In een boot hoef je niet te springen

Roei-icoon Nico Rienks wil goud winnen met vrouwen van ‘buiten’. Gisteren stapten zij voor het eerst in een boot.

De roeisters laten op de Bosbaan hun blad in het water glijden. De eerste ‘inpik’ van hun leven is een feit. Foto Roger Cremers

Schuchter komt het Het Achtste Wereldwonder los van de kant. De viermansboot dobbert eerst nog wat doelloos rond, geheel in harmonie met de laat-zomerse sfeer op de Bosbaan. Dan maken maken de vrouwen de eerste ‘inpik’ van hun leven. Blad het water in, dan een voorzichtige ‘haal’ en vervolgens het blad er weer uit. Zo, de eerste stap naar toekomstig succes is gezet. „Roeien is eigenlijk een heel makkelijke beweging”, houdt instructrice Nicole Kerklaan van studentenroeivereniging Okeanos de roeisters voor. „Arm, rug, benen. Benen, rug, armen. Dat is de beweging.”

De jonge vrouwen doorstaan hun vuurdoop zonder grote problemen. Een ‘viertje’ is nu eenmaal een stabiele boot, je moet wel heel gekke dingen doen om om te slaan, legt Kerklaan uit.

„Het is op het water minder stabiel dan op een roeimachine. Het moeilijkste? Het ritme, tegelijk uitkomen”, vertelt Maaike van der Meiden (21) uit Ede na afloop. Sporten doet ze niet, „alleen fitness”. Ze is een van de veertig vrouwen die zijn afgekomen op het avontuur ‘2020’ van roei-icoon Nico Rienks. De tweevoudig olympisch kampioen wil de wereldtop bereiken met sportvrouwen die lef hebben en bepaalde fysieke eigenschappen, ook al hebben ze nog nooit een riem in handen gehad. In combinatie met roeiers die al enige ervaring hebben, moeten zij een acht gaan vormen die op de Spelen van Tokio furore gaat maken. Rio in 2016 komt nog te vroeg.

De nieuwe acht moet „over drie jaar de besten van de wereld kunnen bijhouden en over zes jaar olympisch kampioen worden. Waar je over moet nadenken, is of het in je leven past”, houdt Rienks de vrouwen voor in het trainingscentrum van Okeanos. Want wie geselecteerd wordt, moet straks twee keer per dag trainen op de Bosbaan. En verhuizen naar Amsterdam of Amstelveen.

De veertig vrouwen voldoen over het algemeen aan de fysieke eisen die Rienks stelt. Ongeveer 1,85 meter lang en een gewicht van tachtig kilo. Met deze kwaliteiten zijn roeikampioenen ‘maakbaar’, zo is zijn overtuiging.

In totaal hebben zich ongeveer 160 gegadigden via de speciale website aangemeld. Op de Bosbaan komen er daarvan veertig opdagen voor een eerste test. Binnenkort volgt een groep met roeiers die al wedstrijdervaring hebben. Uiteindelijk moeten daar zo’n twintig à dertig talenten uit voortkomen. In het voorjaar staan de eerste wedstrijden op het programma.

Ze komen uit de meest uiteenlopende sporten: tennis, hockey, atletiek, volleybal. Soms hebben ze op topniveau gesport, zoals meerkampster Remona Fransen (brons bij de EK in Parijs) die dit jaar op haar 24ste na blessureleed stopte met atletiek. Een vriendin uit de nationale roeiselectie had haar aangemoedigd zich aan te melden. „In een boot hoef je niet te springen”, had ze gezegd. Volleybalster Esther Harderwijk (19) uit Enschede speelt minder hoog, in de tweede klasse, en had zich eerst afgevraagd „wat ze met roeien moet”. „Maar het is gaaf om je met een team een doel te stellen.”

De kenners herkennen de talenten al bij binnenkomst. „ Je ziet direct de potentie”, zegt coach Pepijn Paanen die ook bij ‘2020’ is betrokken. „Stevig postuur, brede schouders, sterke benen. Ja, groot en sterk, dat zoeken we.”

Roeien is een krachtsport, de techniek kun je vrij snel leren, vult bewegingsfysioloog Henk-Jan Zwolle aan. Het gaat er om dat de vrouwen in een race van zes à zeven minuten 240 keer achter elkaar een haal kunnen maken. Qua belasting is het geen sprint, maar ook geen marathon. „Ze moeten een hoog vermogen kunnen leveren en dat zo lang mogelijk kunnen volhouden.”

Zwolle, in 1996 net als Rienks lid van de gouden acht van Atlanta, neemt twee sprinttestjes op de wattbike af om het piekvermogen én het verval van de kandidaten te meten. Ook een rondje ergometeren staat op het programma, vooral om de motoriek te testen. „Het zijn vrolijke dames. Je merkt dat het voor hen geen gok is maar een uitdaging”, zegt Zwolle.

Twijfelen doet Riana de Jonge niet. „Ik ben iemand die graag leert”, zegt de 24-jarige studente uit Dronten in het kennismakingsgesprek met Rienks. Die heeft voor elke kandidaat vier minuten uitgetrokken. Ze is 1,90 meter en rond de tachtig kilo. Ze deed aan basketbal en bereikte de nationale selectie. „En ik heb de Vierdaagse van Nijmegen gelopen.” Blessures gehad? vraagt Rienks. „Mijn enkel.” „Rug recht?” „Ja, rug recht.” Rienks: „In het roeien moet je rug recht zijn.”

Volgende kandidaat: Sanne Oudhof uit Enschede, met haar vijftien jaar een van de jongste kandidaten. Ze is 1.85 meter en weegt 83 kilo. „Roeien heeft ze nog nooit gedaan, behalve wat kanoën bij een klassenuitje.” De tweedejaars MBO-studente zegt filosofisch: „Ik heb een fascinatie voor water. Het geeft rust, maar ik wil er ook de kracht van voelen.” Over twee jaar is ze afgestudeerd en dan zeker helemaal beschikbaar voor het toproeien. Er hebben zich zes meisjes van vijftien aangemeld, één met vermoedelijk zeer veel potentie. In overleg met de bondscoach voor de junioren zal daar een passende oplossing voor worden gezocht.

Aan het einde van de ‘meetdag’ maakt Rienks tevreden de balans op. „Er zitten wel een paar dames van hoog kaliber bij. Op de 41 kandidaten hebben we er vijf die er qua vermogen, leeftijd en beschikbaarheid bovenuit steken.”