Boekgeschenk is warm verhaal over vriendschap

Jurre Bazuin moet een spreekbeurt houden, en dat is een ramp. Want hij is enorm verlegen: als hij mensen in de ogen moet kijken worden zijn ‘botjes zacht’. In de blinde consternatie botst hij op tegen een winkelwagentje met een meisje erin. Pardon: tegen een turboklotser met een prinses erin, als hij haar moet geloven.

‘Als je gelooft dat het gebeurt’, luidt de self-fulfilling prophecy in Harm de Jonges Kinderboekenweekgeschenk Zestig Spiegels, ‘dan gebeurt er wat je gelooft’. Het zigeunermeisje, dat zich prinses Sippora van Singapoor noemt, neemt Jurre op sleeptouw naar een vervallen landhuis, dat in haar verbeelding zeven torens krijgt – in de illustraties van Martijn van der Linden gaan ze vergezeld van een zwerm flamingo’s.

Zeven torenbewoners geven Jurre adviezen voor zijn spreekbeurt, waarmee Zestig Spiegels een soort als kinderboek vermomde assertiviteitstraining wordt. Zoals Alice reizend door Wonderland levenslessen opdeed en Stach in Katoren ingewijd werd in de D66-politiek, zo verleukt ook De Jonge zijn boodschap met zijn verbeeldingskracht – in een onstuimige overdrive.

De Jonge (1939) geeft in zijn laatste boeken (zoals in het geslaagde Jonas en de visjes van Kees Poon) zijn fantasierijke verzinsels steeds meer de ruimte. Nu weer, maar ditmaal schiet hij wel wat door in zijn onstuimigheid: de bezoekjes aan de adviserende excentriekelingen worden wat repetitief en lichtelijk vermoeiend.

Aan het slot, als de spreekbeurt gekomen is, herpakt De Jonge zich en wordt Zestig Spiegels een warm verhaal over vriendschap – maar door de sterke en wat eenzijdige nadruk op assertiviteit lijkt het wel alsof de educatieve ambities van De Jonge ditmaal groter waren dan zijn literaire.