Column

Hoe je kunt omgaan met angst voor terreur

Waarom zijn we ineens zo bang voor terreur? Omdat het angst is voor iets waar je geen controle over hebt. Columnist Floor Rusman heeft er een remedie tegen.

Nederland is nu al vijf dagen bang. Voor mij begon het allemaal echt op donderdag, toen de Volkskrant opende met een stuk over ‘opvlammende angst’ waarin geen nieuws of analyse stond, alleen emotie. Ook Pauw en De Wereld Draait Door hielden de vinger aan de pols: drie dagen op rij werd aan elke gast gevraagd of hij bang was.

De Telegraaf, die al vanaf woensdag op een hysterische toon meldde dat we groot gevaar lopen, merkte dit weekend haast teleurgesteld op dat ‘Nederlanders nuchter en laconiek blijven onder de groeiende terreurdreiging’ en dat ‘op straat nog niets van angst te merken is’. Om tegenwicht te bieden aan de nuchterheid citeerde de krant veiligheidsdeskundige Rob de Wijk, die stelde dat Nederlanders een te naïeve kijk hebben op terrorisme.

Deze media behandelen angst als een nieuw fenomeen – alsof we tot een week geleden niet bang waren. Vreemd, dacht ik. Welk mens heeft er nu geen angsten? Ikzelf ben dagelijks bang: bang dat ik bedorven voedsel eet, bang dat ik mijn telefoon in de gracht laat vallen, bang dat ik struikel en met mijn voortanden op een stoeprand beland, bang dat ik een ziekte heb, bang dat de aarde nog sneller opwarmt. En ja, ik ben ook wel eens bang op een druk station. Maar waarom is die laatste angst zoveel belangrijker dan de andere?

Dit weekend las ik het nieuwe boek van Milan Kundera, Het feest der onbeduidendheid. Er komt een scène in voor waarin twintig mannen omhoog kijken uit angst voor een onbekend gevaar in de lucht. Kundera schrijft: ‘Ze zijn des te beduusder en nerveuzer omdat de oorzaak van hun angst zich niet tegenover hen bevindt (als een vijand die je kunt doden), maar ergens boven hen, als een onzichtbare, onstoffelijke, onverklaarbare, onvangbare, onstrafbare, demonisch duistere bedreiging.’

Zo is het ook met terroristische aanslagen: we hebben er geen controle over. Angst voor een gebeurtenis die je niet kunt controleren is erger dan angst voor wat je zelf in de hand hebt. Daarom vinden mensen vliegen ook enger dan autorijden, ook al kost het laatste meer slachtoffers.

Maar hoe kun je die angst tegemoet treden? Ik moest hierbij denken aan Provo, de anarchistische groep die in de jaren zestig Amsterdam ontregelde. De provo’s waren ook bang: voor milieuvervuiling, de atoombom, de politie. Maar zij gingen anders met die angst om dan wij. In hun ludieke acties gebruikten zij de grap als wapen tegen de angst – precies wat Kundera betoogt in zijn boek. Dat is de enige manier om met angst voor het onvangbare om te gaan: erom lachen, proberen hem licht te maken. Wat dat betreft doen de media hun werk (onbedoeld) goed: de hitserige, humorloze items en artikelen hebben mij erg laten lachen.