Boer worden? Wees slim en kies voor kamelen of buffels

Foto ANP

Daar gáán de eierboeren. Hugo Bens, kippenboer en bestuurslid van landbouworganisatie LTO, ziet het al gebeuren. De afgelopen veertien jaar halveerde het aantal kippenboeren in Nederland bijna: van 2.290 in 2000 naar 1.170 dit jaar. Van de 697 boeren die van de eierhandel leven, zal binnenkort een kwart failliet gaan, verwacht Bens.

Hoe komt dat?

Door lage eierprijzen, duur kippenvoer en de prijzige verbouwingen aan kippenstallen die in 2012 vanwege het legbatterijenverbod moesten worden uitgevoerd. En door de toename van het aantal Duitse eierboeren: slecht nieuws voor de Nederlandse kippenhouders die hun eieren voorheen kwijt konden op de Duitse markt.

Maar ook de varkenshouders, siertelers en glastuinbouwers hebben het lastig. Het aantal bedrijven in deze sectoren liep met ongeveer tweederde terug.

Een big levert maar weinig op

Bestonden er in 2000 nog 14.520 varkenshouderijen, momenteel zijn dat er 5.110. Maar het gaat hier niet alléén om faillissementen. Cor Pierik, landbouwexpert bij het CBS:

“Er zijn tegenwoordig nog maar weinig boerenzonen- en dochters die het varkensbedrijf overnemen - dat is de grootste oorzaak van die terugloop. “

Gezien de lage varkensprijzen hebben de boeren het momenteel niet makkelijk. Twee jaar geleden was die 1,93 euro per kilo, nu is dat nauwelijks 1,50 euro. LTO-bestuurder en varkenshouder Eric Douma:

“Er worden daardoor minder varkens gekocht. Niet zo gek; het kost veel geld om een big tot winstgevend varken te laten uitgroeien. En uiteindelijk krijg je er dus weinig voor terug.”

Oorzaak van de lage varkensprijs, volgens Douma: een Russische boycot begin dit jaar. Rusland besloot geen varkensvlees meer uit de EU af te nemen na een geval van varkenspest in Litouwen.

Kastuinbouw: een dure klus

Dan zijn er nog de telers. Van de 6.570 bloemkwekerijen in 2000 zijn er nu nog 2.360 over. Bij de groentetelers zijn dat er nog 4.410 van de 11.070.

Bloemen telen en groenten verbouwen in kassen: het is nu eenmaal een dure klus. Onderzoeker Arjen Daane, aan het Landbouw Economisch Instituut:

“Dit is de meest kapitaalintensieve boerensector. Voor één hectare grond in de glastuinbouw heb je minstens één miljoen euro nodig. En dan heb ik de energietoevoer en pluk- en sproeiapparatuur nog niet meegerekend.”

Een gemiddelde glastuinder beschikt over ongeveer vijf hectare grond en begint dus vaak al met enorme schulden bij de bank. Die maar moeilijk afbetaald kunnen worden. Daane:

“De bloemenprijzen liggen momenteel erg laag. Nederlandse boeren moeten concurreren met landen die over véél meer zonuren beschikken en zo veel meer kunnen produceren. Met Ethiopië bijvoorbeeld, waar ze ook rozen telen. En met Spanje, waar de tomatenteelt veel makkelijker verloopt.”

Welke boeren lukt het dan wél?

Die met een nicheproduct. Kamelenmelk bijvoorbeeld, of buffelmozzarella. Bijkomend voordeel van een kamelenboerderij: je kunt bezoekers uitnodigen. Kunnen ze leuk kamelen melken. Of begin er één met buffels, struisvogels of emoes. Hoeveel van dit soort exotische boerderijen bestaan in Nederland, is niet (nog) bekend bij het CBS, zegt landbouwexpert Pierik. Hij vermoedt dat het er maximaal 150 zijn. Kunnen er nog best wat bij.