Wie zoekt er nog troost in een concert als thuis de tv lokt?

De zomerfestivals zijn achter de rug, orkesten, operahuizen en ensembles beginnen aan een nieuw seizoen. Constante: de initiatieven om nieuw publiek te trekken. Salons, soirees, jukeboxen, karaokes, ‘studentenhappen’ met klassiek als toetje, strijkers uit het Concertgebouworkest die Happy spelen in RTL Late Night – alles om klassiek laagdrempelig te maken voor luisteraars die nu thuisblijven, maar die best oren hebben naar schoonheid en verbreding.

Zouden ze werken, al die goedbedoelde pogingen? Ik vroeg het me af toen ik de documentaire Om de wereld in 50 concerten zag, die Heddy Honigmann maakte over de jubileumtournee van het Concertgebouworkest (2013) – volgende maand de openingsfilm van het IDFA.

Over feiten – orkest en chef-dirigent, toekomst, geld en artistieke keuzes – gaat de film niet. Honigmann filmde mozaïekmatig, als mensenkijker. Ze toont musici on én off stage, vraagt door naar de kern van hun vakliefde en toont naast de ups ook de weinig glamoureuze downs (bellen met een jarig kind) van het tourneebestaan. Liefde voor muziek blijkt overal, uit de details. En wat muziek aan levens kan toevoegen blijkt vooral ook in de portretten van enkele concertgangers in Buenos Aires, Soweto en St. Petersburg – voor wie muziek letterlijk de vulgariteit van de straat, diepe armoe en grijze eenzaamheid verzacht.

Dát, denk je dan, is dus het tijdloze, wat onhippe „verhaal van de klassieke muziek” dat orkesten en zalen met hun vernieuwende formules allemaal proberen te communiceren. Maar waar muziek in de door Honigmann gefilmde levens een toevluchtsoord is, moeten programmeurs hier de strijd aan met zachte loungebanken in gerieflijke woonkamers. Zouden er vanavond in Arnhem echt 870 mensen de verrijkende schoonheid van Debussy en Brahms verkiezen boven het (gratis) flatscreen thuis?

Televisie speelt een paradoxale dubbelrol. Zo leert in het leuke, succesvolle Maestro, dat volgende maand aan een nieuw seizoen begint, een nieuwe pluk (semi)BN’ers dirigeren. Maar rukken de geënthousiasmeerde tv-kijkers vervolgens óók uit naar het concertgebouw? Zelf zou ik – in een vergelijkbare demystificatiepoging – veel overhebben voor het omgekeerde format. Daarbij wordt dan een rockband samengesteld uit klassieke musici. Leadsinger: Eva-Maria Westbroek. Toetsen: Ronald Brautigam. Basgitaar: Rick Stotijn. Ze zouden er hun hand niet voor omdraaien, waarschijnlijk. Waarmee dan en passant een mooi, verbroederend punt zou zijn gemaakt.