‘200-250 jonge sporters dood door overerfbare hartkwalen’

Dat zei cardioloog Jan Hoogsteen in het Algemeen Dagblad

illustratie aart-jan venema

De aanleiding

Het lijkt ondenkbaar, maar het gebeurt: overlijden terwijl je sport. Terwijl je denkt juist gezond bezig te zijn. Een 24-jarige hardloper werd 21 september onwel, vlak na de finish van de Dam tot Damloop. Reanimatie mocht niet meer baten, hij overleed in een medische post. Onduidelijk is waaraan. Cardioloog Jan Hoogsteen van het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven zei in het Algemeen Dagblad dat elk jaar 200 tot 250 jonge – vooral mannelijke – sporters overlijden. Dat komt volgens hem door overerfbare hartkwalen, waarbij een ritmestoornis kan ontstaan die tijdens inspanning tot de dood leidt.

Waar is het op gebaseerd?

Hoogsteen verwijst naar een rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) uit 2009. Daar staat in dat jaarlijks zo’n honderd jonge sporters in Nederland worden getroffen door een plotse hartdood. Maar Hoogsteen denkt dat dit aantal hoger ligt, omdat hij andere onderzoeken kent die hogere cijfers laten zien. Dit zijn Nederlandse, Britse, Amerikaanse en Italiaanse studies, die tussen 2007 en 2011 via autopsiegegevens keken naar doodsoorzaken onder jonge sporters. Die onderzoeken, zegt Hoogsteen, schatten het aantal hartdoden (omgerekend naar de Nederlandse bevolkingsomvang) op 200 tot 250 per jaar.

En, klopt het?

Het gaat in de stelling om twee dingen. Het aantal sterfgevallen, en de oorzaak van het overlijden.

Eerst over de cijfers. We bellen met de Hartstichting. Die schat dat er jaarlijks 150 tot 200 jonge sporters worden getroffen door een plotse hartdood. De Hartstichting baseert zich onder meer op cijfers van Sportcor. Dat is een landelijk online meldpunt, waar zoveel mogelijk plotse hartdoden gemeld moeten worden. Als een Nederlandse sporter overlijdt door hartfalen, kunnen familieleden of artsen dit zelf melden op een website. Tussen 2008 en 2010 zijn daar vijfhonderd gevallen gemeld. Door dat aantal te delen door de duur van de onderzoeksperiode (ruim tweeënhalf jaar) komt Sportcor op 150 tot 200 doden per jaar.

Volgens cardioloog Hoogsteen zijn de cijfers van Sportcor te laag: „Niet alle nabestaanden zullen een overlijden melden: hun hoofd staat daar niet naar of ze hebben er nog nooit van gehoord. Dus dat aantal ligt veel hoger, lijkt mij.”

De Hartstichting wijst ook nog op twee Nederlandse onderzoeken. Beide onderzoeken zijn vrij oud.

In haar proefschrift Plotse dood bij sport vroeg Ineke Dolmans tussen 1978 en 1980 alle huisartsen, cardiologen, patholoog-anatomen, sportartsen en verzekeringsgeneeskundigen om plotse dood tijdens sportbeoefening te melden.

In de jaren negentig verzamelde sportarts Willemien van Teeffelen alle dodelijke sportincidenten.

Beide onderzoekers schatten destijds dat 150 tot 200 jonge sporters per jaar overlijden door aangeboren hartafwijkingen, of (volgens Dolmans) door een acute hartaanval.

Dan nog even over de oorzaak van het overlijden. Plotse hartdood staat niet gelijk aan overerfbare hartkwalen, zeggen sportcardioloog Nicole M. Panhuyzen-Goedkoop en sportarts en cardioloog Peter Peytchev. Een deel van de sporters overlijdt aan plotse hartdood door erfelijke hartziektes, een deel door andere oorzaken. Dat kan bijvoorbeeld een klap op de borst zijn, een karateslag of een ontsteking van de hartspier. Wel is het zo, zeggen de medici, dat er inderdaad meer mannen dan vrouwen overlijden aan plotse hartdood: tien keer zoveel. Volgens Peytchev is dat niet toevallig: „Mannen sporten meer en intensiever dan vrouwen. En ze hebben meer aanleg voor sommige hartziekten.”

Conclusie

Overlijden jaarlijks 200 tot 250 jonge sporters door overerfbare hartkwalen? Er zijn alleen schattingen, en die variëren van 100 tot 250 gevallen per jaar. Een deel daarvan overlijdt door overerfbare hartkwalen. Maar er zijn ook andere oorzaken mogelijk, zoals een borsttrauma of een ontsteking van de hartspier. Precies weten we het niet. Daarom beoordelen we de stelling als niet te checken.