Column

Het einde van de spellenwinkel

Na 142 jaar is spellenwinkel H.D. van der Meijden in de Nachtegaalstraat in Utrecht dicht. De beste bordspellenwinkel van de stad, en vermoedelijk Nederland. Edwin Hoogendoorn (50) liet me voor het laatst binnen. De deur was al op slot, de etalage afgeplakt, door het glas in lood daarboven streek septemberzon. Stof schitterde in de lege ruimte, alles rook een beetje warm en verdrietig. De betimmering, nog ouderwets olijfgroen geschilderd. Het reliëfbehang, al een jaar of zestig niet vervangen. Alles weg, alleen de laatste rommel nog, een oude biljarttafel, wat sjoelschijven, een ingelijste acceptgiro van „H.K.H. Prinses Beatrix”, die hier op 12 juli 1963 een forse barnstenen dobbelsteen uit Parijs kocht, ter waarde van 24 gulden en 50 cent.

Mensen lezen graag opgewekte stukjes over nieuwe plekken om te ‘shoppen’ neem ik aan, anders waren er niet zoveel. Maar je zou ook een mooie rubriek kunnen vullen met winkels die sluiten.

H.D. van der Meijden begon in 1872 als fabrikant en verkoper van biljarts, ballen en keuen. De grootvader van Edwin Hoogendoorn was daar in dienst en nam de zaak na de Tweede Wereldoorlog met naam en al over. Daarna werd zijn zoon eigenaar. Er kwamen steeds meer spellen bij, de winkel verhuisde van de Oudegracht naar de Nachtegaalstraat en boven deze winkel is Edwin Hoogendoorn, de kleinzoon, geboren. Hij woont er nog.

We liepen naar de visboer op de hoek om verder te praten. Die heet nu Fresh Fish en draait loungemuziek bij de haring.

How is the wine”, vroeg de visboer aan een klant.

Perfect as everything”, zei zij, met een wuifje.

In de spellenwinkel komt een biologische bakker. Ik zuchtte. „Maar beter dan de zoveelste ontharingsstudio”, zei Hoogendoorn.

Hij blijft de liefhebbers bedienen via een website. Maar hij moet ook een nieuwe baan vinden. Een onvoorstelbaar idee. Hoeveel mensen doen nog 32 jaar lang iets zo tevreden als hij? De jaren zeventig: Scrabble, Monopoly, Pang, Valentinobiljartjes. De jaren tachtig: Trivial Pursuit. De jaren negentig: een hoogtepunt. Edwin Hoogendoorn ontdekte toen ongeveer als eerste in Nederland Kolonisten van Catan. Op de achterpagina van NRC werd dat enthousiast opgepikt. Zevenhonderd bestellingen, en híj mocht het spel in radio- en tv-programma’s komen uitleggen.

Dankzij het Kolonisten-succes kwamen er meer, steeds ingewikkeldere spellen, allemaal bij hem te koop. Toch hield het tien jaar later langzaam op. Door de iPhone, denk je dan. Maar Edwin Hoogendoorn wijt het aan „de ver-Blokkerisering”: de Blokker Holding bezit nu alle grote speelgoedketens, zoals Intertoys en Bart Smit. Dus Blokker dicteert nu wat spelletjesfabrikanten maken: instant-succes, flitsend genoeg voor een commercial, nooit meer spellen die tijd nodig hebben.

Zelf zei hij regelmatig tegen een klant: „Dat spel kunt u beter niet kopen.” Dan vond hij het niet goed genoeg voor die persoon.

Andersom werd hij de laatste tijd steeds vaker toegesproken als een eindstation. Zeiden mensen: ik ben óveral al geweest, daarom kom ik nu bij jou. „En dan dacht ik: was dan metéén gekomen.”

Hij huilde kort, de beste spellenwinkelier van Nederland. Maar met opgeheven hoofd.