Egocentrische miljardairs kopen verkiezingsuitslagen - en andere mythen

Earth maps courtesy of NASA: http://visibleearth.nasa.gov/ Foto iStock

Wat gebeurde er in Amerika terwijl je sliep? Onze correspondenten praten je bij.

De rijksten kopen verkiezingsuitslagen. Ze hebben hun geld geërfd, ze haten de overheid. Het enige dat ze willen, is nog meer geld verdienen. Het zijn hardnekkige mythen, schrijft Darrell West van de Brookings Institution in Washington. En dus doet hij een poging om ze te nuanceren. “Miljardairs zijn fascinerend”, schrijft hij in The Washington Post. “Ze kopen eilanden en media-bedrijven, ze experimenteren met ruimtevaart en hebben enorme persoonlijkheden.”

De misverstanden zitten hem dwars.

Het klopt dat Charles en David Koch (rechts) en George Soros (links) honderden miljoenen politieke dollars uitgeven, wat van het Hooggerechtshof mag. Maar in 2012 wisten conservatieve giften niet te voorkomen dat president Obama herkozen werd. Ook hun pogingen om de zorghervorming, ObamaCare, door het Congres omver te laten kegelen lopen op niets uit. Progressieven hebben meer succes, vooral op het lokale niveau. Daar hebben ze campagnes voor het homohuwelijk en de legalisering van wiet gefinancierd.

Het klopt niet dat Amerikaanse rijken hun geld vooral erven; 65 procent van de miljardairs is self-made, met middenklasser Steve Jobs van Apple als goed voorbeeld. En dat ze slechts om dollars geven? Een flink en groeiend aantal in de1 procent van de 1 procent heeft de Giving Pledge ondertekend: na hun dood gaat het grootste deel van hun vermogen naar liefdadigheid.

Een financiële whiz gaat te ver

Over rijken gesproken: wat is er aan de hand met Bill Gross? Iedereen kan zijn baan kwijtraken natuurlijk, maar van Gross zou je zeggen: die zit goed. De schatrijke 70-jarige richtte in 1971 een investeringsbedrijfje op ten zuiden van Los Angeles. Pacific Investment Managment Cop (Pimco) stelde niks voor, zo ver van Wall Street. Inmiddels heeft Pimco twee biljoen dollar - 200 miljard - onder beheer. Goed gedaan, Bill, zou je denken dat zijn investeerders en Raad van bestuur een paar keer per dag zeggen.

Maar Gross is vrijdag vertrokken. Zogenaamd vrijwillig, maar niet nadat zijn gedwongen ontslag onvermijdelijk was geworden, schijven media als The Economist. Niet dat hij werkloos wordt; Gross wordt directeur van een kleinere firma genaamd Janus. Die onderneming heeft een beurswaarde van ‘slechts’ twee miljard dollar - ongeveer de nettowaarde van Gross zelf.

Toch, ‘s mans val is een les dat er grenzen zijn, zelfs voor de allersuccesvolste ondernemers. Zij die hem verdreven, geloven vermoedelijk dat hun oud-leider gek aan ‘t worden was. Gross is altijd wat vreemd geweest; zoals The Economist schrijft stond zijn investeringscommentaar bol van de vreemde anecdoten, bijvoorbeeld over zijn poes.

De laatste tijd liep het uit de hand. Zo gaf hij dit jaar een speech die velen deed twijfelen aan zijn mentale capaciteiten. “Hij had een zonnebril op, vergeleek zichzelf met Justin Bieber, en droeg journalisten op om te herhalen dat hij de vriendelijkste, dapperste, warmste en geweldigste mens was die je ooit kon ontmoeten.”
Overigens is het vertrouwen in Gross nog niet weg. De koers van Janus is flink gestegen sinds zijn komst werd aangekondigd.

Mobieltje aan op tien kilometer hoogte?

Stop 50 of 150 mensen urenlang in een cabine zonder bewegings- of beenruimte, met slechte lucht en piepkleine WCs. Dat wordt ellende, zoals elke vliegtuigpassagier weet. Deze zomer waren ruzies over het al niet leunen van de stoel op drie vluchten het gevolg - ruzies zo ernstig dat de toestellen aan de grond moesten worden gezet.

Is het dan slim om mobiel bellen - toch al een bron van ergenis in de VS - toe te staan aan boord? De Federal Communications Commission (FCC) vindt mogelijk van wel. De eerste stappen zijn gezet om het mogelijk te maken.

Zeldzaam is de overeenstemming tussen Republikeinen en Democraten in het Congres. Maar één ding wil niemand in Washington: mobiel bellen in vliegende vliegtuigen. “Het volume en de doordringende aard van zulke communicatie zou deze disputen alleen maar doen escaleren”, schrijven honderd wetgevers in een brief aan de FCC.