Dreigende blikken helpen de patiënt

Virtual reality kan helpen bij de behandeling van een psychose. Patiënten leren met wanen om te gaan.

Beeld dat een patiënt te zien kan krijgen door de virtualrealitybril. Een behandelaar kan de situatie bedreigend maken door mensen boos te laten kijken.

Klinisch psycholoog Maarten Vos zit in een kleine ruimte achter twee computerschermen. Op het ene scherm een computerwereld met virtuele mensen, een virtuele bushalte en een chagrijnige, virtuele buschauffeur. Op het andere scherm verschillende mogelijkheden die virtuele wereld te manipuleren. Vos vinkt een paar hokjes aan en zet het niveau van ‘vijandigheid’ op 100 procent. „Dit wordt niet leuk”, zegt hij.

Het Universitair Centrum Psychiatrie (UCP) van het Universitair Medisch Centrum in Groningen gebruikt sinds deze zomer virtual reality bij de behandeling van psychose. Het project is opgezet in samenwerking met Parnassia, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg in Den Haag. Het werd in de afgelopen vier jaar ontwikkeld door psychiater Wim Veling en Mark van der Gaag, hoogleraar klinische psychologie aan de VU. In totaal wordt de nieuwe behandeling op zeven plekken uitgevoerd. Over anderhalf jaar wordt gekeken of het werkt.

Angststoornissen

Patiënten krijgen een virtualrealitybril op en lopen met een joystick door een virtuele omgeving. Het programma heeft vier alledaagse verschillende situaties. De winkelstraat, het terras, de bus en de supermarkt. Een sensor in de bril registreert de lichaamsbewegingen. Gaat de patiënt in werkelijkheid op een stoel zitten, dan doet zijn virtuele personage dat ook.

Ondertussen registreert de therapeut wat er gebeurt, hoe de patiënt reageert. De behandeling zou ervoor moeten zorgen dat mensen met een psychose ook in de werkelijkheid kunnen omgaan met dit soort situaties.

Virtual reality wordt al zo’n tien jaar gebruikt bij de behandeling van angststoornissen. Angst wordt – kort gezegd – behandeld door mensen eraan bloot te stellen. Virtual reality is makkelijk toepasbaar bij bijvoorbeeld hoogtevrees. Met een bril op kan het net lijken alsof je vanaf een hoog gebouw tientallen meters naar beneden kijkt. „Die spanning voel je dan in je buik, net als in het echt”, zegt Veling.

Zoemende koelkast

De toepassing bij psychoses is iets gecompliceerder, omdat het daarbij vaak gaat om interactie, legt Veling uit. Kernsymptomen van een psychose zijn: paranoia of overmatige achterdocht, hallucinaties – vaak in de vorm van stemmen – en overmatige gevoeligheid voor prikkels van buitenaf. Een tikkende klok bijvoorbeeld, of een zoemende koelkast. Gevolg is dat mensen vaak angstig worden. Ze durven niet meer naar buiten en gaan situaties vermijden. Sommigen worden agressief. „Maar dat is echt een minderheid”, zegt Veling.

In voorbereiding op de behandeling deed Veling een onderzoek onder 170 deelnemers. Deels mensen met een psychose, deels controlegroep. Mensen die in de werkelijkheid spanning ervaren bij bepaalde sociale situaties, ervaren die ook in de virtuele wereld, zo bleek. In dat onderzoek werd ook getest of de behandeling wel veilig was: het moest natuurlijk geen psychoses in de hand werken.

De nieuwe behandeling is vooral bedoeld voor de groep die achterdochtig is en zich terugtrekt. Voor mensen die te ernstig psychotisch zijn werkt het niet. Veling: „Mensen moeten oefeningen kunnen doen en daar ook voor open staan. We moeten met ze kunnen praten.” Het doel van de behandeling is niet het wegnemen van de waanbeelden, maar de patiënten ermee om leren gaan. „Mensen met een psychose gaan bijvoorbeeld graag achterin de bus zitten”, zegt Vos. „Dan kunnen ze overzicht houden. Hier oefenen ze eens in het midden te gaan zitten.”

Cognitieve gedragstherapie

Tijdens de behandelsessie praat Vos met de patiënt: hoe voelt de patiënt zich, wat ziet hij, hoe interpreteert hij dat en waarom. Gaat de behandeling goed, dan kan Vos de virtuele wereld een beetje aanpassen. Bij een vrouwelijke patiënt plaatst hij er meer mannen in bijvoorbeeld. Dat is iets bedreigender. Of hij laat voorbijgangers even boos opkijken.

„Het is een soort nieuwe toepassing van cognitieve gedragstherapie, wat we al heel lang gebruiken bij psychoses”, zegt Vos. „Maar daarbij ben je altijd afhankelijk van wat de patiënt je vertelt. Hierbij kan ik zelf zien wat er gebeurt.”