Jihadproces zet België op scherp

Vandaag begint het eerste grote Europese proces tegen jihadstrijders. in Antwerpen staan 46 leden van de groepering Sharia4Belgium terecht.

De 19-jarige Jejoen Bontinck kwam vanochtend aan bij de rechtbank in Antwerpen. In het proces tegen de groepering Sharia4Belgium is hij verdachte, slachtoffer en kroongetuige tegelijk. Foto AP

Op de trappen voor de rechtbank in Antwerpen staan agenten met mitrailleurs. In de rechtzaal kijken zeven gewapende agenten mee. Het proces tegen 46 Belgische jihadisten en Syriëstrijders dat vandaag begint is uniek, het eerste van deze omvang in Europa sinds het begin van de oorlog in Syrië. Ze worden verdacht van deelname aan terroristische activiteiten.

Minzaam lachend volgt vanaf de tweede rij in de rechtzaal één van de hoofdverdachten de argumentatie van zijn advocaat. Het is Fouad Belkacem uit Antwerpen, volgens de Belgische justitie de geestelijk leider van de groepering Sharia4Belgium. Op de eerste rij zit een andere spilfiguur: de 19-jarige Jejoen Bontinck, die naar Syrië vertrok en werd teruggehaald door zijn vader. Bontinck, met strak getrimd baardje en in gemakkelijke sneakers, kijkt gespannen voor zich uit. Zijn vader Dimitri is eveneens nerveus. Telkens klampt hij, vanaf de derde rij, één van de advocaten aan en fluistert ze iets in het oor.

Dat België de primeur heeft met een groot jihadistenproces is is geen toeval. Van de ruim 3.000 jonge Europeanen die strijden met de Islamitische Staat (IS) of andere bewegingen in Syrië en Irak, komt een buitenproportioneel deel uit België. Van de naar schatting 320 Belgische Syriëstrijders kwamen inmiddels 40 jongens om. 80 Belgen keerden terug, 200 Belgen vechten nog en „elke dag opnieuw vertrekken er weer jongens”, zegt de Vlaamse jihadexpert Montasser AlDe’emeh, verbonden aan de Universiteit Antwerpen.

Juridisch monster

Hofleverancier van de jihadstrijd is volgens het Belgisch openbaar ministerie Sharia4Belgium geweest. Alle verdachten zouden banden hebben gehad met de inmiddels opgeheven groep.

Belkacem, die sinds april 2013 vastzit op verdenking van het oproepen tot haat en geweld, is de grote blikvanger. Vanuit zijn cel schreef hij vorige week een aanklacht tegen „dit politieke proces” waarmee volgens hem „de bevolking angst wordt ingeboezemd met leugens.”

De auteur en gerechtsjournalist Jan Heuvelmans, die de voorbereiding van het proces heeft gevolgd, zegt dat „men een juridisch monster heeft gecreëerd.” Heuvelmans: „Er valt weinig te bewijzen en veel van de verdachten laten verstek gaan of zijn allang gestorven in Syrië. In het beste geval draven slechts acht verdachten op.”

Tegen de achtergrond van de recente dodelijke aanslag door een IS-aanhanger op het Brusselse Joods Museum en de wereldwijde campagne tegen IS, wil de Belgische staat „een daad stellen,” zegt jihadexpert AlDe’emeh. „En dus moeten de Sharia-jongens worden gecriminaliseerd. Maar er is geen enkel bewijs dat Sharia4Belgium ooit heeft opgeroepen tot terreurdaden.”

Volgens AlDe’emeh heeft Sharia-leider Belkacem jonge, gefrustreerde moslims „die met hun geloof dramatisch vastlopen in de Belgische maatschappij” een platform geboden. „Maar hij heeft ze nooit vliegtickets en wapens gegeven. Belkacem zat al in een cel vóór het fenomeen van Syriëstrijders op gang kwam.”

Proces wordt ‘rumble in the jungle’

Het proces wordt een „rumble in the jungle”, zegt Kris Luyckx, de advocaat van de 19-jarige Bontinck. In het proces is Bontinck verdachte, slachtoffer en kroongetuige tegelijk. Als Sharia-aanhanger vertrok hij naar Syrië „om er te helpen”, maar werd gevangen gezet door medestrijders. Zijn bevrijding door zijn vader Dimitri, uit het complex waar hij een cel deelde met de onlangs onthoofde Amerikaan James Foley, werd wereldnieuws.

„Over zijn vrijheidsberoving zweeg Jejoen bij thuiskomst aanvankelijk, uit angst voor represailles,” zegt advocaat Luyckx. Pas in tweede instantie verklaarde Bontinck dat hij door zijn eigen Sharia-vrienden was vastgenomen en gefolterd. „Hij was onvoldoende recht in de leer,” zegt Luyckx. „Hij ging er heen om als vrijwilliger te werken in ziekenhuizen. Jejoen is een zachtaardige jongen.”

Maar in de rechtszaal zal Bontinck worden geconfronteerd met een heel ander verhaal. Volgens Syriëstrijders werd Bontinck door zijn Sharia-vrienden verstoten omdat hij meisjes zou hebben misbruikt, zegt AlDe’emeh die afgelopen zomer voor zijn wetenschappelijk onderzoek twee weken samenleefde met Belgische jihadisten in Syrië. „Vader Dimitri Bontinck noemt Sharialeider Belkacem een duivel. Maar tegelijk heeft Staatsveiligheid opnames van een telefoongesprek waarin vader Dimitri bij Belkacem smeekt om zijn zoon Jejoen weer op te nemen in de groep.”

Jejoen het slachtoffer? Of Jejoen de afvallige verklikker, voor het karretje gespannen van het Belgisch OM? „Die bandopname is er, meer wil ik er nu niet over kwijt,” zegt Belkacems advocaat John Maes. Van zo’n kakafonie aan geluiden bij de verdediging kan het openbaar ministerie profiteren, zegt Bontincks advocaat Luyckx. „De kans is groot dat het openbaar ministerie ons als advocaten tegen elkaar uit gaat spelen.”

De ziel onder de arm

Ondertussen zal dit proces niets bijdragen aan de oplossing van het probleem van de Syriëstrijders, vreest onderzoeker AlDe’emeh. „Onlangs sprak een kennis me op straat aan. ‘Er is hier niks meer voor mij,’ zei hij in tranen. Hij is inmiddels vertrokken naar Syrië.”

Op een terras in Molenbeek, een Brusselse gemeente waar volgens AlDe’emeh veel jonge moslims „met de ziel onder de arm lopen”, wijst hij naar een jongen die voorbij komt. „Met zo’n baard krijg je natuurlijk nooit een job. Voor jonge moslims, die hun geloof honderd procent serieus nemen, is in West-Europa geen plaats. Zo voelen ze dat. Naar Syrië gaan is een statement – je afzetten tegen het Westen – maar ook een verlossing. Eindelijk zijn ze ergens waar ze zich niet meer hoeven te verantwoorden voor hun geloof.”