Gelikte r&b-show in superstrakke montage

Muziek is allesoverheersend in nieuwe productie van musical (1981) over The Supremes.

Rubiën Florens Vyent, Pearl Jozefzoon en Aïcha Gill: de ‘dreamgirls’ die hun sound aanpasten om bij een breed, blank publiek in de smaak vallen. Foto Annemieke van der Togt

Geen twijfel mogelijk: Dreamgirls is gebaseerd op het verhaal van de befaamde Motown-zanggroep The Supremes. Maar hun hits komen er, om juridische redenen, niet in voor. In plaats daarvan schreven Tom Eyen en Henry Krieger in 1981 voor hun Broadway-musical een reeks songs, die ook in de Nederlandse versie genoeg drive hebben om als Motown-nummers te klinken – met zwaar aangezet ritme en spetterend koper als handelsmerk.

Deze nieuwe Dreamgirls, die gisteravond in première ging, valt vooral op als een gelikte r&b-show in een superstrakke montage. De muziek is zo goed als allesoverheersend. Wat er wordt verteld, over de onderlinge wissewasjes, is niet bijster boeiend. De meeste verhaallijntjes worden alweer snel afgebroken. Op één interessant aspect na: de manier waarop de zwarte artiesten in de jaren zestig hun sound aanpasten om voor het eerst bij een breed, blank publiek in de smaak te vallen. Tot op de dag van vandaag is het dit soort vercommercialiseerde soul, die in de popindustrie de toon aangeeft. Waarmee tevens een eind werd gemaakt aan de muzikale segregatie uit de jaren vijftig. Deze cruciale ontwikkeling wordt hier, tussen de bedrijven door, aansprekend verteld.

Drie zangeressen spelen de hoofdrollen: Berget Lewis, Pearl Jozefzoon en Aïcha Gill. Ze maken in deze productie alle drie hun acteerdebuut – en ze weten alle drie geloofwaardig te zijn. Lewis brengt bovendien een komisch talent mee dat haar rol des te kleurrijker maakt. Helaas bezondigt ze zich later wel aan het loze vertoon van vocale trillertjes waarmee zangeressen als Whitney Houston hun noten altijd eindeloos oprekten – en veel applaus oogstten.

Naast de drie Dreamgirls vallen in dit door Gijs de Lange doeltreffend geregisseerde ensemble nog twee anderen op: Edwin Jonker als de ietwat dubieuze manager van het stel, en Clayton Peroti als een hoogst vermakelijk en uiterst bedreven James Brown-type.

De Nederlandse makers hebben terecht besloten alle songs, die als shownummers worden gezongen, onvertaald te laten. Die teksten spelen immers geen rol in de intrige, ze vormen slechts het repertoire van de (imaginaire) Dreamgirls. Maar er komen ook enkele op muziek gezette dialoogsongs in voor, en verder een handvol lelijke recitatieven, die voor een Nederlands publiek wél moesten worden vertaald. Dat moet lastig kiezen zijn geweest. Met als resultaat dat er van de twee hits die de musical heeft opgeleverd, één in het Nederlands wordt gezongen (And I am telling you I’m not going) en één in het Engels (One night only).

De vertalingen van bewerker Jurrian van Dongen klinken naturel. Maar het gevolg van deze aanpak is wel dat er zelfs binnen één scène af en toe in twee talen moet worden gezongen. Dat botst met de souplesse die deze voorstelling vereist. En die in de meeste scènes ook volop aanwezig is.