Artis laat de allerkleinsten zien

Tweederde van het leven op aarde is onzichtbaar. In Micropia is dat kleine leven te zien.

Het nieuwe microbenmuseum van Artis heet Micropia. Dit is een uitsnede van een wand met 150 petrischalen met verschillende micro-organismen. Foto Maarten van der Wal

Een bezoek aan Micropia begint confronterend. Wie in de lift stapt en omhoog kijkt, ziet zichzelf. Als de deuren sluiten kiest de camera één bezoeker en zoomt in tot zijn huid het hele plafondscherm vult. Ongemakkelijk. Maar als het beeld verder inzoomt wordt het echt griezelen. We zien ‘wimpermijten’ krioelen, en piepkleine parasieten die in talgklieren leven. Al zoomend worden ook de bacteriën die óp de mijt leven zichtbaar. En tot slot komen de virussen ín die mijtbacteriën vol in beeld.

Klein wordt levensgroot in Micropia, het nieuwe microbenmuseum bij Artis dat vanmiddag door koningin Máxima is geopend. Het museum moest een ‘clubhuis’ worden voor al het leven dat onzichtbaar is. Dat is gelukt. Allerlei microben hebben in Micropia een plekje gekregen, van algen tot schimmels, bacteriën, parasieten en zelfs minuscule meercelligen – die mochten er na lange discussie ook bij.

„Dat niemand eerder op het idee voor een microbenmuseum is gekomen is krankjorem”, zegt Artisdirecteur en Micropiabedenker Haig Balian. „Tweederde van al het leven op aarde is onzichtbaar. Tweederde!”

Een olifant kan iedereen zien. Maar hoe maak je onzichtbaar leven zichtbaar? Micropia heeft zwaar ingezet op digitale snufjes. De wimpermijten in de lift zijn bijvoorbeeld animaties. En in een virtuele bodyscan worden miljarden bacteriën op een doorzichtige weergave van je eigen lijf geprojecteerd. Zwaai, en je handmicroben zwaaien terug. Verder in het museum tonen hologrammen de taaiste microben in hun natuurlijke omgeving, van Tsjernobyl tot de Zuidpool.

Ook aan levende microben is gedacht. Overal staan microscopen met 3D-schermpjes, waar bezoekers bijvoorbeeld raderdiertjes kunnen zien die algen binnenslurpen met hun borstelmondjes. Om de paar dagen worden de microben onder de microscoop vervangen door verse die achterin het labmuseum zijn opgekweekt. De gevaarlijkste ziekteverwekkers, zoals het ebolavirus en hiv, zijn door een kunstenaar uitgevoerd in glas.

Het concept voor een microdierentuin bedacht Balian al in 2002. „Mijn kinderen waren toen veertien en zestien. Ik wilde ze deze onzichtbare wereld laten zien en bedacht toen de vraag: wat gebeurt er in onze mond bij een tongzoen?” Een kisscam in Micropia geeft nu, twaalf jaar later, het antwoord. Als twee bezoekers elkaar kussen verschijnt er in beeld: ‘Gefeliciteerd! Met deze kus hebben jullie 400 miljoen bacteriën uitgewisseld.’

Balian wil met Micropia afrekenen met het idee dat bacteriën louter vies en gevaarlijk zijn. Alleen al in en op de mens leven miljarden bacteriën. Ze helpen ons voedsel verteren, houden ons immuunsysteem scherp en beïnvloeden onze psyche. Microben zuiveren ons water, zijn een bron voor nieuwe antibiotica en kunnen gras tot biobrandstoffen verteren. Na Micropia voel je je nooit meer alleen.

Bacteriën en parasieten, zit het publiek daar wel op te wachten? „Dat een dierentuin alleen voor leeuwen en olifanten zou zijn is flauwekul”, zegt Balian stellig. „Onze vlindertuin is ook immens populair.”

Het microbenmuseum is gehuisvest in de gerestaureerde Ledenlokalen aan het vernieuwde en vrij toegankelijke Artisplein, naast de hoofdingang van Artis waar. Micropia heeft een eigen kassa en een eigen directeur. Het museum staat volledig los van Artis. Dat is niet helemáál waar. Dieren die in Artis zijn gestorven, krijgen in Micropia één laatste kans om te schitteren. In een doorzichtige ontbindingskist worden ze langzaam door microben verteerd.