Een bedenkelijke zege van de Franse vliegtuigchauffeurs

De staking van de Franse piloten van Air France KLM is voorlopig ten einde. Na twee weken het werk te hebben neergelegd, de langste staking sinds 1971, gaan de vliegtuigchauffeurs weer aan de slag. Dat betekent dat zij, volgens berekeningen in de Franse pers, als vanouds 532 uur per jaar in de lucht zijn. Dat is iets meer dan 10 uur per week.

Het voornaamste doel van de staking is bereikt. Air France KLM ziet af van de oprichting van een Europese versie van Transavia. Met die strategie dacht het concern een antwoord te formuleren op de opkomst en marktmacht van de nieuwe generatie luchtvaartmaatschappijen die tegen zeer lage kosten werken. Zelfs de start van een puur Franse versie van Transavia, een veel bescheidener plan, staat op losse schroeven. De dreiging van de piloten de staking te hervatten kan er voor zorgen dat ook dit voornemen van Air France KLM overboord gaat.

De piloten lijken een volledige overwinning te hebben behaald. Maar de prijs van die zege is enorm. De invloed van het door de staking veroorzaakte omzetverlies van tussen 200 miljoen euro en 250 miljoen euro op het bedrijfsresultaat is lastig te calculeren. Maar de kans dat het concern dit jaar na jaren van verliezen eindelijk weer winst maakt is een stuk kleiner geworden.

Traditionele maatschappijen hebben het moeilijk in de snel veranderende luchtvaartmarkt. Het oprichten van dochters die met lage kosten kunnen concurreren is in de sector het antwoord geweest, van Lufthansa tot British Airways – én KLM. Air France is daar al zeer laat mee, en dreigt KLM in de eigen stagnatie mee te nemen.

Dat is op zichzelf al verontrustend. Maar ronduit alarmerend is de bemoeienis van de Franse regering, waarvan de verantwoordelijke bewindslieden vorige week het Transavia-plan al publiekelijk afschoten. De Franse staat is aandeelhouder van Air France KLM.

De gang van zaken staat symbool voor het onvermogen van Frankrijk om te hervormen, om zich aan te passen aan de veranderende wereldeconomie. De problemen van de eurozone, die zelfs na zes jaar crisis nog geen economische groei van betekenis weet te bereiken, zijn voor een belangrijk deel terug te voeren op de grote moeite waarmee structurele hervormingen van de arbeidsmarkt en de afzetmarkten worden gerealiseerd.

Dat Frankrijk, met Duitsland het belangrijkste lid van de eurozone, daar het minst in slaagt, en nu zelfs met actieve regeringsbemoeienis een hervorming van de luchtvaartsector frustreert, is een bron van grote zorg. Het risico neemt toe dat niet alleen KLM door deze drenkeling omlaag wordt getrokken.