achtergrond die het allemaal beter weet, dat is niks. En het lijkt al snel op: vroeger was alles beter. Terwijl ik ontzettend probeer om bij te blijven. Bovendien moet je als oud-partijleider niet de huidige partijleider voor de voeten lopen.”

Veel oud-politici tonen zich achteraf radicaler dan tijdens hun actieve periode. Is dat niet te laat?

„Ik protesteer dat ik nu pas dit soort dingen zeg. Ik had het in de Tweede Kamer, begin jaren zeventig, al over het milieu. En in de Eerste Kamer verzette ik me er al tegen dat Schiphol geluidsoverlast ging berekenen in plaats van meten. Dat is nu weer aan de orde. Wat is dat voor onzin? Sinds Galilei weten we: meten is weten.

Dat is een beetje een probleem in mijn leven: mijn analyses hebben zwartgallige conclusies maar die zijn dan in strijd met mijn optimistische aard

„Maar goed, het is waar dat mijn positie veel makkelijker is nu. Ik heb makkelijk praten. Ik heb geen directe verantwoordelijkheid meer, ik hoef geen compromissen te sluiten. Ik vind dat ik in gesprekken met partijgenoten best wat accenten mag zetten maar ik realiseer me dat zij het werk moeten doen.”

D66 heeft zich verbonden aan een centrum-rechts kabinet. Zal de partij verrechtsen?

„Pechtold kon niet anders, GroenLinks en de SP wilden niet. Hij loopt het risico dat we verliezen bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart. Maar ik heb er respect voor dat hij de verantwoordelijkheid heeft genomen. Ze hebben hun best gedaan om het regeerakkoord zo progressief mogelijk te maken.”

Moet de fractie trouw zijn aan de coalitie en tegen uitstel van Lelystad Airport stemmen, of trouw zijn aan de partij en voor uitstel stemmen?

„Dat hangt af van wat er precies in het regeerakkoord staat. Laten we even kijken. Er staat in dat Lelystad vakantievliegveld wordt, maar opening in 2019 wordt niet genoemd. Ze moeten zich houden aan het regeerakkoord, en tegelijk de ruimte nemen die er is om af te wijken. Het lijkt dat de ruimte er is om voor uitstel te stemmen. Doe dat maar, zeg ik dan.”

Een jaar geleden hield Terlouw zijn ‘touwtje uit de brievenbus-verhaal’ in De Wereld Draait Door. Tot zijn verbazing sloeg zijn observatie over verloren vertrouwen nog meer aan dan zijn waarschuwing over klimaatverandering.

Hoe verklaart u dat veel burgers de politiek niet meer vertrouwen?

„Iemand die gekozen wordt als volksvertegenwoordiger moet voortdurend uitstralen hoe geweldig en eervol dat is dat hij of zij vier jaar lang de baas over ons mag spelen. Nou, daar zie ik al niet gek veel meer van terug. Dan is voor iedere beslissing die je neemt de kernvraag: wat vind ik rechtvaardig?

De antwoorden verschillen per partij, maar de vraag is dezelfde. De vraag stellen, erover in debat gaan, tot een besluit komen, dat moet zichtbaar zijn. Maar je ziet het niet meer. Kamerleden zijn ondernemers geworden, die een oplossing zoeken voor een probleem. In mijn tijd spraken we in de Kamer meer over de overtuiging van waaruit we een beslissing namen. Misschien vergis ik me, maar dat gevoel heb ik.”

Is er een alternatief denkbaar voor de relatie tussen overheid en burger? Het referendum blijkt ook niet de oplossing.

„Ik heb me als partijleider nooit erg sterk gemaakt voor de kroonjuwelen van D66. Alleen als het me gevraagd werd, dreunde ik op wat er in het verkiezingsprogramma stond. De gekozen burgemeester, daar is nooit goed over nagedacht over hoe dat in de praktijk moet. Maar ik word steeds enthousiaster over het districtenstelsel. Niet met één Kamerlid per district, maar vier. Ook de SGP moet vertegenwoordigd blijven, dat hoort bij Nederland. Kamerleden staan dichter bij de kiezers. Ik vind dat we daar eens grondig over na moeten denken.”

U vreest ‘gezeur van een oude man’, maar uw boodschap slaat wel aan. Wringt dat?

„Ik voel een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Waarom heb ik nou zo’n interview met u?” Na een korte stilte: „Ik heb ook ontzettend veel te danken aan de samenleving. Ik heb een prachtig leven kunnen leiden, mooie opleidingen kunnen volgen, elf jaar vanuit het buitenland naar Nederland kunnen kijken. Maar als ik dan iets vind van die samenleving, iets dat misschien constructief is – het klinkt een beetje heilig – dan vind ik dat ik dat moet doen.”

U bent niet cynisch geworden van de politiek. Hoe heeft u dat weten te voorkomen?

„Cynisch worden had zeker gekund. Maar nee. De wereld is zoals hij is. Ik heb een optimistische aard. Dat is een beetje een probleem in mijn leven: mijn analyses hebben zwartgallige conclusies maar die zijn dan in strijd met mijn optimistische aard. Ik heb dat altijd gehad: als ik op het dak klom en dacht; zou die panlat me houden, dan dacht ik altijd: ah, ja wel.”

Dat uw verhalen eindigen met hoop is dus niet alleen een strategische keuze, om de boodschap te laten beklijven. Het zit ook in uw aard.

„Ik vind het vreselijk wat er nu gebeurt door klimaatverandering. Dat we pas ingrijpen na rampen. En dat gaat altijd ten koste van de zwaksten, de armsten. Nederland redt zich heus wel, we zijn rijk en we bouwen goede dijken.

Maar in Bangladesh gaat het nu al verkeerd. Het is oplosbaar. Technisch en economisch kan het prima, we moeten het alleen maar willen. Dat we het niet doen, maakt me boos. Anderzijds geeft het me hoop: het kan.”