Trainen wat je met een overvaller moet doen - en wat niet

Bo&Caro gaan elke dag naar een bedrijf. Ze zijn bij aandeelhoudersvergaderingen, productpresentaties of vrijdagmiddagborrels en willen graag weten: wie is hier belangrijk?

Wat: Hoe ga je als bankmedewerker met een overvaller om?

Wie: Counselors Dick de Bruijn en Anne Struben van arbodienstverlener ‘Beter’.

Het is belangrijk dat de ramen goed zijn afgeplakt. Om verwarring te voorkomen. Dick de Bruijn kijkt zijn collega Anne Struben lachend aan. “Weet je nog, toen in Rotterdam?” Struben knikt. Hadden ze net het scenario in gang gezet, de acteurs stonden in hun startposities - kwam de politie binnen. Foutje. Dit was geen échte overval, ze waren aan het oefenen. Maar goed, daar waren de oplettende burgers in de flat tegenover niet van op de hoogte.

Geen geld meer achter de loketten

Struben en De Bruijn, beiden counselor en trainer bij arbodienstverlener ‘Beter’, leren loketmedewerkers, ambtenaren bij de gemeente, en bankpersoneel wat ze moeten doen bij een roofoverval. ‘s Avonds, na werktijd. Aan bijvoorbeeld de mensen van ABN Amro, Regio Bank of de Gemeente Arnhem. Niet zo vaak als vroeger meer, overvaltraining is geen big business meer.

“In de jaren negentig waren er 120 bankovervallen per jaar op bankkantoren in Nederland. Nu zijn het er elk jaar hoogstens twaalf”, zegt Struben. Komt door verbeterde procedures van banken: achter de loketten ligt geen cash geld meer.

“Vooral kleine ondernemers worden nu overvallen. Bij de sigarenboer bijvoorbeeld, bij wie het geld vaak gewoon in de kassa wordt bewaard.”

Geef me al je geld!

De Bruijn trekt ineens een woest gezicht, richt met een denkbeeldig pistool, en schreeuwt: “Geef me al je geld!” Struben: “Ja, wat doe je dan, hè?” Allereerst wat je níet moet doen: terugschreeuwen? Bijdehand doen? “Als loketmedewerker kun je in dit geval maar beter doen wat je wordt opgedragen.”

Ook als dat tegen je gevoel ingaat, zegt De Bruijn. “Het stresslevel van de overvaller is minstens zo hoog namelijk. Elke onverwachte beweging kan gevaarlijk zijn.” Struben: “Vertel de overvaller welke handelingen je verricht: ‘Ik ga nu met mijn hand richting de kassa’.” En lieg niet. Liever eerlijk zeggen waar het geld ligt, dan doen alsof je dit niet weet. Als je dit later tóch moet toegeven, is de kans op escalatie groot.

Speciale overval-acteurs

Het mag dan misschien wat weghebben van een komisch bedoeld bedrijfsuitje, zegt Struben, maar zo’n training is bloedserieus en ze werken daarom zeer zorgvuldig. “We willen de medewerkers goed voorbereiden en het daarom zo echt mogelijk doen lijken.” De Bruijn: “Met speciale overval-acteurs.” Het is even stil. Acteurs, bedoelen ze, die intimiderend kunnen overkomen, geloofwaardig een pistool kunnen vasthouden. De Baantjer-cast? De Bruijn schudt zijn hoofd.

“Het zijn speciale trainingsacteurs. Die spelen ook in reclames. Ze komen onze cursisten altijd ietwat bekend voor.”

Dries Roelvink? Nee, daar laten ze zich niet over uit.

Het zorgt wel eens voor een paniekmoment, al die echtheid. Huilende deelnemers, oude trauma’s die naar boven komen. Struben: “Dat proberen we natuurlijk te voorkomen. Maar toch, de meesten moeten dit wel even verwerken - dat is normaal. Het duurt ook meestal niet lang hoor.” Een paar nachtjes slapen, en ze zien lang niet meer achter elke boom die angstaanjagende telecomacteur met geweer staan.